We hebben de mythe vermoord. Nu leven we zonder richting.
Deze blog onderzoekt wat er gebeurt wanneer de mythe verdwijnt uit ons dagelijks bestaan. En waarom die afwezigheid dieper ingrijpt dan we doorgaans beseffen. Aan de hand van een hedendaagse variant op Nietzsche’s Dolle Mens, inzichten van Carl Jung en toegelicht met voorbeelden uit de moderne (pop)cultuur laat ik zien hoe mythes nog altijd werkzaam zijn in ons onbewuste. Zelfs wanneer we denken dat we ‘boven de mythe staan’ zitten we er middenin. Dit is het tweede deel van een tweeluik over mythologie, psyche en het verlangen naar betekenis in de 21e eeuw. Het is een uitnodiging om te onderzoeken welke mythe jij zelf leeft.

Over de mythe als metafoor en ons leven als mythe
In een tijd waarin mythes zijn gereduceerd tot entertainment en metaforen, klinkt de roep van de Dolle Mens opnieuw – ditmaal niet om de dood van God te verkondigen, maar die van de mythe zelf.
Wat betekent het om te leven zonder mythe? In deze blog onderzoek ik de rol van mythe in ons dagelijks bestaan, hoe ze ons onbewuste nog steeds raakt, en waarom haar afwezigheid ons dieper beïnvloedt dan we denken. Aan de hand van een casus probeer ik ook te laten zien wat er gebeurt als we ons niet bewust zijn van de werking van de mythe in ons leven.
Met verwijzingen naar Nietzsche, Jung en hedendaagse (pop)cultuur, probeer ik ten slotte iets van een richting te bieden voor de persoonlijke betekenis van de mythe, in een wereld die haar mythische verbeelding is kwijtgeraakt.
Deze blog vormt het tweede deel van een tweeluik over mythologie, psyche en het verlangen naar betekenis in de 21e eeuw. Het eerste deel lees je hier.
(🕒 Leestijd: 10 minuten | ✍️ Deel 2 van 2)
Mythologie draagt iets van waanzin in zich
Laten we deze blog beginnen met een verhaal:
Ooit, ergens in deze wereld en op een vroege ochtend, schrok een verwarde oude man wakker uit een droomloze slaap. Hij opende zijn ogen, hoorde de vogeltjes fluiten, keek naar buiten, naar de helder blauwe lucht en dacht: “Dit klopt niet.”
In zijn blauwgestreepte pyjama stommelde de man de trap af en op blote voeten stapt hij haastig in zijn grijze oude auto. Hij reed gehaast de garage uit, liet vonken omhoog springen waar het dak langs de nog omhoog rollende garagedeur schraapte en reed twee vuilniscontainers van de buren omver.
Ronkend en kuchend scheerde de oude dwaas de weg op, een woest blaffende hond met diens verbaasde bazin aan de riem, knipperend met ronde ogen achter een uilenbril achter zich latend.
“Bel 112!”
Nadat de oude man driewerf door rood was gereden, op een weg vol toeterende auto’s die met piepende remmen zijn tocht kwaad bejubelden, bereikte hij eindelijk het doel van zijn dwaze race: het radiostation.
De verwarde man reed hotsend de stoep op en parkeerde de auto met de voorbumper half schurend over de eerste trede van de betonnen trap. Hij gooide het portier open, rende op blote oude mannenvoeten de trap op, het gebouw binnen, de motor van zijn auto nog draaiend.
De verwarde oude man negeerde de receptionist die verontwaardigd om de bewaking riep en haastig 112 begon te bellen. Voor zijn leeftijd had de oude man nog een verbazingwekkend goede conditie, want hij rende de lift waar het kantoorpersoneel verstoord naar hem keek voorbij. En pakte de trap.
Op de tweede etage zag de oude man wat hij wilde zien en rende de afdeling binnen. Eindelijk bereikte hij de radiocabine, waar net het nieuws werd voorgelezen.
Waar is mijn mythe?
De geluidsman riep nog boos: “Wat doe je, man!” Maar de oude man bereikte de deur van de studio al en brak binnen. Dwars door de nieuwslezer begon de oude man te roepen:
“Mijn mythe! Ik zoek de mythe! Wat heb je met mijn mythe gedaan?!”
De nieuwslezer, meer verbaasd dan bang, sprak echter honend tegen de gek: “Wat is er, oude man? Ben je je mythe misschien verloren? Of is de mythe misschien verdwaald geraakt, als een kind, zoekend naar zijn ouder? Verbergt de mythe zich voor je, is de mythologie bang geworden voor ons, of is de mythe misschien op reis?”
Woedend greep de oude verwarde man de microfoon voor de nieuwslezer en draaide het zwarte ding naar zich toe:
“Wil je weten wat er met mijn mythe is gebeurd? Wij hebben hem vermoord! We hebben hem vermoord in onze dromen, door de ziel uit te bannen uit onze hersenen. We hebben de mythe gedood en nu leven we in een wereld zonder betekenis, zonder zin, en we vallen vooruit, achteruit, zijwaarts, verdwaald in een mist van nep-nieuws, leugens en manipulatie, zonder waarheid of houvast. Wij weten niet langer … oef.”
“…Oef…”
“Oef.” Dat was het laatste woord dat de oude man nog sprak. Want hij was net getackeld door een jonge man in spijkerbroek, met een donkerblauw kogelvrij vest en een zwart skimasker op. De man van de Dienst Speciale Interventies kwam overeind, klopte de nieuwslezer op de knie, en nam de verwarde man, die nog zachtjes in zichzelf mompelde, mee naar buiten.
Nauwelijks een paar minuten later stond alles weer recht. In de verte stoof een wit busje weg, met de oude gekke man nog bonkend achter de ramen van het achterportier, iets schreeuwend in de trend van: ‘Mij..ythe .. Mijtieteh….”
Sommige mensen keken hem nog na en haalden toen hun schouders op. Het zou wel de zoveelste ‘Verwarde Man’ zijn – niet de eerste en zeker niet de laatste. Dat kwam inmiddels zo vaak voor dat de verwarring immers normaal werd. En ook de auto van de oude dwaas stond weer keurig geparkeerd tussen alle andere geparkeerde auto’s van alle mensen die volgens de norm tot stipt 17.00u in het gebouw zouden werken.
De nieuwslezer schonk een kop koffie voor zichzelf in, deed de cabine weer dicht en knikte naar de geluidsman, terwijl hij nog even een slok koffie nam. “Sorry beste mensen,” sprak de nieuwslezer in de microfoon alsof er niets was gebeurd. “Even een tijdelijke onderbreking. Maar daar zijn we weer!”
Want de geluidsman had immers alle verbinding met de wereld al verbroken, lang voor de dwaze oude man de opnamecabine binnenkwam. Niets van wat er was geroepen was naar buiten gekomen. De woorden van de verwarde oude man waren door niemand gehoord. Buiten de lezer dan.
En die gaf er niet om …
De afwezigheid van mythe in de samenleving
De afwezigheid van de mythe in onze postmoderne samenleving opmerken, zo heb ik gemerkt, is eigenlijk je als een gek gedragen. Dat wil zeggen: je maakt je druk om niets.
Bovenstaande inleiding voor deze blog kwam dan ook bij me op, terwijl ik de introductie las van het boek ‘The absence of myth’ van Sophia Heller, dat gaat over (warempel): de afwezigheid van de mythe in onze samenleving.
Je hoeft niet heel ver door te denken om te begrijpen dat mijn ‘verhaal’ eigenlijk een moderne hertelling is van parabel van ‘De Dolle Mens’ van Nietzsche. In plaats van ‘God is dood’ te roepen, roept mijn Dolle Mens echter ‘De mythe is dood’. Met overigens nog minder reactie, dan de Dolle Mens ooit kreeg.
Ik schrijf dit dan ook eigenlijk in het voetspoor van wat Sophia Heller zegt in haar boek, over de reactie op de desbetreffende doodverklaring van God in de theologie van de tijd van Nietzsche:
“Zij die geloofden in God werden op geen enkele manier door de verklaring beïnvloed, en zij die niet geloofden in God werden er evenmin door beïnvloed.” (- Dorethee Sölle)
Kortom: eigenlijk betekent de mythologie niets voor diegenen die er niet in geïnteresseerd zijn. En voor diegenen die wel geïnteresseerd zijn in mythe, zal de aanname dat de mythe dood is in onze samenleving aan dovemansoren gezegd zijn.
Het is als schreeuwen in een lege ruimte. Misschien is er een echo. Maar niemand antwoordt echt.
De verschrikkelijke tijd is nu
Toch is er een wezenlijk verschil tussen het spreken over het doden van God zoals Nietzsche dat deed, en het vermoorden van onze eigen mythen in deze huidige tijd. Want wat Nietzsche deed was eigenlijk een voorspelling.
Nadat Nietzsches eigen ‘oude dwaze man’ zijn beschuldiging van de moord op God naar de vele hoofden van de mensheid had geslingerd, gooide de man diens lamp immers op de grond en mompelde:
“Ik kom te vroeg, het is mijn tijd nog niet. De verschrikkelijke gebeurtenis is nog onderweg, nog steeds op weg – ze heeft de oren van de mensen nog niet bereikt.”
Maar de werkelijke ‘verschrikkelijkheid van dit moment’, is eigenlijk dat ‘al het verschrikkelijke’ al heeft plaatsgevonden. ‘Mijn’ Oude Verwarde Man wijst niet langer voorruit. Het verhaal wijst naar achteren en concludeert: we hebben de mythe zelf al lang en breed vermoord. We leven de gevolgen daarvan nu.
We zijn de mythe kwijt. En het lijkt niemand iets te interesseren.
De mythe in films en boeken als reductie
Jazeker, natuurlijk. Ik weet het: de mythe bestaat nog in film, cultuur en literatuur. We komen de mythes nog tegen in comics als ‘Invincible’, ‘X-men’ en ‘Batman’. De goden van weleer worden nog geprojecteerd op het grote scherm in films als ‘Gods of Egypt’, ‘Troy’, en misschien zelfs in het aankomende ‘The Odyssey’ van Christopher Nolan.
En natuurlijk zijn er ook de hervertellingen van de mythen: er is een hele markt voor. Sommige daarvan zijn zeer waardevol, zoals Circe van Madelinde Miller. Of – als je houdt van troep – dan zijn er nog de afschuwelijke aftreksels die Stephen Fry momenteel aan de lopende band uitbraakt.
Maar al deze vormen van mythen zijn gevat in een bepaald kader: het zijn letterlijk ‘verhalen’. Het zijn ‘stories’. Het zijn beelden en metaforen. En daardoor zijn ze daartoe ook beperkt – en bovendien, daartoe gereduceerd.
De metafoor is de mythe
In z’n beste vorm biedt de moderne mythologie achter een bepaalde film (Star Wars is daar een goed – en populair – voorbeeld van) een dieper begrip van wat het betekent een mens te zijn in de wereld. Maar de mythe zelf valt weg, ná de analyse. De metafoor is opgelost, de mythe verdwijnt.
Je begrijpt de film inderdaad beter/dieper/meer nadat je de mythe hebt ontrafeld die onder de oppervlakte van het verhaal speelde. Maar deze rol die de mythe speelde, om een bepaalde universele waarheden áchter de film op z’n plek te houden, valt weg wanneer je deze universele waarheden begrijpt.
Na de metafoor rest slechts het verlangen
Een goed voorbeeld is bijvoorbeeld de serie Andor, die plaatsvindt in het Star Wars-universum. Een prachtige serie die zo ontzettend goed laat zien wat het betekent om mens te zijn in deze wereld die steeds gevaarlijker en dreigender aanvoelt, welke offers er gebracht worden voor vrijheid.
De serie biedt de perfecte metafoor van onze wereld, die smeekt om verzet en rebellie. Deze metafoor is de mythe – maar de mythe lost op, wanneer de metafoor eenmaal is begrepen. Dan blijft slechts over het verlangen naar méér verhaal, meer avontuur.
Hier ligt het verschil. Als we kijken naar een bepaalde film in het Star Wars universum, dan herkennen we in dat verhaal bepaalde kernwaarden: bijvoorbeeld die van vrede en harmonie en een diep respect voor de universele balans van ‘the Force’.
Maar als alles goed is, dan loop je na het kijken van de film de bioscoop uit als iemand die de waardes van de Yedi Order wel wil uitdragen.
Maar zeker niet als Yedi Ridder zelf.
De mythe is onwaar (!?)
Niemand – tenminste, niet als je als de Verwarde Oude Man hierboven getackeld wil worden en met een wit busje afgevoerd wil worden door de DSI – zal Star Wars als persoonlijk evangelie beschouwen.
Niemand zal werkelijk geloven – laat staan geloven in religieuze zin – dat er werkelijk een sterrenstelsel is, ver, ver weg, waar mannen en Wookies zij aan zij vechten met lichtsabels als wapens, tegen een keizer met bliksemstralen uit de vingers.
Je kunt het misschien wensen – erover fantaseren, zelfs. Maar het blijft een leuk, mooi gemaakt sprookje. Een meeslepend verhaal. Maar meer dan dat is het niet.
Totdat je echter merkt dat de mythe je in zijn greep krijgt. Want de mythe is het beeld dat je onbewuste in contact brengt met je bewuste. En als je deze functie niet begrijpt?
Dan vreet de mythe je leven(d) op.
“Ik bén Zorro!”
Zo ken ik bijvoorbeeld iemand die ooit als kind verliefd raakte op de serie Zorro. Als kind raakte diegene zo verliefd op deze spannende mythe van deze charmante Spaanse Vos, dat hij op een ochtend zelf achter in de auto van zijn vader, onder de bijrijdersstoel, een zelfgemaakt uniform, inclusief hoed en masker verborg.
De jongen verborg het zwarte uniform, samen met een zelfvervaardigd en zilver geschilderd houten zwaard, met de bedoeling om het uniform na schooltijd aan te trekken en met het zwaard over straat te gaan. Gemaskerd vechtend tegen corruptie, onrecht en onderdrukking, strijdend voor een betere wereld. Dat wilde hij.
Zijn vader ontdekte het hele avontuur natuurlijk ruim voordat het begon – natuurlijk ontdekte zijn vader het, want de kleding was onhandig verborgen door een kind en het houten zwaard stak met de punt uit onder de stoel.
Dus de jongen loog en zei dat hij was uitgenodigd voor een verkleedfeestje van een van zijn vriendjes. En de vader, die liever geloofde in een feestje dan in het feit dat zijn zoon misschien verstrikt was geraakt in iets anders, in een mythe uit een serie, sprak er niet meer over.
Maar diep in zijn hart wist de jongen: Ik bén Zorro.
De mythe als symbool dat het onbewuste raakt
Hier gebeurde het. Hier raakte de mythe het hart van het onbewust en beet zich erin vast. Want het idee van Zorro betekende méér voor de jongen dan alleen de serie zelf. Het was niet het ‘verhaal’ dat de jongen in zijn greep had. Het symbool van de Vos raakte het onbewuste van de jongen zelf.
Zo werd de jongen een man, die ook jaren later nog verstrikt was in zijn eigen mythe: altijd vechtend voor een betere wereld, onder een identiteit die niemand kende. Maar zijn gevecht vond niet heroïsch op het witte scherm plaats, maar binnen in hem, in zijn hart.
Om zelfs enkele decennia later, toen de jongen al lang en breed een man was geworden, te ontdekken dat hij nog altijd foeterend vocht tegen een wereld die niet was zoals hij wilde dat hij was.
De jongen, nu een man, deed dat nu op allerlei digitale fora, onder verschillende online identiteiten die niet het zijne waren. Als een digitale vos, strijdend tegen een corrupte wereld, waar hij geen invloed op uitoefende.
Tot hij een keer een digitale grens overschreed. En de hele echte werkelijkheid onfortuinlijk op de deurbel drukte.
De mythe is waar in ons leven
Wat een mythe juist tot mythe maakt – méér dan een verhaal – is dat het absoluut waar is. Omdat het werkelijk is. En wat het tot werkelijkheid maakt, is het het geloof dat dit leven, dit bestaan, precies zoals het zich presenteert, de hele mythe – het verhaal zelf – is.
Op het moment dat we verstrikt raken in een werkelijkheid die ons gevangen zet – mentaal, psychisch. In het ogenblik dat we merken dat we geen keuze lijken te hebben.
Dat is het moment dat de mythe zich laat kennen in ons leven. En het is vervolgens aan ons, om te begrijpen en te leren welke mythe we in ons eigen leven aan het manifesteren zijn. Niet in de vorm van metafoor. Maar áls ons leven.
Nogmaals: er schuift een vorm van waanzin in de mythe
“Mythologie begint waar de gekte zich aandient.” schrijft Joseph Campbell in zijn essay ‘De persoonlijke mythe’. De mythe draagt iets van waanzin in zich, omdat de mythe eigenlijk begint op het punt waar de behoeftepiramide van Maslow, of de daaruit weer afgeleide ERG-motivatietheorie van Clayton Alderfer, aan betekenis verliest.
Wie gegrepen is door een mythe, leeft niet langer voor motivaties als bestaanszekerheid (Existence), persoonlijke of sociale relaties (Relatedness), of zelfs maar persoonlijke ontwikkeling (Growth).
De mythologische mens leeft daar juist voorbij. De mythologische mens zal juist de persoonlijke relaties opgeven, zijn eigen veiligheid, ja, zelfs zijn leven, voor het leven van de eigen mythe.
Welke mythe leef je?
Daarom is het ook zo van belang om te begrijpen welke mythe je leeft. Zeker, het is niet altijd makkelijk – of zelfs maar mogelijk, misschien – om te weten door welk verhaal jij wordt ‘opgegeten’. Welke mythe je bij de mouw vastheeft.
Maar op het moment dat je ontdekt dat je klemzit in je leven – op het moment dat je jezelf als het ware aan het herhalen bent in je leven. Op het moment dat je allerlei vreemde patronen in je leven ziet?
Dan is het misschien tijd om op zoek gaan naar de persoonlijke mythe die jou in diens houdgreep heeft.
Disclaimer: Deze blog is zonder inmenging van ChatGTP, Gemini, Claude of welke andere vorm van kunstmatige intelligentie tot stand gekomen. Mijn teksten zijn altijd het werk van persoonlijke inzet en schrijversambacht. Het is geschreven door mijzelf, zonder assistentie of hulp van AI. Alle informatie, bronnen, citaten en illustraties zijn door mijzelf verzameld, bewerkt, nagekeken en beoordeeld.
Ontdek meer van Rogier Teerenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

















One thought on “De Dolle Mens en de verdwenen mythe”