Beeld van een vallende engel, als symbool voor de ervaring van verraad bij een blog over het trauma van verraad en de psychologie van Betrayal Trauma

Het trauma van verraad: hoe we opstaan na Betrayal Trauma

Wat het trauma van verraad doet met de ziel 

Wat doet verraad met een mens? Waarom kan een ervaring van verraad soms dieper snijden dan verlies, afwijzing of teleurstelling? In deze blog onderzoek ik het trauma van verraad. ‘Verraad’ vat ik daarbij op als ‘gebroken vertrouwen’, zoals dat bijvoorbeeld plaatsvindt bij intieme grensoverschrijdingen of door ouders die het vertrouwen van hun kinderen schenden. Maar denk ook aan het gebroken vertrouwen bij affaires, ‘vreemdgaan’, of het online bedrog bij catfishing, zoals dat gebeurde in de podcast ‘Op zoek naar Marlotte’ (waarover ik hier eerder schreef).

In deze blog kijk ik naar deze diverse vormen van verraad vanuit zowel de dieptepsychologie als de moderne psychologie. Ik onderzoek daarbij de relatie tussen vertrouwen, hechting en identiteit.

Aan de hand van een lezing van dieptepsycholoog James Hillman en een fragment uit de film ‘Touch Me’ (2025) exploreer ik eerst het Jungiaanse archetype van het Verraad – de verbanning uit het Paradijs. Vervolgens behandel ik het klinische begrip voor gebroken vertrouwen uit de moderne psychologie, een concept van psychologe Jennifer Freyd: het Betrayal Trauma

Tot slot behandel ik 5 gedragspatronen die vaak volgen op het gebroken vertrouwen, en wat de valkuilen van deze reacties zijn. Op deze manier probeer ik te laten zien dat verraad niet alleen de relatie met een ander beschadigt. Verraad doet meer: het tast het onderliggende fundament van veiligheid en vertrouwen aan. In het individu, én binnen de samenleving zelf. Toch kunnen we volgens mij, ook na gebroken vertrouwen, leren om weer op te staan.

Hoe we dat doen, ontdek je in deze blog.

Afbeelding van een vrouw die in vrije val door de lucht lijkt te zweven, als symbool voor het thema van de blog: dat verraad een psychische wond achterlaat die doordringt tot in de archetypische laag van de psyche

De psychologische wonden van verraad

In een oude lezing uit alweer 1964 gaat de Amerikaanse grondlegger van de archetypische psychologie en volgeling van Carl Jung, James Hillman, diep in op de psychologische wonden in de ziel van de mens na de ervaring van verraad. Hillman gaf zijn lezing voor het Gilde voor Pastorale Psychologie en begon daarvoor met een didactische illustratie van een van de diepste psychologische verwondingen die een mens kan oplopen: het trauma van verraad.

Hillman vertelt over een vader die zijn zoontje wil leren om moediger te worden. Steeds opnieuw, zo verhaalt Hillman, zet de vader het jongetje een trede hoger op een trap. De vader zegt tegen zijn zoon: “Spring maar, jongen, ik vang je wel op.” En iedere keer springt de jongen in blind vertrouwen – en iedere keer wordt hij opgevangen. Totdat het kind uiteindelijk van grote hoogte springt. 

De vader doet plotseling een stap achteruit. Het jongetje valt plat op zijn gezicht. Wanneer het kind uiteindelijk, huilend en bloedend, overeind gekrabbeld is, zegt zijn vader tegen hem:

“Dat zal je leren om iemand nooit helemaal te vertrouwen. Zelfs al is het je eigen vader.”

Still uit de film 'Wanted' waarbij iemand met een toetsenbord de tanden uit de mond wordt geslagen uit wraak voor jarenlang gepest te zijn, als symbool voor de pedagogiek van de baksteen

Het verraad in de pedagogiek van de stoeptegel

Hoe koud en cynisch we misschien ook zijn – misschien zo geworden door onze eigen opvoeding: we weten gezamenlijk dat deze ervaring van gebroken vertrouwen pijn doet. Het verraad door de ouder doet iets met een kind. Hier wordt intens voelbaar hoe de onschuld van de ziel aan stukken kan worden geslagen in de opvoeding, als onschuldig porselein in duizend stukken door de pedagogiek van een stoeptegel

Met dit voorbeeld maakt Hillman volgens mij de zielswond achter de ervaring van het trauma van verraad goed voelbaar: dit is de wond van het gebroken vertrouwen, open en bloedend.

Tegelijkertijd beperkt de ervaring van verraad zich natuurlijk niet enkel tot het moment waarop iemand ons laat vallen. Soms ontstaat de wond juist doordat iemand aanwezig is, ziet wat er gebeurt en ervoor kiest niets te doen. Verraad heeft vele gezichten. Maar misschien snijdt geen enkele vorm zo diep als het verraad van degene die had kunnen ingrijpen.

Het verraad van de voortijdige aanraking

Een ander verhaal, een stap verder. In de sci-fi-psychoseksuele dark-comedy/horrorfilm ‘Touch Me’ (2025) ontmoeten we onder andere de hoofdfiguur Joey (gespeeld door actrice Olivia Taylor Dudley).

Touch Me is een vrij bizarre en surreële film (dus nee: voordat je denkt dat ik de film hier nu aanraad? Ik vond het niet echt de moeite waard om te kijken, tenzij surreële horrorkomedie echt je ding is. Bekijk daarom voorafgaand aan het kijken van de film vooral eerst de trailer, of lees even een recensie, zoals deze uitgebreide review van ‘Touch Me’.).

Maar de kwaliteit van de film zelf maakt voor deze blog even niet uit. Het gaat me hier om het verhaal. En het verhaal gaat als volgt:

Joey is in Touch Me al langere tijd ontregeld en stuurloos. Naast haar werk raakt ze al snel, samen met haar beste vriend Craig, haar huis kwijt. Samen zoeken de twee codependente vrienden onderdak bij Joey’s ex, Brian. Brian blijkt, naast schatrijk, ook een rustgevende, bewustzijnsveranderende alien van wie de aanraking depressies geneest. En die daarnaast, per ongeluk, ook nog wat sinistere, wereldbedreigende geheimen met zich meedraagt. (Ik herhaal dus hier even: het gaat me in dit voorbeeld niet om de kwaliteit van de film).

Op een gegeven moment vinden we Joey in een spirituele helingssessie, zittend voor een buitenaards kristal, terwijl ze vertelt over haar jeugd.

Joey blijkt te zijn opgegroeid in verschillende pleeggezinnen (er is een reden waarom ze zo ronddwaalt door het leven en nergens echt houvast kan vinden). Bij een van deze pleeggezinnen had ze een pleegzus, Amy. In een eerder fragment vertelde Joey al dat ze Amy een keer heeft gebeten.

Wat nu volgt is de monoloog van Joey, waarin ze het verhaal vertelt waarom ze Amy eigenlijk beet.

De diepste wond zit in het verbreken van de veiligheid:

“Craig weet niet wat er met me is gebeurd. Niemand weet het. Nou ja, twee mensen wel. Maar hun namen verdienen het niet om hardop genoemd te worden. Amy zag hem onze kamer binnenkomen. En ze hoorde me proberen te schreeuwen toen hij zijn handen over mijn mond legde. En wat kreeg ik ervoor terug? Een Barbie-droomhuis? Een ijsfeestje met alle toeters en bellen? Geld? Nee. Maar Amy wel.”

“Amy zat zo vol met zwijggeld dat, tegen de tijd dat ik de moed had verzameld om het aan mijn leraar in groep 7 te vertellen en de kinderbescherming er alsnog bij betrokken raakte, ze tegen hen loog. Wil je weten waarom ik haar verdomme heb gebeten? Ik heb die trut gebeten, omdat ze deed alsof ze sliep, nacht na nacht, terwijl hij – die het niet verdient dat zijn naam hardop wordt genoemd – me 2 verdomde jaren lang op manieren aanraakte die ik nooit verdiende. Ik wens je de dood toe, Amy. Ik wens jou de dood toe, meer dan hem.”

Joey wenst Amy overigens nog wel wat meer toe in het slot van haar monoloog. Maar het is niet noodzakelijk om dat in deze blog te herhalen. Wat Joey verwoordt, illustreert hoe dan ook iets wat ook in het verhaal van Hillman zichtbaar wordt: 

De diepste wond in onze ziel ontstaat meestal niet doordat iemand ons pijn doet. Maar doordat degene aan wie we onze veiligheid hebben toevertrouwd die veiligheid verbreekt. 

Verraad is niet zomaar een vorm van pijn. Het is een aantasting – en in sommige gevallen bijna onherstelbaar in diens aard – van het vermogen om te kunnen vertrouwen. Juist daarom laat verraad zulke diepe sporen achter in de ziel.

Het verraad als maatschappelijk symbool: Treason en straf

“The penalty for treason is death!”

Op sociaal niveau zien we de symbolische sporen van de wonden van verraad terug in uitzonderlijke, extreme straffen die historisch bijna altijd op verraad hebben gestaan (lees bijvoorbeeld dit artikel over de straffen op verraad).

Op individueel, meer persoonlijk niveau, formuleert Joey deze symboliek in haar monoloog in Touch Me met de woorden: “I wish dead upon you, Amy, more than on him”. Hiermee geeft Joey ruimte aan de razernij die in haar doorsuddert op het trauma van gebroken vertrouwen.

De sociale symboliek van de extreme vormen van doodstraffen op verraad weerspiegelt daarbij eigenlijk een oudere, meer diepgaande en archetypische vorm van oerkennis: wanneer vertrouwen sterft, sterft er meer dan alleen een relatie. 

Met verraad sterft er iets wat zo diep ligt, dat als het niet tot in het extreme wordt vernietigd, er rotting toeslaat in het sociale weefsel van de samenleving.

Het verraad moet dus volstrekt ongedaan worden gemaakt – niet alleen om de daad zelf uit te wissen, maar om zelfs de mogelijkheid ervan weg te strippen uit de werkelijkheid.

Ik denk dat dit ook de reden is dat we, na de ervaring van het verraad, vaak een immense neiging hebben om de oude dingen van de ander uit te wissen, weg te vagen, te verbranden. Méér dan een act van razernij is het een diepere poging tot het vernietigen van de daad zelf.

In het strafrecht wordt het lichaam nog net niet verbrand, om de as vervolgens tot stof te vermalen. Op de ervaring van het trauma van verraad volgt eenzelfde vorm van psychologische veroordeling, meestal op de wijze zoals Jon Snow het in Game of Thrones zegt: ‘The penalty for treason is death.”

De lichamelijke destructie vormt het juridische symbool voor wat er gebeurt wanneer het sociale contract wordt verbroken tussen staat en burger. Het symboliseert wat er gebeurt wanneer dat waarop de relatie wordt gebouwd – namelijk: het vertrouwen – wordt doorbroken, doorgeknipt, vernietigd: nietig verklaard. 

Het trauma van verraad - de archetypische wond en de uitdrijving uit het Paradijs, gesymboliseerd door een schildering van een hart dat ontvlamt tegen de achtergrond van een verwoest landschap.

De archetypische wond: de uitdrijving uit het Paradijs

Oervertrouwen en ‘Animal Faith

Opvallend genoeg richt Joey daarbij haar woede ook niet primair op haar pleegvader, maar vooral op haar pleegzus. Dat doet ze niet, omdat het misbruik minder ernstig zou zijn. Maar vooral omdat Amy getuige was van haar lijden – en ervoor koos weg te kijken. Amy zag, maar zweeg. Ze loog en ontkende de werkelijkheid. 

Als wond in het hart van Joey’s monoloog ligt daarmee niet alleen de ervaring van seksuele overschrijding. Maar vooral ook de ervaring dat iemand wist dat dit gebeurde – en haar toch in de steek liet. Dat is de vorm van verraad die een mens geestelijk verbrijzelt en op diep psychologisch niveau – voorbij de oppervlakte van gedrag en psyche, tot in het fundament van de ziel – kan fragmenteren. 

Dit fundamentele verraad doet niet alleen pijn; het beschadigt het vermogen om te vertrouwen. Het verbreekt het psychologische contract waarop een relatie rust. Verraad raakt aan een fundament dat dieper ligt dan bewuste overtuigingen of gedrag. Het raakt aan wat James Hillman een vorm van oervertrouwen noemt en wat de Franse filosoof George Santayana beschreef als animal faith: het basale vertrouwen dat de werkelijkheid ons draagt. 

Verraad doorbreekt het vertrouwen dat de grond onder onze voeten werkelijk bestaat, dat de wereld morgen nog herkenbaar zal zijn, dat de mensen van wie we afhankelijk zijn niet plotseling zullen verdwijnen. In existentieel opzicht is verraad in feite zo’n fundamentele en diep traumatische ervaring, dat het me eigenlijk verbaast dat er in de psychologie zelf niet veel meer aandacht aan wordt besteed. 

Misschien ligt het verraad zelfs aan de basis van trauma zelf: verraad van het vertrouwen dat we hadden in de stabiliteit van de orde van het bestaan. 

Oervertrouwen en Animus: het Logos-principe

Daarmee komen we tegelijk aan bij de archetypische structuur van de psyche en hoe deze is opgebouwd. Ik schreef al eerder over de archetypische structuur en hoe diep de invloed van trauma hierop ingraaft (lees bijvoorbeeld mijn blogs over Trauma, dissociatie en de Tricksterdeel 1 en deel 2)

Vanuit het dieptepsychologische perspectief van Carl Jung is onze psyche feitelijk opgebouwd in een fundament van wat je een ‘oervertrouwen’ zou kunnen noemen. Het is het basale vertrouwen dat we hebben dat morgen de zon weer opkomt en dat de hemel niet naar beneden stort. 

Dit oervertrouwen wordt in archetypische zin en in mythologische taal gesymboliseerd door de toestand van het Paradijs. Niet omdat het paradijs een bestaande, historische plaats zou zijn. Maar omdat het een psychologische toestand symboliseert: het vertegenwoordigt de ervaring van volledige geborgenheid, absolute orde, zekerheid en vanzelfsprekendheid. Het Paradijs, dat is de ervaring dat de wereld gewoonweg klopt.

Het is de toestand van ultiem vertrouwen, zoals Adam in het boek Genesis diens God ultiem vertrouwt en zoals een zuigeling blind erop vertrouwt dat het gedragen wordt door de handen die het oppakken. Het is het oervertrouwen in een Aanwezigheid die de onveranderlijke kracht van het Andere vertegenwoordigt: een ordenend principe dat de wereld scheidt in orde en wanorde. En dat ons toestaat te leven in een wereld die geregeerd wordt door deze orde en zekerheid. 

Dit is het Logos-principe, het is wat Jung ook wel de Animus noemt: het is het principe van de betrouwbaarheid, de standvastigheid, de structuur, betekenis en logica; dat van het evenwicht en de rechtvaardigheid. Tegelijk geldt echter: geen mens blijft in het paradijs. We weten inmiddels dat het nooit goed afliep met het paradijs. De veronderstelling van het paradijs is uiteindelijk dat je eruit gegooid wordt. 

En in zekere zin herhalen we dit proces als mens – en dat geldt voor ieder dier in de wereld – keer op keer: we ontstaan in dat paradijselijke vat van de moederschoot, de baarmoeder. Hier bestaat de ‘temenos’, de veilige, heilige, afgescheiden en beschermde ‘container’: de veiligheid van het paradijs, de heiligheid van de baarmoeder – de stille ruis van moeders hart, de geruststellende toevoer van voedingsstoffen, simpel en veilig.

De ‘temenos’, de veilige, heilige, afgescheiden en beschermde ‘container’, geïllustreerd door een illustratie van de foetus in een lichtgevende schelp, als symbool voor de baarmoeder

De archetypische breuk van het verraad

Maar deze heilige ruimte waar het kind onaantastbaar is, moet verlaten worden. Dat is de werkelijkheid. Er is altijd de verstoting uit het Paradijs, we verlaten het moederslichaam noodgedwongen en we betreden het leven, schreeuwend en wel. En ergens, heel diep en fundamenteel, bestaat er in ons nog steeds het verlangen naar die paradijselijkheid van het oervertrouwen.

Hierom snijdt verraad zo diep: het legt de oude, archetypische wond bloot. Het herinnert ons eraan dat de zekerheid waarop we ons bestaan bouwen uiteindelijk kwetsbaar is. Dat zelfs de mensen die veiligheid beloven ons kunnen verlaten, misleiden of verraden. 

In zijn werk ‘The Mystery of Being’ stelt de Franse filosoof en existentialist Gabriël Marcel dat verraad eigenlijk het Kwaad zelf is. Want verraad, dat is voor Macel niet alleen een moreel falen, het is een ontologische scheur: 

Verraad is de fundamentele breuk in het onderliggende raamwerk van de realiteit

Het verraad als 'inwijding in het Grote Geheim' bij de blog 'het trauma van verraaad', geïllustreerd door een afbeelding van een vrouw die vanuit de schaduw naar een plek van licht loopt.

Het verraad als ‘Inwijding in het Grote Geheim’

Vanuit dieptepsychologisch perspectief is verraad dan ook veel meer dan een moreel falen. Het raakt aan een archetypisch patroon van verlies en verstoting dat diep in de menselijke ervaring verankerd ligt. De ervaring van verraad confronteert ons met een ongemakkelijke waarheid: absoluut vertrouwen bestaat niet. Iedere relatie, hoe liefdevol ook, draagt de mogelijkheid van teleurstelling al in zich. 

En toch blijven we vertrouwen. Dit is een van de grootste paradoxen van het menselijk bestaan. We weten dat vertrouwen gebroken kan worden. Maar zonder vertrouwen kunnen we niet leven. We bouwen vriendschappen, gezinnen, liefdesrelaties en samenlevingen op iets waarvan we nooit volledige zekerheid kunnen krijgen. 

Het maakt dat verraad tegelijk gezien kan worden als een van de meest fundamentele ‘inwijdingen in het Grote Geheim van het leven’: vertrouwen en verraad zijn aan elkaar verbonden. 

Het trauma van verraad. Verraad als  fundamentele 'inwijding in het Grote Geheim van het leven’: vertrouwen en verraad zijn aan elkaar verbonden. 

In een gezonde psychologische ontwikkeling zal het kind hier op den duur een eigen vrede mee sluiten. Het menselijke verlangen naar Logos – naar een onbreekbare eenheid – zal langzaam wegdrijven en op de achtergrond belanden en steeds dieper begraven worden onder het ontwikkelingsproces. Dit is hoe de psyche anatomisch zijn vorm krijgt. 

Maar in de kern ligt nog steeds deze ervaring: die van het paradijs. En die van de uitdrijving, de verstoting. De kern van onze psychische structuur is dus in feite gebaseerd op een scheur: oervertrouwen, en het verraad ervan, zijn aan elkaar verbonden in ons bestaan. 

Verraad en de psychologie van hechting

Verraad ligt besloten in onze geboorte, in onze ‘ter aarde koming’. Maar we vergeten dit – misschien ook omdat het werkelijke besef ervan bijna ondraaglijk is. En laat de ervaring van verraad het nu precies zijn die helemaal tot in de kern van die bepalende scheur doordringt: het raakt precies aan die fundamentele ondraaglijkheid van ons bestaan. 

Omdat we ergens, in de onderlaag van ons bewustzijn, de ware kennis in ons dragen: ons vertrouwen is gebaseerd op lucht, op het niets, op leegte. Een toestand van absoluut vertrouwen is in haar aard onmogelijk, want het verraadt zichzelf: het verraadt dat het weet dat met vertrouwen altijd de mogelijkheid tot het verraad al inbegrepen is. 

Verraders zijn daarbij natuurlijk niet alleen politieke figuren uit geschiedenisboeken. Het verraad verschijnt in het dagelijks leven: in gebroken beloften, geschonden geheimen, verlaten vriendschappen, ontrouw, misbruik van vertrouwen en het wegkijken wanneer iemand bescherming nodig heeft. Beloften worden verbroken; het gegeven woord was in feite al vals toen we onze monden openden. 

Verraad vormt daarmee in feite ons vertrouwen in de wereld. En we noemen dit proces vervolgens ‘volwassenwording’.

Het archetype van verraad – de verbanning uit het Paradijs – vormt op fundamenteel niveau, de basis voor onze ontwikkelingspsychologie: we vormen ons Zelf, ons gevoel van identiteit, in essentie op de breuklijn van de hechting

Dit inzicht vormt de sleutel om te begrijpen waarom de ervaring van verraad zo ontzettend diep kan raken. Vanuit dieptepsychologisch perspectief raakt verraad aan een archetypische wond: de ervaring van verlies, scheiding en verbanning uit het Paradijs. Toch blijft deze gedachte niet enkel beperkt tot mythologie of symboliek. 

Ook binnen de moderne psychologie bestaat een theorie die verraad beschouwt als een unieke vorm van trauma. Binnen de psychologie noemen ze dit de theorie van het Betrayal Trauma

De psychologie van het trauma van verraad (Betrayal Trama)

De psychologie van Betrayal Trauma: 

Loss of Self: als de bodem wegvalt

De Amerikaanse psycholoog Jennifer Freyd introduceerde in 1991 de term Betrayal Trauma. Met deze term verwijst Freyd naar een specifieke vorm van trauma die ontstaat wanneer iemand wordt verraden door een persoon of instelling waarop degene afhankelijk is voor veiligheid, bescherming of overleving. 

De theorie van Betrayal Trauma legt uit hoe het menselijk brein het trauma van verraad verwerkt, aanpast en soms zelfs zo ver onderdrukt dat het ‘vergeten’ wordt in het bewustzijn (terwijl het in het onbewuste nog doorwerkt). Daarbij is het belangrijk dat Betrayal Trauma onderkent dat niet ieder gevoel van verraad automatisch een trauma is. 

Verraad doet wel vrijwel altijd pijn. Maar Betrayal Trauma gaat een stap verder. Het raakt niet alleen de relatie met de ander, maar ook de relatie met jezelf.

Het onderzoek van Jennifer Freyd en klinisch psycholoog Melissa Platt laat zien dat mensen met een geschiedenis van betrayal trauma en het trauma van verraad vaker last hebben van:

  • dissociatie,
  • schaamte,
  • verhoogde stressreacties,
  • angst,
  • depressie,
  • slaapproblemen,
  • intrusieve gedachten, en:
  • vermijdingsgedrag.

Betrayal Trauma en de overlap met PTSS

Toch onderscheidt Betrayal Trauma zich vooral door een kenmerk dat minder zichtbaar is: een vorm van loss of self. Het verraad nestelt zich niet alleen in de herinnering, maar vooral in het gevoel van identiteit. Wie verraden wordt, begint vaak niet alleen aan de ander te twijfelen, maar ook aan zichzelf. Had ik het moeten zien aankomen? Heb ik signalen gemist? Was mijn vertrouwen naïef? 

Deze twijfel kan op den duur een vorm van ‘mental contagion’ aannemen. Herinner je je mijn veronderstelling waarom verraad misschien zo diep vernietigd moest worden in het strafrecht? Iets in het verraad heeft de neiging om zich in het sociale weefsel van de samenleving te bijten en daar te gaan knagen en zo te gaan rotten.

Op individueel niveau bestaat het wezenlijke gevaar van hetzelfde verschijnsel: het verlies van Zelf begint op den duur aan alles te knagen. Binnen de eigen identiteit begint het, in de vorm van zelftwijfel, te rotten aan het gevoel van Zelf.

Verraad gaat niet over verlies van liefde, maar over verlies van veiligheid

Verraad gaat op den duur dan ook niet zozeer over het verbreken van de liefde; het gaat over het doorbreken van het fundamentele gevoel van veiligheid. Een affaire kan bijvoorbeeld pijnlijk zijn vanwege het verlies van de relatie. Maar de diepste wond ontstaat vaak doordat een impliciete zekerheid wordt verbrijzeld. De persoon die veiligheid bood, blijkt tegelijkertijd degene die die veiligheid ondermijnt.

Dat is ook waarom Betrayal Trauma zeker niet beperkt blijft tot romantische relaties. De ervaring van het trauma van verraad kan ontstaan tussen ouder en kind, tussen vrienden, binnen families, religieuze gemeenschappen, organisaties of op de werkvloer. Overal waar vertrouwen een voorwaarde vormt voor veiligheid, bestaat ook de mogelijkheid van verraad.

Betrayal Trauma en hechtingsproblematiek

Vanuit psychologisch perspectief raakt het complex van Betrayal Trauma direct aan de hechting. Hechting vormt immers het emotionele fundament op grond waarvan wij leren te vertrouwen. Het vormt de basis voor het vertrouwen in anderen, in de wereld, en in onszelf.

Wanneer die basis relatief veilig is, ontstaat er ruimte voor gezonde afhankelijkheid, autonomie en verbinding. Wanneer de hechting onveilig is georganiseerd, worden latere ervaringen van verraad vaak versterkt doordat zij bestaande kwetsbaarheden raken.

Neem opnieuw het voorbeeld van een affaire:

Op oppervlakkig niveau gaat het om het verbreken van de meest basale relationele afspraak tussen twee mensen: ge zult geen ander begeren. Maar op een veel dieper niveau wordt de emotionele veiligheid van de relatie aangetast. Voor iemand met een kwetsbare hechtingsstructuur kan zo’n gebeurtenis daardoor veel meer raken dan alleen het verlies van exclusiviteit. Het raakt aan een oudere ervaring van onzekerheid, verlatenheid of afwijzing.

Hier raken moderne traumapsychologie en dieptepsychologie elkaar. Waar de analytische psychologie spreekt over de verbanning uit het Paradijs, spreekt de hechtingstheorie over verlies van veiligheid. De taal verschilt. Maar eigenlijk gaat het over hetzelfde: het Paradijs ís de veiligheid van het een-zijn met de moeder in de buik. 

Betrayal Trauma en het archetype van de verstoting uit het Paradijs, ze verwijzen naar dezelfde fundamentele ervaring; de grond onder onze voeten blijkt minder stabiel dan we dachten.

Hoe gaan we om met de wond van verraad?

“Ik droomde dat ik in mijn slaap was gestorven, maar nu moet ik weer tot leven worden gewekt om te sterven terwijl ik wakker en bij bewustzijn ben.”

Eenmaal verraden is de eerste schok uiteindelijk voorbij. Het bloed van de val is opgedroogd, de tranen zijn op, dagen zijn verstreken en het leven gaat verder. Maar dan dient zich een nieuwe vraag aan: wat doen we met de wond die achterblijft? Hoe staan we weer op? Hoe leven we verder nadat het vertrouwen waarop we steunden is gebroken?

De Jungiaanse therapeute Frances Wickes schreef in The Inner World of Choice dat de kunst van het leven uiteindelijk neerkomt op het ontwikkelen van het vermogen tot innerlijke keuze. Dat inzicht raakt volgens mij aan de kern van herstel na verraad. Want hoe pijnlijk het verraad ook is, het behoort uiteindelijk tot de handelingen van een ander. Wat buiten onze invloed ligt, is gebeurd. Wat binnen onze invloed ligt, is de manier waarop we ermee omgaan. Hier ligt onze keuze en de mogelijkheid tot kracht.

Reactiepatronen na het trauma van verraad: 

5 Valkuilen en hun tegenbewegingen

Dat betekent overigens niet dat iedere reactie vrij gekozen kan worden. Integendeel. Verraad roept vaak voorspelbare psychologische patronen op. Sommige daarvan bieden tijdelijk verlichting, maar verdiepen uiteindelijk de wond. Ik geef hieronder 5 van de meest gebruikelijke reactiepatronen op het trauma van verraad. Daarna zet ik ze meer uitgebreid uiteen.

  1. Wraak
  2. Zelfverraad
  3. Ontkenning
  4. Paranoia
  5. Cynisme

Wraak

1. Wraak: de impulsieve energie van de vergelding

Wraak is misschien wel de meest begrijpelijke reactie op verraad. Wanneer de bodem onder je wegvalt, komt er vaak een enorme hoeveelheid woede vrij. Die woede is niet vreemd of ongepast; zij weerspiegelt de ernst van de overtreding. 

Meditatieleraar en klinisch psycholoog Jack Kornfield beschrijft bijvoorbeeld hoe hij eens een vrouw begeleidde die na een affaire werd overspoeld door woede en verdriet. Nu is Jack één van de zachtaardigste mensen in de wereld die ik ken. Toch vroeg hij haar, in plaats van haar gevoelens direct te corrigeren, met zachte humor eerst: “Heb je aan wraak gedacht?”

Ook de Tibetaans boeddhistische lerares Pema Chödrön beschreef ooit hoe zij, nadat haar echtgenoot onverwacht een affaire had opgebiecht, in een impuls een steen naar zijn hoofd gooide. Dat soort reacties laat zien hoe krachtig de impuls tot vergelding kan zijn. Wraak biedt een gevoel van tijdelijke ontlading. Even lijkt de balans hersteld. Maar die verlichting houdt zelden stand.

Bij de gedachte aan wraak blijft de eigen aandacht gericht op de verrader. Het bewustzijn blijft cirkelen rond de gebeurtenis. De geest raakt gefixeerd op wat er is gebeurd, op wat had moeten gebeuren en op wat de ander verdient. Daarin schuilt dan ook het werkelijke gevaar van wraak. Niet omdat de wraak boosheid uitdrukt – dat is normaal. Maar omdat het de psyche gevangen houdt in het verraad zelf. De wond blijft centraal staan. Het leven blijft draaien om degene die de wond heeft veroorzaakt.

Zo wordt wraak uiteindelijk een tweede gevangenis, gebouwd op de fundamenten van de eerste. De geest raakt verstrikt in boosaardige, giftig broedende fantasieën, zoals Joey die uiteindelijk ook oppert in ‘Touch Me’. De gedachte aan wraak heeft de neiging om het bewustzijn te fixeren op het rumineren op het verraad zelf en geconcentreerd te raken op de verrader. 

Wraak leidt uiteindelijk tot een ongezonde bewustzijnsvernauwing, die niets meer te maken heeft met ‘loutering’ en het ontladen van energie. Wraak vergiftigt de eigen geest langzaam – denk terug aan de mentale besmetting, zoals genoemd bij Betrayal Trauma – met uiteindelijk vooral gevolgen voor het eigen Zelf. 

Zelfverraad

2. Zelfverraad: het omgekeerde alchemistische proces

Wanneer we iemand vertrouwen, openen we iets in onszelf. We laten iets zien wat normaal verborgen blijft: een geheim, een verlangen, een angst, een kwetsbaarheid. Iets wat raakt aan onze diepste waarden en aan wie we zijn. Juist daarom voelt verraad zo vernietigend. Het is niet alleen een relatie die beschadigd raakt; iets wat met zorg werd toevertrouwd, wordt plotseling achteloos behandeld. Wat waardevol leek, lijkt in één klap waardeloos gemaakt.

James Hillman beschrijft dit proces treffend wanneer hij schrijft dat verraad het alchemistische proces omkeert: goud wordt afval, helder water verandert in urine. Wat betekenisvol was, lijkt plotseling gereduceerd tot niets. De verleiding ontstaat dan om hetzelfde te gaan doen. Als de ander zo achteloos met vertrouwen omging, waarom zouden wij dat dan niet doen? 

Als vriendschap blijkbaar weinig betekent, waarom zouden wij er dan nog waarde aan hechten? Als liefde verraden kan worden, waarom zouden wij onszelf nog kwetsbaar maken? Hier ontstaat wat misschien wel de gevaarlijkste reactie op verraad is: zelfverraad.

We nemen de daad van de ander als voorbeeld en beginnen tegen onze eigen waarden in te leven. Niet omdat dit werkelijk bij ons past, maar omdat het ons beschermt tegen nieuwe kwetsing. We sluiten delen van onszelf af. We worden cynischer, harder, afstandelijker. We overtuigen onszelf ervan dat we veranderd zijn, terwijl we in werkelijkheid vooral bang zijn geworden.

Op die manier raken we niet alleen verwijderd van de ander, maar ook van onszelf. Carl Jung beschreef dit als de kern van neurose: het is een vorm van oneigenlijk lijden. Het is het leven dat niet volledig meer wordt geleefd. In die zin kan zelfverraad worden gezien als een poging om aan de pijn van het verraad te ontsnappen door ons eigen wezen – onze kern, ons eigen Zelf – te verlaten.

Maar wat niet wordt doorleefd, verdwijnt niet. Het blijft zich uitdrukken in relaties, keuzes en gedrag. Zoals Jung schreef in zijn essay ‘Aion: Onderzoek naar de fenomenologie van het zelf’:

“De psychologische wet luidt dat wanneer een innerlijke situatie niet tot bewustzijn wordt gebracht, deze zich in de buitenwereld manifesteert als het lot. Met andere woorden: wanneer het individu onverdeeld blijft en zich niet bewust wordt van zijn innerlijke tegenpool, moet de wereld noodgedwongen het conflict uitvechten en in twee tegengestelde helften worden verscheurd.”

Verraad scheurt onherstelbaar in tweeën. Zolang we de onherstelbaarheid ervan niet aanvaarden, zullen we de wereld, en onszelf in het verlengde ervan, verder verscheuren, tot er niets over is van onze eigen waarden en waar we eens voor stonden. En zelfs dan nog zullen we blind blijven schreeuwen naar de onbereikbare ander. 

Herstel begint daarom niet met het ongedaan maken van het verraad, maar met het weigeren om onszelf als tweede slachtoffer ervan op te offeren. De uitdaging is niet om de pijn te ontlopen. Maar om haar te leren dragen, zonder afstand te nemen van wie wij Zelf zijn, in onze Ziel, in onze kern.

Ontkenning

3.Ontkenning: compensatie op de idealisering

Een andere veelvoorkomende reactie op verraad is die van ontkenning. Opvallend genoeg verschijnt deze ontkenning vaak in omgekeerde vorm. Waar de verrader voorheen werd geïdealiseerd, wordt diezelfde persoon na het verraad volledig gedevalueerd. De geliefde verandert plotseling in een monster, de vriend in een bedrieger, de collega was altijd al een sociopaat. 

Soms zijn zulke oordelen terecht. Maar vaak weerspiegelen zij ook een psychologische compensatie op eerdere idealisering. De werkelijkheid is namelijk dat mensen zelden volledig goed of volledig slecht zijn. Wie verraden wordt, ontdekt niet alleen iets over de ander, maar ook iets over de eigen blindheid. 

Achter veel ervaringen van verraad schuilt vaak ook een vorm van oververtrouwen in de ander: een weigering om de ambiguïteit van menselijke relaties werkelijk onder ogen te zien. Deels namen we sommige signalen ook voor lief, of zagen we bepaald gedrag door de vingers, ‘want hij was toch ook lief’, ‘ze bedoelt het niet zo’, etc. Nadien proberen we dan onze eigen blinde vlekken te compenseren. Maar eigenlijk zijn we aan het ontkennen dat we zelf ook een bepaalde verantwoordelijkheid dragen, al is dat het hele plaatje leren te zien.

Ontkenning houdt daarom niet alleen in dat we het verraad wegdrukken. Het kan ook betekenen dat we weigeren de volledige werkelijkheid van de ander te erkennen: zowel de kwaliteiten die we liefhadden, als de tekortkomingen die we liever niet zagen, samen, in één persoon. Dat te zien is werkelijk een proces van volwassen worden.

Paranoia

4. Paranoia: de onmogelijkheid te leven zonder onzekerheid

Waar zelfverraad leidt tot afsluiting van de eigen waarden, leidt het andere reactiepatroon, dat van de paranoia, tot een obsessieve controle. Na een ervaring van verraad ontstaat gemakkelijk de wens om iedere toekomstige kwetsing uit te sluiten. We gaan op zoek naar garanties. We willen absolute loyaliteit, absolute zekerheid en absolute veiligheid. 

Maar precies daar ontstaat een paradox. Vertrouwen bestaat immers alleen waar ook de mogelijkheid van verraad bestaat. Wanneer alle risico wordt uitgesloten, spreken we niet langer over vertrouwen, maar over controle. De paranoïde houding probeert daarom iets onmogelijks te bereiken: een relatie zonder onzekerheid. 

Een liefde zonder risico. Een verbinding waarin geen enkele teleurstelling meer kan plaatsvinden. Dat is het Paradijs. Maar het Paradijs zijn we voorbij; zulke relaties bestaan niet. Iedere belofte kent grenzen. Iedere mens is feilbaar. Niet omdat mensen noodzakelijk slecht zijn. Maar omdat het leven zelf veel groter is dan onze voornemens, afspraken en verwachtingen. 

Daarom kan herstel na verraad uiteindelijk niet bestaan uit het afdwingen van nieuwe garanties. Het bestaat uit het verdragen van onzekerheid. 

Dit is misschien de moeilijkste les van allemaal. Het paradijs keert niet terug. De ervaring van absolute veiligheid laat zich niet herstellen. Wat wel mogelijk is, is een dieper vertrouwen ontwikkelen: niet in de onfeilbaarheid van anderen, maar in het vermogen om te leven mét kwetsbaarheid, met het verlies en de onzekerheid. 

Jung verwoordde dit misschien nog het scherpst toen hij schreef dat een mens uiteindelijk alleen moet zijn om te ontdekken wat hem draagt wanneer niets anders hem nog kan dragen. In Psychologie en Alchemie (GW 13, p.43) schreef Jung:

“Ik weet uit ervaring dat alle dwang, of het nu suggestie, insinuatie, of welke andere overtuigingsmethode ook is, uiteindelijk niets anders dan een hindernis blijkt te zijn voor de hoogste en meest bepalende ervaring van alles: alleen zijn met het eigen Zelf (of hoe men de objectiviteit van de psyche ook wenst te noemen).

De mens moet alleen zijn, wil hij ontdekken wat het is dat hem steunt als hij zichzelf niet langer kan steunen. Alleen déze ervaring kan hem een onverwoestbare basis geven.”

Zolang we de eenzaamheid van het verraad niet zelf onder ogen zien, heeft de basis van vertrouwen in onze ziel nooit een werkelijke grond. Daar ligt uiteindelijk het tegenovergestelde van verraad. De ziel zal moeten zien dat er inderdaad geen grond is – en dat de volgende stap in het leven tóch nog steeds gezet kan worden. Dat we wel degelijk voluit kunnen leven in de wereld, ook zonder de garantie dat niemand ons meer teleurstelt. Maar in het besef dat wij ook na de teleurstelling rechtop kunnen blijven staan.

De honende lach en het cynisme als gedragspatroon na verraad, met de afbeelding van de 'this is fine'-meme als illustratie van het cynisme: een strip met twee plaatjes waarin een hond aan een tafel zit met een kop koffie. De kamer staat in brand.

Cynisme

5. Cynisme: de honende lach als verdediging

Misschien is cynisme uiteindelijk wel de laatste verdedigingslinie tegen verraad. Wanneer vertrouwen wordt gebroken, ontstaat gemakkelijk de neiging om niet alleen de verrader af te wijzen, maar ook datgene waarin we ooit geloofden. Liefde wordt een illusie. Vriendschap is eigenlijk een transactie. Therapie, een verdienmodel. Idealen worden naïef. Hoop wordt domheid.

Op individueel niveau is cynisme al een vorm van verharding. Maar Jennifer Freyd wees er met haar definitie van het Betrayal Trauma ook op dat verraad niet alleen tussen mensen plaatsvindt. Ook instellingen, organisaties en samenlevingen kunnen verraden. Daarom is cynisme meer dan een persoonlijke houding. Het kan ook een culturele, maatschappelijke houding worden.

Misschien is dat precies waarom bijvoorbeeld de Trust-Fall-video uit het begin van deze blog zo’n hoog viraal gehalte heeft. Het gaat immers om het cynische lachen om de pijn van de breuk van vertrouwen. We doen alsof verraad iets ‘doods’ is, iets waar ‘we maar mee moeten leren omgaan’. Alsof het iets zinloos is, zonder betekenis. Alsof er geen groei in verraad te vinden is – zoals een verbrande vogel zonder as eigenlijk nooit een een feniks kan zijn. 

Maar door deze cynische kijk op de ervaring van verraad – door de honende lach en het wijzen: ‘Kijk dan, wat grappig: het kind lijdt pijn omdat het verraden wordt door de eigen ouder’ – ontstaat ook een vicieuze, neerdalende spiraal in de samenleving. 

Het cynisme als reactie op verraad is eigenlijk de rot die plaatsvindt in het fundament van onze maatschappij: met het cynisme verraadt het precies de principes en idealen waar een gezonde samenleving op bouwt.

Want eigenlijk zijn we teleurgesteld en gewond geraakt. Het hart van de samenleving bloedt door het verraad – denk opnieuw aan het ‘besmettingsgevaar’ van verraad. Kijk bijvoorbeeld eens naar de toeslagenaffaire als voorbeeld van institutioneel verraad, en de ermee samenhangende olievlek aan gevolgen: onoverzienbare schulden, faillissement, dakloosheid, gezinsdrama’s, uithuisplaatsingen van kinderen, echtscheidingen.

Het meest cynische is dat de verantwoordelijkheid voor dit institutionele verraad tot in de hersteloperatie zelf eigenlijk voortdurend halfslachtig verliep. Alsof de organisatie eigenlijk ook geen raad wist met het eigen verraad: het kon er niet voor staan, maar kon er ook niet achter staan. En dus werd het maar uitbesteed. Lees bijvoorbeeld dit artikel (2024): In de organisatie kwamen we dan ook regelmatig cynisme tegen ten aanzien van de hele hersteloperatie

En wij bleven min of meer onze schouders ophalen. Het verraad is eigenlijk zo groot dat we er ons geen echte houding tegen weten aan te nemen. Met de houding van cynisme doet alsof het ons beschermt tegen verraad. Terwijl het in werkelijkheid vaak een manier is om niet langer te hoeven voelen hoe diep de wond van het (maatschappelijk) verraad werkelijk gaat. 

Cynisme weerhoudt ons er uiteindelijk van dat we als maatschappij en als individu verantwoordelijkheid nemen voor de schade die er is ontstaan vanuit het verraad. Inclusief de schade aan onszelf.

Hoe staan we op na verraad?

In zijn essay uit 1964 over verraad stelt James Hillman een ongemakkelijke vraag:

“Als je er zeker van bent dat je heelhuids wegkomt met vertrouwen, wat heb je dan werkelijk gegeven?”

Dat is misschien wel de eerlijkste vraag die in het hele thema besloten ligt. Want als je alleen vertrouwt wanneer je zeker weet dat je wordt opgevangen, is het dan nog vertrouwen? De jongen uit het verhaal springt omdat hij gelooft dat zijn vader hem zal opvangen. Dat vertrouwen wordt – op heel pijnlijke wijze – beschaamd. En juist daarom raakt het verhaal ons zo diep.

Niet omdat de vader onbetrouwbaar blijkt. Maar omdat het verhaal iets blootlegt wat wij liever niet willen weten. Namelijk dat geen enkele relatie, geen enkele belofte en geen enkel mens volledige zekerheid kan bieden. Dat geldt voor liefdesrelaties. Voor vriendschappen. Voor ouders. Voor leraren. Voor therapeuten. Voor samenlevingen. Zoals Jack Kornfield het zegt: “We zijn uiteindelijk allemaal verraden. Ieder van ons kent verraad.”

En uiteindelijk verraden we zelfs onszelf, omdat we dachten dat we konden vertrouwen en er heelhuids vanaf konden komen. Dat maakt verraad zo traumatisch. Het beschadigt niet alleen een relatie. Het confronteert ons ook met de kwetsbaarheid die altijd al aanwezig was.

De kern van het Zelf:

Vertrouwen als daad van bestaansmoed

Toch ligt daar misschien ook een mogelijkheid tot groei. Niet omdat verraad ‘goed’ zou zijn. Deze blog is uiteindelijk geen fabeltje of een existentiële zen-koan, geen metaforisch verhaal waar je lekker op kunt mediteren of over kunt filosoferen.

Verraad is echt en het doet niet alleen pijn; het raakt aan de kern van onze ziel en scheurt en bijt en knaagt en verminkt. Maar het Grote Geheim is dat vertrouwen en verraad verbonden zijn. Dat waren ze altijd al. En dus dwingt de ervaring van verraad ons om een dieper soort vertrouwen te ontwikkelen. Geen vertrouwen dat probeert elk risico uit te sluiten. Maar vertrouwen dat blijft bestaan terwijl het risico zichtbaar is.

Misschien is dat uiteindelijk wat Hillman bedoelde: het paradijs keert niet terug. De zekerheid dat iemand ons altijd zal opvangen, bestaat niet. De mogelijkheid van verlies, teleurstelling en verraad hoort bij het menselijk bestaan. Juist daarom blijft vertrouwen een daad van moed: de moed om te bestaan.

Ook na het trauma van verraad kunnen we leren om weer op te staan

Net zoals de zoon uit de lezing van Hillman aan het begin van deze blog zijn vader tegemoet springt, zo springen wij ons leven tegemoet. Als dat leven ons dan breekt in ons vertrouwen, dan doet dat pijn tot in het bot; het kerft een wond in ons, een wond diep tot in de ziel.

Maar we kunnen leren om weer op te staan. Om toch opnieuw te leren springen, maar nu niet omdat we het leven ‘maar moeten vertrouwen’, zoals de jongen zijn vader ‘maar moest vertrouwen’. Maar omdat het springen – net als het vallen – een vitaal onderdeel is van het leven zelf. 

We kunnen door ons gebroken vertrouwen leren om het leven tegemoet te treden. Niet met gesloten ogen, maar met de ogen wijd open. Ja, misschien hebben we geluk en worden we opgevangen; maar misschien ook niet. Dat is niet minder geluk. Het leven bestaat uiteindelijk niet in de dichotomie van geluk of falen. Het bestaat in het omarmen van het risico van het verraad in het vertrouwen zelf.

Dus uiteindelijk springen we, opnieuw, opnieuw en opnieuw, in de liefde, in vriendschap, in relaties, in onze levensreis, omdat dit de enige weg is om bij de onaantastbare onverdeeldheid van ons eigen Zelf te komen: de zelfstandige, diamanten kern van ons hart. Standvastig. En in oervertrouwen, verbonden met onszelf.

Blog over het trauma van verraad en het Betrayal Trauma, geïllustreerd door een dansende vrouw in een houding van doorbraak en energie, tegen een mystieke gifgroene achtergrond, met een citaat van Brené Brown naast zich als inspiratie:  “Our job is not to deny the story, but to defy the ending—to rise strong, recognize our story, and rumble with the truth until we get to a place where we think, Yes. This is what happened. And I will choose how the story ends.”

“Our job is not to deny the story, but to defy the ending: to rise strong, recognize our story, and rumble with the truth, until we get to a place where we think: “Yes. This is what happened. And I will choose how the story ends.” – Brené Brown, Rising Strong


Ontdek meer van Rogier Teerenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie