Dit is het vervolg op mijn vorige blog: “Het onzegbare van eenzaamheid”. Daarin concludeerde ik o.a. dat een tekort aan sociaal contact niet is waar eenzaamheid over gaat. Eenzaamheid gaat juist over een gebrek aan menselijke intimiteit. Ik beschreef verder een diepte-interview over de ervaring van eenzaamheid en besprak daarnaast het schitterende boek van Olivia Laing, ‘De eenzame stad’. Tot slot bracht ik eenzaamheid naar voren als ‘donkere nacht van de ziel’ – een mogelijk spiritueel pad voor individuele ontwikkeling. Met daarbij de nadrukkelijk vermelding dat ik niet voorbij wilde gaan aan het lijden dat verbonden is aan eenzaamheid.
Eenzaamheid, zo opperde ik uiteindelijk, zou misschien beschouwd kunnen worden als individuatieproces: een proces om volledig jezelf te worden, wat echter ook betekent dat je los komt te staan van het collectief. Het is misschien zelfs noodzakelijk om eenzaamheid zo te bezien, opperde ik verder. Niet omdat eenzaamheid altijd met ontwikkeling te maken móet hebben. Maar omdat het een van de weinige manieren is om betekenis te geven aan een ervaring die anders slechts betekenis- en contextloos blijft.
Vertrouwensbanden
Voor iemand die aan eenzaamheid lijdt, is het moeilijk om contact te maken. Tegelijk, zo observeert Laing in haar boek, vinden mensen het ook moeilijk om de eenzame tegemoet te treden. Eenzaamheid maakt dat de omgeving wegvlucht. Laing vertelt o.a. over een van de eerste belangrijke studies van eenzaamheid, stammend uit 1975, waarin beschreven wordt dat zelfs psychiaters en psychologen zich soms fobisch opstellen jegens eenzaamheid. Dat komt, zo staat in de studie, ‘door de eenzaamheid die er in potentie in ieders dagelijks leven aanwezig is.’
Onderliggend aan het bestaan schuilt blijkbaar een laag van eenzaamheid waar ieder mens in potentie in weg kan zakken. En waar zelfs de professional die zich bezighoudt met levensvragen soms liever géén toegang toe wil. Misschien uit angst dat het contact met die laag ook kan doorsijpelen naar de eigen geestelijke beleving. Eenzaamheid als besmettelijk – wat een zeer paradoxale opvatting van eenzaamheid is, als je nagaat dat veel mensen denken dat de ervaring draait om een tekort aan sociale contacten.
Onder de fobie voor eenzaamheid lijkt ook een beschuldiging te liggen. Zoals in het diepte-interview al naar voren kwam: er lijkt een sluimerend, onuitgesproken maatschappelijk vooroordeel te bestaan over eenzaamheid: mensen zouden het misschien aan zichzelf te danken hebben. Ondanks dat dit niet expliciet wordt uitgesproken, wordt deze beschuldiging onderhuids toch gevoeld.
Laing laat echter zien dat eenzaamheid zich juist kenmerkt door een diep verlangen om het gebrek aan intimiteit te doorbreken. Er wordt juist gesmacht naar contact. Maar intimiteit laten groeien, dat doe je niet in je eentje, puur op wilskracht. Je bereikt het evenmin door – al dan niet met hulp of begeleiding – vaker van huis te gaan. Eenzaamheid beëindig je door vertrouwensbanden op te bouwen.
Verhoogde waakzaamheid
Vertrouwensbanden opbouwen is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Vooral omdat mensen die zich eenzaam voelen, aldus Laing, te maken krijgen met wat psychologen noemen: een ‘verhoogde waakzaamheid voor sociale dreiging’. Daarmee wordt een onbewust aangenomen houding omschreven, waarin iemand de wereld in steeds negatievere termen ervaart. Iemand wordt geneigd om juist afwijzing te gaan verwachten.
Deze verwachting wordt vervolgens de bril waardoor mensen kijken. Dat vormt een vicieuze cirkel, waardoor de eenzame zich steeds geïsoleerder, achterdochtiger en teruggetrokkener opstelt. Omdat deze houding onbewust is en daarom onuitgesproken en zonder woorden blijft, kan deze cirkel ook moeilijk doorbroken worden. Zo wordt eenzaamheid tot een onzichtbare gevangenis waar niemand voor kiest.
Laing vertelt over haar eigen ervaring eveneens dat ze in haar eenzaamheid hypergevoelig werd voor kritiek, zich de hele tijd kwetsbaar voelde en voortdurend de neiging had om zich te verbergen. Eenzelfde ervaring komt naar voren uit het diepte-interview: de achterdocht voor haar vriendinnetjes, haar wantrouwen dat ze nooit ‘echt’ in haar geïnteresseerd zouden kunnen zijn. Dat zijn, als je goed luistert, duidelijke kenmerken van die eerder genoemde verhoogde waakzaamheid.
De eenzaamheid kapselt je met deze waakzaamheid in, vertelt Laing. Het brengt een laag over je gevoel aan die het contact met anderen onmogelijk maakt. Zelfs als je dat contact juist wel wil, dan wordt het je van binnen, buiten je eigen macht, onmogelijk gemaakt. Vooral dat laatste is voor veel mensen echter moeilijk in te voelen.
Hechting
Laing vertelt in haar boek ook over een basaal gevoel van onveiligheid en isolement. Het is een gevoel van anders-zijn dat ze al met zich meedroeg vanaf haar kinderjaren, een gevoel dat ook in het diepte-interview duidelijk omschreven wordt. Het is interessant dat ook in het diepte-interview letterlijk wordt verwezen naar hechtingsproblematiek. Laing verwijst hier namelijk eveneens naar.
De hechtingstheorie is in de jaren vijftig en zestig vorige eeuw ontwikkeld door de Britse psychoanalyticus Bowlby en de ontwikkelingspsychologe Mary Ainsworth. De theorie gaat uit van de stelling dat kinderen in de allereerste levensjaren een duurzame emotionele binding moeten krijgen met hun verzorgers, omdat dit bijdraagt aan hun latere emotionele en sociale ontwikkeling. Een onvoldoende doorlopen hechtingsproces kan gevolgen hebben die tot laat in de volwassen ontwikkeling doorwerken.
Bekend onderzoek naar de hechtingstheorie is onder andere het onderzoek naar de resus-aapjes van Harry Harlow eind jaren vijftig. En, begin jaren zestig, de ‘vreemde-situatietest’ van Ainsworth, waarbij Ainsworth keek naar het verband tussen de mate dat kinderen in staat zijn om om met stressvolle situaties om te gaan en de mate waarin ze veilig gehecht zijn.
De hel van eenzaamheid
Harlow deed eind jaren zestig nog een ander experiment, waarbij hij vooral wilde kijken naar het effect van sociale isolatie op emotionele ontwikkeling. Hij experimenteerde daarbij op kwaadaardige wijze met het effect dat gedwongen periode van eenzaamheid had op de emotionele ontwikkeling van jonge aapjes. Hij stopte resusaapjes kort na de geboorte in isolement, om ze na een bepaalde tijd weer los te laten in een sociale omgeving. De aapjes bleken bij het verlaten van hun gevangenis emotioneel volkomen gestoord.
Er was echter nog een belangrijk effect waarneembaar. Terugplaatsing van de aapjes in een sociale groep bleek desastreus. De aapjes werden niet gewoon teruggenomen in de groep. In tegendeel: ze werden onveranderlijk gepest. Soms vertoonden de teruggeplaatste aapjes iets wat Harrow ‘suïcidale agressie’ noemde: ze stapten op de grotere apen af in een poging tot (vaak fatale) confrontatie. Het hoofdstuk in het boek waarin Harrow dit experiment beschrijft heeft, aldus Laing, de veelzeggende titel: ‘De hel van eenzaamheid’.
Sociale uitsluiting
“De hel, dat zijn de anderen,” stelt existentieel filosoof Sartre in zijn toneelstuk ‘Met gesloten deuren’ (Huis clos). Het experiment van Harrow laat precies dat zien: hoe meedogenloos de sociale verbondenheid is en hoe het sociale uitsluitingsmechanisme werkt. Laing beschrijft dat recent onderzoek ook heeft aangetoond dat kinderen met hechtingsproblemen een veel groter risico lopen om afgewezen te worden door leeftijdsgenoten. Daardoor ontstaan vaak eenzaamheids- en afzonderingspatronen die tot diep in het volwassen leven doorwerken.
In de samenleving, concludeert Laing, zit blijkbaar een venijnig uitsluitingsmechanisme verscholen dat meedogenloos en strikt disciplinerend van aard is. Het collectieve onbewuste wijst iedereen af die onhandelbaar en vreemd is voor de sociale groep. En waar de verbinding – de hechting – verbroken is, zorgt de sociale orde ervoor dat die uitsluiting in stand wordt gehouden.
Daarnaast is er nog iets opvallends aan het mechanisme van sociale uitsluiting: eenzaamheid blijkt namelijk erg moeilijk invoelbaar te maken voor diegenen die het niet ervaren. We lijken van nature geneigd om inleven in eenzaamheid, onbewust (maar actief) te vermijden. Mensen willen eenzaamheid graag op een afstand houden (denk aan de eerdere opmerking over de psychologen en psychiaters die moeite hebben om eenzaamheid oprecht bespreekbaar te maken). Maar juist om om te kunnen gaan met eenzaamheid is inleving en nabijheid noodzakelijk.
Sandwichman m/v
Mooi voorbeelden van hoe toch geprobeerd wordt om het inlevingsvermogen in eenzaamheid te stimuleren, tref je aan op het online platform ‘Voor eenzaamheid’. Op dit platform – een co-creatie tussen kunstenaars, ontwerpers en andere partijen – wordt gezocht naar nieuwe manieren om om te gaan met eenzaamheid. Je treft er o.a. het project ‘De Sandwichman m/v’, van ontwerper Dennis Lohuis: een workshop waarin wordt onderzocht in hoeverre mensen vrijuit kunnen en durven te praten over eenzaamheid.
Aanvankelijk blijkt eenzaamheid daarbij vooral een ongemakkelijk onderwerp. Deelnemers worden eerst steeds stiller en stiller, voordat ze durven door te dringen tot hun eigen ervaringen van eenzaamheid. Daarmee stopt het echter niet. De workshop gaat nog een stapje verder. De schurende, persoonlijk vragen die mensen zelf hebben rond eenzaamheid, worden ook nog eens gedeeld met anderen: op straat, met wildvreemden. Een gedeelte van het publiek kijkt, in confrontatie met die vragen, schichtig weg. Andere mensen gaan het gesprek aan. Maar nooit gaat dat vanzelf, vertelt Lohuis. Hij zegt erover:
“Je moet tijdens het gesprek altijd ergens doorheen. Voordat mensen het over hun eigen eenzaamheid durven te hebben, gaat het vaak eerst over de eenzaamheid van anderen.”
Kunst en eenzaamheid
Dat hier de toevlucht wordt genomen tot kunstenaars en tot het proces van kunstzinnige (co-)creatie om inleving in eenzaamheid te stimuleren, lijkt misschien bijzonder. Maar kunst blijkt aantoonbaar ingangen te bieden tot contact. En Laing maakt in haar boek zelf ook gebruik van kunst. Er is blijkbaar een verband tussen kunst en eenzaamheid.
Voor Laing vormt kunst in ieder geval een leidraad die haar helpt om grip te krijgen op haar ervaring van eenzaamheid. Kunst, zo geeft Laing aan, heeft voor haar een hele bijzondere functie, het slaagt er volgens haar in om te bemiddelen tussen mensen: kunst kan intimiteit creëren.
Daarmee heeft ze misschien wel precies de essentie te pakken van het helpende verband tussen eenzaamheid en creativiteit. Als eenzaamheid in de kern een smachtend verlangen is naar herstel van intimiteit, dan bieden kunst en creativiteit de weg tot verbinding.
Kunst ontstaat, vanuit de analytisch psychologie van Jung bekeken, vanuit een autonome creatieve impuls die verbinding legt tussen het onbewuste en het bewustzijn. Dat maakt kunst ook zo belangrijk en krachtig: het brengt de stem van het onbewuste tot leven en maakt zo het onzegbare uitspreekbaar. Dat is precies wat de kunst voor Laing doet. Ze schrijft daarover:
“Kunst kan wonden genezen en kan nog veel beter verduidelijk dat niet alle wonden hoeven te genezen, dat niet alle littekens lelijk zijn.”
Niet het krijgen van méér sociale contacten, maar juist het bekijken en bestuderen van de kunstwerken en levens van kunstenaars die eenzaamheid verbeeldden, vervult Laing langzaam met het besef dat eenzaamheid – dat dat haar onvervulde verlangen naar intimiteit – geen falen symboliseert. Haar aandachtige studie van bepaalde kunstwerken leert haar juist dat eenzaamheid het leven kan maken tot wat het is: een waarachtig geleefd léven.
Eenzaamheid en individuatie
“Ik geloof niet dat iemand leren kennen perse de remedie is tegen eenzaamheid,” schrijft ze uiteindelijk.
“Ik denk dat er twee dingen zijn die een rol spelen: leren hoe je vriendschap sluit met jezelf en begrijpen dat veel dingen die ons als individu lijken te raken, in feite voortkomen uit grotere stigmatiserende en buitensluitende krachten, waartegen wij ons kunnen en moeten verzetten.”
Daarmee omschrijft Laing, zonder het waarschijnlijk te beseffen, de kern van het Jungiaanse individuatieproces: het tot ontwikkeling komen van – en vrede vinden met – een ‘zelf’, dat los staat en afwijkend is van het collectief. Voor dat individuatieproces ging ze echter door een woestijn van eenzaamheid. Die eenzaamheid vormde voor haar een werkelijke ‘donkere nacht van de ziel’.
‘Donkere nacht van de ziel’
De ‘donkere nacht van de ziel’ is een metafoor voor de spirituele ervaring van iemand die een fase in zijn leven doormaakt waarin hij of zij zich door iedereen verlaten voelt. Het is een ervaring die rond de 16de eeuw in dichtvorm beschreven werd door de karmeliet Johannes van het Kruis. Belangrijk daarbij is vooral dat het bewandelen van deze weg door Johannes zelf niet werd gezien als een weg waarin een toekomst verscholen hoefde te liggen. De nacht van de ziel is juist het moment waarop de toekomst zwart wordt, het pad wegvalt: je blind wordt.
In de donkere nacht van de ziel ga je een weg waarvan je niet weet waartoe die leidt. De uitkomst ervan ligt niet vast. Er ligt geen gegarandeerde ‘verlichting’ in het verschiet van de donkere nacht van de ziel: voor hetzelfde geld blijft het licht namelijk gewoon uit. De spirituele weg van de donkere nacht is vooral een weg waar je niet voor kiest, maar die je overkomt.
Dat is ook kenmerkend voor de ervaring van Laing en kwam naar voren in het diepte-interview: voor de ervaring van eenzaamheid kies je niet. Het overkomt je. En de enige weg uit deze nacht die jouw omringt? Dat is de weg van de intuïtie en de creativiteit, zo blijkt.
Laing legt op intuïtief niveau een diep contact met de creatieve verbeeldingskracht van de kunsten. Ze laat zich, op haar speurtocht door het labyrint van haar eenzaamheid, volledig leiden door haar intuïtie. Niet door haar gevoel (want dan was ze misschien gek geworden in haar eenzaamheid, door het gevoel van isolatie en uitsluiting). Niet door haar verstand (want juist met redelijkheid graaft niemand zich uit de situatie van eenzaamheid: de redelijke oplossingen drijven in de eenzaamheid voorbij, als schepen in de mist).
Juist door zich over te geven aan haar intuïtie en haar creatieve kracht vindt Laing haar weg uit de eenzaamheid. Jung geeft ook aan dat de intuïtie een belangrijk kompas is in het proces van individuatie. Intuïtie is voor Jung een in hoofdzaak onbewust proces waarbij op creatieve wijze verbanden worden gelegd: het is een manier om contact aan te gaan – associatief en los van rede en kaders. En voor Laing is kunst inderdaad de manier om weer contact te maken met zichzelf en met de wereld.
Eenzaamheid als persoonlijk
Eenzaamheid is persoonlijk, zo besluit Laing. Iedereen kan er te maken krijgen. En je zult er een eigen weg uit moet zien te vinden. Vaak zal het pad donker en ondoorzichtig voor je zijn en je zult je eigen intuïtieve kompas ervoor moeten zoeken. Het zoeken naar (en hopelijk vinden van) dat persoonlijke kompas kan eenzaamheid tot een individuatieproces maken. Kan, maar dat hoeft niet. Want niet iedereen vindt altijd zijn of haar kompas.
Jung waarschuwt daar ook voor: het individuatieproces is niet zonder gevaar. Je kan verdwalen in de donkere nacht van de ziel: Johannes van het Kruis waarschuwde daar eveneens voor. De risico’s zijn wezenlijk. De pijn is echt. Vanuit dat perspectief is bovenstaand pleidooi dan ook niet bedoeld om het lijden in de ervaring van eenzaamheid teniet te doen. Eenzaamheid doet wezenlijk pijn. Je komt er misschien ook niet volledig onbeschadigd uit.
Laing’s verhaal en het verhaal uit het diepte-interview laten echter wel zien dat er een weg naar buiten is. Luister daarvoor naar je intuïtie, om de verbinding met jezelf terug te vinden. En laat jouw creativiteit je leiden om te omschrijven wat anders onzegbaar blijft.
Eenzaamheid als politiek
Eenzaamheid is tegelijk ook politiek, zo besluit Laing. Niet politiek, in de zin dat er ‘ten strijde getrokken moet worden tegen eenzaamheid’. Méér mensen inzetten op het ‘probleem’ van eenzaamheid biedt geen oplossing. De oplossing van eenzaamheid ligt NIET in het vergroten van de kwantiteit.
Het gaat er juist om een visie op eenzaamheid te ontwikkelen die zich richt op de kwaliteit van het contact, op verdieping. Het draait om het kweken van empathie, om het durven aangaan van intimiteit. Het gaat erom de tijd te nemen om mensen nabij te zijn bij het vinden van de woorden voor hun ervaringen. Het draait om aanwezigheid en om luisteren.
Dat is echter een kostbare strategie en dat maakt het politiek. Want in de huidige politiek zijn het de snelle resultaten, het geld en de oppervlakkigheid die regeren. Er moet dan ook, juist op politiek vlak, gestreden worden om de tijd te nemen en de diepte in te gaan. Dat maakt van eenzaamheid een politiek onderwerp.
Eenzaamheid als reis naar binnen
De omgang met eenzaamheid draait uiteindelijk vooral om het besef dat de weg naar buiten, misschien vooral een weg naar binnen is. Pas als je je eigen eenzaamheid nabij durft te zijn, durf je de eenzaamheid van een ander nabij te zijn. En pas dan kan er werkelijk contact ontstaan.
Om op die manier de eenzaamheid te begrijpen, wordt misschien nog het beste beschreven door Reiner Maria Rilke:
“Er is maar één reis: de reis naar binnen”
Ontdek meer van Rogier Teerenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.









In plaats van hier mijn eenzaamheids-ei te dumpen wil ik liever ‘dankjewel’ zeggen; zowel voor de vele inzichten die je verschaft als voor de hoop die ze met zich meebrengen. Ik lees voortaan vol interesse mee. Groetjes, Elin
Graag gedaan, Elin. Ik ben blij te lezen dat je iets hebt aan wat ik schrijf en dat het je hoop brengt. Leuke blog heb je, ik ga je verhalen graag lezen! Warme groet, Rogier
Rogier, wat heb je dit prachtig geschreven! Ik ben lang ‘weggeweest,’ excuses voor mijn zeer late reactie. Maar je stuk raakt me enorm.
Interessant , ook de achtergrond …maar ook herkenbaar en het raakt diep.
Dank je! Blijf alsjeblieft schrijven want je raakt veel mensen!
Liefs, Linda xx
Hey Linda, wat leuk om van je te horen en bedankt voor het compliment. Ook al is het wat onregelmatig, ik blijf zeker schrijven, hoor! Je weet me te bereiken! Liefs en X, Rogier