Zoeken naar Marlotte en de crisis van waarheid in het digitale tijdperk.
De Zembla-podcastserie Op zoek naar Marlotte illustreert wat er gebeurt als online bedrog en grenzeloze empathie samenkomen, en werpt daarnaast vragen op over journalistieke ethiek, online vertrouwen en de psychologische dynamiek tussen bedrieger en bedrogene. Deze blog biedt een analyse van de podcast en biedt zo inzicht in de psychologie van catfishing, pseudologia fantastica en pathologisch liegen. De blog eindigt met een alternatief perspectief op hoe online vertrouwen vorm kan worden gegeven, op journalistieke ethiek en op de psychologische dynamiek tussen bedrieger en bedrogene.

Op zoek naar een meisje dat nooit heeft bestaan
Eind september 2025 verschijnt er ergens in mijn social-mediafeed een mysterieuze trailer van een nieuwe Zembla-podcast. Normaal gesproken luister ik zelden naar podcasts. Maar deze trailer weet toch wel de aandacht te grijpen. Dat komt vooral door de openingsvraag in de begeleidende tekst:
“Hoe kan het dat een 13-jarig meisje jarenlang alleen in een ziekenhuis ligt, zonder ouders of voogd, zonder dat iemand naar haar omkijkt?”
Alleen die vraag is al meer dan voldoende om de aandacht te trekken. Maar daar blijft het niet bij. De trailer bouwt verder aan het mysterie en eindigt met een perfecte cliffhanger: “Dit is Marlotte. En ik zou je haar verhaal vertellen. Want Marlotte… (theatrale stilte)… heeft nooit bestaan.”
De video sluit af met theatrale uitroepen als: #OhMyGod”, #“FuckingHell en #DitIsEchtFuckedUp”.
De toon is gezet: hier gaat een verhaal verteld worden dat schuurt, intrigeert en ontregelt.
De podcast ‘Op zoek naar Marlotte’, kort samengevat
Het gaat hier natuurlijk om de podcast Op zoek naar Marlotte, een van de succesvolste podcasts van onderzoeksprogramma Zembla. De eerste aflevering werd binnen drie weken zo’n 300.000 keer beluisterd; binnen een maand stond de teller op ruim drie miljoen luisteraars.
Voor wie niet weet waar het over gaat (maar volgens mij heb je dan misschien onder een stoeptegel gelegen?), volgt hieronder een beknopte samenvatting.
De 21-jarige psychologiestudente Annika werkt in het najaar van 2020 als vrijwilliger bij de Kindertelefoon. Daar krijgt ze contact met een 13-jarig meisje, Marlotte. Het meisje vertelt dat ze met ernstige brandwonden in het ziekenhuis ligt en geen ouders of voogd heeft. Annika onderhoudt uiteindelijk ruim drie jaar contact met haar. Gedurende die periode zou Marlotte onafgebroken in het ziekenhuis verblijven, tot ze, op 16-jarige leeftijd, overlijdt.
Wanneer Annika duidelijkheid wil over wat er met Marlotte is gebeurd, benadert ze Zembla. Zij overhandigt de redactie meer dan duizend pagina’s aan WhatsApp-gesprekken en aanvullende documentatie. Wat begint als een journalistiek onderzoek dat zich concentreert op het blootleggen van een mogelijke misstand in de zorg, ontwikkelt zich langzaam tot iets anders. De feiten kloppen niet. Het verhaal rammelt.
De conclusie: Marlotte heeft nooit bestaan. Het personage is volledig geconstrueerd. Marlotte is bedacht en bij elkaar gefantaseerd door iemand die door de redactie aangeduid als ‘Roos’ — die het fictieve verhaal jarenlang consistent in stand heeft gehouden.
Wanneer de onderzoeksvraag het verliest van het verhaal
Verhalend gezien is de podcast ijzersterk. Door de clou van het verhaal van tevoren weg te geven, raakt er namelijk niets verloren: er ontstaat juist een directe spanning bij de luisteraars. We willen allemaal weten hoe dat nu zit. Verhaaltechnisch is het dus een enorm slimme zet.
De afleveringen zijn bovendien zeer zorgvuldig opgebouwd, met een spanningsboog die eerder doet denken aan een thriller dan aan onderzoeksjournalistiek. En het werkt: ook ik heb – samen met (dus) bijna drie miljoen anderen – ademloos geluisterd en aflevering na aflevering zitten bingen.
Er zitten beschrijvingen in die ik me nu nog, een kleine anderhalve maand later na het luisteren van de afleveringen, nog steeds kan herinneren. De beschrijving van een theezakje bijvoorbeeld, dat in het doorzichtige kopje met heet water bloedrood kleurt bij het uiteindelijke confrontatiegesprek tussen de podcastmakers, journaliste Lizzy Diercks en hoofdredacteur Roelof Bosma, en natuurlijk Marlotte/Roos.
De kleur van de kluisjes in de redactiezaal is blijven hangen. En vooral dan die gele Post-it-note, daar, midden op het whiteboard, tussen alle andere magneten, met daarop in dikke zwarte viltstiftstrepen die ene vraag – eigenlijk de enige vraag die leidend had moeten zijn in het hele onderzoek – in drie woorden opgeschreven:
“Is Dit Echt?”
Een verhaal over onkunde en irrelevantie
Tegelijk blijkt uiteindelijk dat het hele journalistieke onderzoek juist dáár op ontspoorde. Precies omdat die vraag juist niet centraal stond. De podcast ontbreekt het absoluut niet aan vertelkunst. Maar binnen de journalistiek heeft er wel degelijk een verschuiving in focus plaatsgevonden. En daar lijkt ‘Op zoek naar Marlotte’ een duidelijk voorbeeld van.
Want in dit verhaal van Marlotte, in deze podcast, is Annika eigenlijk niet het slachtoffer (dat is ze wel, natuurlijk). Maar naast Annika zijn de lammeren voor de slachtbank hier de journalisten zelf geweest.
Waar journalistiek in oorsprong draait (of behoort te draaien) om waarheidsvinding en maatschappelijke relevantie, lijkt hier duidelijk iets anders de hoofdrol te spelen. Want, hoewel de eindredacteur heel graag (en herhaaldelijk) de motivationele vlag van ‘misstanden in de (jeugd)zorg aan het licht brengen’ hijst. De werkelijkheid is dat wat écht telt het succes is – liefst uitgedrukt in kijk- en luistercijfers – van het verhaal. Onderliggend aan ‘Marlotte’ is dat waarvoor de journalisten hier zijn gevallen.
Want helaas: ook dat is écht. De cijfers tellen, ook in journalistenland. Het blijkt onder andere uit een bericht van de betreffende eindredacteur zelf, waarin hij enthousiast vermeldt: “Met onze podcast breken we momenteel alle records” (voorzien van diverse uitroeptekens).
Natuurlijk snap ik best dat je trots bent op je bereik (ik kijk uiteindelijk ook naar de statistieken van de blogs die ik publiceer – stelt iedere keer weer teleur, moet ik zeggen ;-).) Maar is dat dan waar het om draait? Want: wat hebben die luistercijfers nu echt te maken met het lijden van Annika en, uiteindelijk ook, Roos?
Hoge cijfers zijn niet hetzelfde als journalistieke relevantie. Hoge cijfers scoort het nieuwste boek van Stephen King ook. Dat maakt het boek van Stephen King nog geen journalistiek verslag. Maar wel een smeuïg entertainmentverhaal. En dat geldt nu ook voor ‘Op zoek naar Marlotte’. De podcast vermaakt. Maar is het journalistiek?
Deze (fikse) kritiek komt zeker niet alleen van mij. Integendeel, ik sta hierin ver achter in de rij en zelfs als de laagste op de ladder (als ik zelfs maar zicht heb op iets van een ladder).
Hoe dan ook ontvangt de podcast naast lof ook stevige, publieke en inhoudelijke kritiek. Zo spreekt onderzoeksjournalist Dieuwertje Kuijpers in een uitgebreide review van ‘Op zoek naar Marlotte’ bijvoorbeeld zelfs van een ”Exposé van journalistieke onkunde”.
Het ontbreken van feitelijke toetsing
Een belangrijk deel van de kritiek richt zich op het uitblijven van basale verificatie. Zo vraagt een longarts zich publiekelijk af hoe het mogelijk is dat een onderzoeksredactie zich zo laat meeslepen door een narratief, dat daarmee de elementaire, feitelijke toetsing achterwege blijft.
Immers: een enkel telefoontje met een medisch professional — geen specialist, maar een willekeurige arts — had volstaan om één kernclaim onderuit te halen: drieënhalf jaar onafgebroken op een intensivecare-afdeling verblijven zonder dat dit wordt opgemerkt of geregistreerd, is simpelweg onmogelijk. Punt. Einde verhaal.
Dus daar had het verhaal al kunnen eindigen.
Het ontbreken van journalistieke relevantie
Die eerste kritiek leidt rechtstreeks naar de tweede, fundamentelere vraag: wat is de journalistieke relevantie van dit verhaal?
Waarom moest dit verhaal écht verteld worden? Want, hoe goed verteld ook, uiteindelijk blijft vooral dit over: een journalistiek team ontdekt dat het zelf eigenlijk is gecatfished.
Dat gegeven duidt op zichzelf niet op een misstand (behalve misschien binnen de journalistiek zelf). Maar het is geen maatschappelijk probleem en ook geen onthulling. Het is een ervaring — interessant, ja — maar geen journalistiek noodzakelijk verhaal.
Theater dat zich voordoet als journalistiek
De eerlijkheid moet toegeven: de makers erkennen dit in interviews deels ook zelf. Toch gaat de podcast er zelf nauwelijks op in. In plaats daarvan wordt het verhaal gepresenteerd als true crime: spannend, mysterieus en emotioneel geladen. Maar wat ontbreekt, is (wat mij betreft) de inhoudelijke verdieping.
“Dagdromen die overlopen in de realiteit…”
Er wordt bijvoorbeeld niets uitgelegd over het psychologische mechanisme achter online bedrog. We krijgen geen werkelijk inzicht in de psychologie van Annika of van Roos. Pas laat in de serie valt er één relevant begrip: pseudologia fantastica. Maar ook dat begrip blijft eigenlijk hangen in de marge. Er wordt een psychiater naar voren geschoven die iets mag mompelen over “dagdromen die overlopen in de realiteit”.
Maar het gesprek tussen journalist en psychiater functioneert vooral als dramaturgisch hulpmiddel — vergelijkbaar met de profiler die naar voren wordt geschoven in een klassieke true-crime-aflevering, om de psychologische motieven van de ‘serial killer’ in sappige, populaire termen toe te lichten.
Nergens in de podcast bespeur ik iets van een doel om te begrijpen. Wel om te rationaliseren: waarom er fouten zijn gemaakt in de randvoorwaarden van het onderzoek – opnieuw ‘Ja, misstanden in de zorg zijn altijd erger dan je je kunt voorstellen.’ Maar narratologisch is de podcast ingericht om de spanning in het verhaal erin te houden. En precies daar wringt het.
Want voorbij het entertainment had dit verhaal bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden om mensen weerbaarder te maken in een online wereld vol misleiding. Om inzicht te bieden in hoe catfishing werkt, psychologisch én relationeel. Dat had gekund, als de makers tenminste expliciet hadden gekozen voor dát verhaal.
Zoals Pieter van Os in de NRC over ‘Op zoek naar Marlotte’ scherp observeert: niet de zoektocht van de journalisten was het interessante deel. Echt interessant was degene naar wie gezocht werd. Maar die kreeg in feite tegelijkertijd eigenlijk de minste aandacht: dat was de creator van de fictie van Marlotte. Degene die in de podcast telkens dramatisch werd aangekondigd met de woorden:
“Dat is Roos.”
Over catfishing, pathologisch liegen en pseudologia fantastica
‘Social catfishing’ en de behoefte aan verbinding
Marlotte was dus uiteindelijk geen persoon. Ze bleek een online samengestelde identiteit, gecreëerd om contact te maken. Daarmee vormt het verhaal ‘Op zoek naar Marlotte’ eigenlijk een bijna schoolvoorbeeld van catfishing.
Catfishing wordt doorgaans gedefinieerd als het online aannemen van een valse identiteit, met verzonnen naam, foto’s en achtergrond, om anderen te misleiden, vaak met het doel een relatie aan te gaan, soms met als doel geld af te troggelen. Daardoor is een veelgemaakte misvatting tegelijk dat catfishing per definitie zou draaien om liefde of geld.
Die associatie komt vermoedelijk mede voort uit de documentaire Catfish (2010). Daarin volgt de kijker hoe producent Nev Schulman ontdekt dat de jonge vrouw met wie hij online contact heeft in werkelijkheid een huisvrouw van middelbare leeftijd blijkt te zijn, die zich verschuilt onder meerdere digitale nepaccounts.
Toch draait catfishing niet uitsluitend, en vaak zelfs niet eens primair, om romantiek of financieel gewin. Het meest fundamentele motief voor catfishing is verbinding. Mensen zoeken contact, erkenning en respons. Dat zit zelfs ingebakken in de etymologie van het woord relatie, afgeleid van het Latijnse relatio: dat wat wordt gegeven, wordt teruggebracht.
Het gaat om de verbindende lijn. Juist die behoefte aan wederkerige aandacht ligt ten grondslag aan wat in de literatuur inmiddels social catfishing wordt genoemd. Hoe vreemd het ook klinkt: het creëren van een fictieve identiteit heeft als primair doel verbondenheid.
Over grenzen, zorg en grenzeloosheid
Vanuit dat perspectief begint het verhaal van Marlotte ogenschijnlijk onschuldig. Annika, een 21-jarige student psychologie, werkt in het najaar van 2020 als vrijwilliger bij de Kindertelefoon. Ze krijgt contact met een meisje dat wil praten over Netflix en films. Maar het meisje neemt rond het einde van de dienst contact op. En dan – of is het eigenlijk: dáárom – doet Annika iets wat helemaal niet mag. Ze deelt haar privécontactgegevens met de andere kant van de lijn.
Hier begint het. En dit – onderbelichte – detail in de podcast is juist van belang vanuit het concept van online bedrog:
- De catfisher benadert de catfished (bijna nooit andersom).
- Er is sprake van een stresssituatie (deze stress hoeft niet expliciet te zijn, maar is impliciet aanwezig).
In het geval van Annika/Marlotte: er is een overgang van de dienst, Annika staat op het punt om naar huis te gaan (lichte stress in dit ‘overgangsmoment’: wat te doen? Het antwoord van Annika: “Ik wil jou dit nog wel geven.”) Marlotte benadert bovendien de Kindertelefoon (niet Annika, perse).
In het geval van een WhatsApp-scam, ’s avonds laat, rond bedtijd (overgangsmoment) een appje: ‘Hey pap/mam, ik app even vanuit een nieuw nummer, want mijn telefoon is stuk. Kun je wat geld overmaken voor de taxi?’ (nood/stress)
Aan de psychologie van dit moment wordt in de podcast eigenlijk geen aandacht besteed. Annika geeft wel haar redenen en die zijn heel begrijpelijk. Maar het psychologische mechanisme achter dit kruispuntmoment wordt verder niet toegelicht, terwijl het wel informatie is als we het hebben over online weerbaarheid.
Wat mij betreft is er dus ook geen verwijt aan Annika: ik wijs hier niet op alsof ze ‘beter had moeten weten’. Ze wist niet beter, dat is juist het punt. Dit is geen victim blaming. Nergens in deze blog wil ik voorbijgaan aan het lijden van Annika.
Mijn punt is juist: iedereen kan slachtoffer worden van online misleiding — ook hoogopgeleide, empathische mensen (misschien soms zelfs vooral die mensen). Juist daarom analyseer ik deze casus zo uitgebreid.
Daarnaast zijn er ook online stemmen die beweren dat we juist veel meer zouden moeten “Annika’en”: meer grenzeloze zorg, meer persoonlijke betrokkenheid, ongeacht de consequenties.
Ook dat bestrijd ik nergens. Empathie en compassie in de zorg zijn zonder twijfel essentieel. Wie mijn blogs leest, weet bovendien dat ik een groot voorvechter ben van empathie en compassie.
Maar de vraag die in dit geval en vooral hier gesteld moet worden, is een andere:
Wat gebeurt er wanneer grenzeloosheid het lijden eigenlijk in stand houdt?
Want als we het verhaal van de band tussen Annika en Marlotte nauwkeurig volgen, is dat precies wat hier gebeurt. Dit is de ultieme consequentie van grenzeloze compassie: het lijden blijft bestaan.
Of het lijden fictief was of niet, doet er minder toe dan het effect: Annika raakt emotioneel uitgeput. Aan het einde van de podcast zegt ze zelf: “Ik wil gewoon dat het stopt.” Met een grenzeloze compassie is uiteindelijk een immense kluwen aan lijden ontstaan.
Catfishing, verveling en de banaliteit van het kwaad
Recente studies tonen aan dat, naast de behoefte aan verbinding, een belangrijk motief voor catfishing verveling is. In een onderzoek uit 2024 naar de motieven van online catfishers zegt een respondent letterlijk: “It was very much a great time to be a catfish.” Catfishing fungeert hier als tijdverdrijf, als een narratief ‘spel’.
Hoe wreed het resultaat ook is, dit motief sluit uiteindelijk aan bij een bredere menselijke behoefte: verhalen verzinnen en verhalen consumeren. In die zin hoeft catfishing ook helemaal niet voort te komen uit ‘echte kwaadaardigheid’.
Er is hier geen sprake van kwaadaardige, duivelse intenties die demonisch van aard zijn. Eerder is er sprake van een bijna ordinaire alledaagsheid als motief voor catfishing: verveling. Zoals kwajongens vroeger aan ‘fikkie steken’ deden als afleiding.
Die gedachte doet ergens denken aan Hannah Arendts idee van de banaliteit van het kwaad: schadelijk gedrag ontstaat niet per se uit monstruositeit. Het ontstaat uit gedachteloosheid en onverschilligheid.
‘Fikkies’ ontaarden soms in gigantische bosbranden. En een onschuldige vraag om Netflix-tips kan ontaarden in 3,5 jaar gruwel.
Over het niet-bestaan van Annika voor Roos
Ook in de relatie tussen Annika en Marlotte/Roos – als relatie tussen ‘catfished’ en ‘catfisher’ – ontbreekt een duidelijk extern doel van de catfisher Marlotte/Roos. Er is geen sprake van een vraag om geld. Er speelt geen chantage, geen seksuele verleiding of vragen om naaktfoto’s. Annika is géén doel op zich.
Hier wordt ook op gewezen in een artikel over de meest gestelde vragen over Marlotte, waarin de journaliste en podcastmaker Lizzy Diercks zelf zegt: “Het heftigste moment vond ik toen Roos zei dat Annika niets voor haar heeft betekend.”
Deze zin is, om de psychologie van de catfisher goed te begrijpen, géén bijzaak. Het is eigenlijk de kern.
Bij veel vormen van catfishing is de ander immers niet het doel. Doel is de band zelf. De ander, de ‘catfished’ is voor de catfisher een instrument, een medium. (Vanuit dat perspectief zou de catfished in de psychologie van de catfisher theoretisch zelfs vervangen kunnen worden door AI.)
Geen psychopathie, maar ineffectieve copingstrategie
In het wetenschappelijke artikel Catching the Catfish (2023, Computers in Human Behavior) worden catfishers geplaatst binnen de zogenoemde Dark Triad, of de ‘duistere drie’ van de psychologie, een psychologisch concept dat drie sociaal ongewenste, elkaar deels overlappende persoonlijkheidstrekken beschrijft: narcisme, machiavellisme en psychopathie.
Het zijn de drie psychologische basistrekken die worden gerelateerd aan misleidend en manipulatief gedrag. Het gevaar van zo’n eenduidige classificatie is echter dat het voorbijgaat aan de meerdimensionaliteit van catfishing. Bovendien werkt het bijzonder stigmatiserend.
Dat stigma zien we ook terug in de houding van de podcastmakers en dan met name bij hoofdredacteur Roelof Bosma die enerzijds suggereert dat Roos maar “naar een psychiater moet”. Terwijl hij tegelijkertijd stelt dat een “verwarde geest” buiten hun journalistieke taak valt.
Dat spanningsveld typeert precies het probleem van de hele podcast: er wordt van alles gedaan. Maar de kern van het verhaal? Die valt er net buiten.
Journalistieke polarisatie en morele verontwaardiging
De podcast voedt op die manier een bekende emotionele reflex: #OhMyGod, #FuckingHell, #ThisIsFuckedUp.
De luisteraar wordt moreel bevestigd: hier is sprake van een gestoorde manipulator, klaar voor het witte busje. Maar ondertussen luisteren er wél drie miljoen mensen naar een verhaal over misleiding, verdriet en vooral: over journalistiek falen, gehuld in een jasje van entertainment.
Dus de vraag dringt zich eigenlijk op: waar zit hier eigenlijk het ‘draadje los’? Misschien is dat zelfs minder bij Roos. Want wie zou in de wereld van vandaag eigenlijk níet willen vluchten in een gefabriceerde identiteit, waarin jij de held bent die allerlei lijden verdraagt?
Misschien zit het belangrijkste draadje eigenlijk méér los bij een samenleving die zich voor een groot deel klakkeloos vermaakt met, en ademloos luistert naar, het verhaal van andermans psychisch lijden.
Over sadisme, fantasie en narratief geweld
In de psychologie van de catfisher, zo blijkt uit onderzoek, zitten elementen die wijzen op een vorm van sadisme. Sadisme wordt hierbij niet – zoals gemakkelijk wordt aangenomen – seksueel of zelfs maar als klinische deviatie opgevat. Het begrip wordt hier psychologisch begrepen en geduid:
Sadisme als het ervaren van verlichting van interne spanning of onrust door het observeren of veroorzaken van pijn of schaamte bij een ander.
Het begrip sadisme kennen mensen tegenwoordig vooral vanuit films en boeken als ‘Fifty Shades of Grey’ (2015) of 365 days (2020). Daarmee wordt sadisme vooral verbonden met (afwijkende vormen van) seksualiteit. Maar in psychologische zin heeft sadisme vooral te maken met de uitdrukking van de aangeboren agressieve tendensen, zoals die in de vroege psychologische ontwikkeling van een mens worden uitgedrukt.
Denk bijvoorbeeld aan het bijtgedrag bij de zuigeling die tandjes krijgt (vaak rond 4-12 maanden): ze ervaren ongemak, wat leidt tot bijtgedrag als een manier om tegendruk en verlichting te vinden. In psychologisch opzicht brengt het toebrengen van pijn – of simpelweg het kijken naar een moment van bijvoorbeeld schaamte bij de ander – een gevoel van verlichting bij stress of onrust.
Dat is het psychologische proces bij sadisme in een notendop samengevat.
Narratieve escalatie
Als we vanuit dat kader kijken naar het verhaal van Marlotte dat Roos heeft gecreëerd, dan lijkt het psychologische aspect van sadisme inderdaad zeker aanwezig in het verhaal. Maar als we tegelijk heel goed opletten en het verhaal zelf deconstrueren, dan zien we tegelijk dat dit verschijnsel van het sadisme helemaal niet gaat over Annika. Het sadisme is ook niet gericht op Annika, want het verhaal gaat niet over haar – of zelfs maar over iemand die bestaat. (Over de fictie van geweld en de ontwikkeling van fantasie schreef ik al eerder, lees maar hier.)
Marlotte/Roos geniet niet van het narratieve trauma waaronder Annika lijdt door de overvloed aan wrede verhaaldetails die Roos met haar deelt. Dat kán ook helemaal niet, want Marlotte/Roos kent Annika verder niet. Als Marlotte/Roos ergens (vermoedelijk) van geniet, dan is dat van het narratieve trauma dat in het verhaal van Marlotte zit: het verhaal dat ze zelf creëert. Daar is het sadisme in overvloed te vinden: brandwonden, incest, doodsgegorgel, noem maar op.
In het verhaal van Marlotte is het sadisme niet gericht op de relatie tot Annika. Opnieuw: het zit in het verhaal zelf. Het narratief escaleert wel steeds verder: van een meisje dat op zoek was naar Netflix-tips, is het verhaal getransformeerd naar seksueel misbruik, sektes, amputaties.
De wanhoop achter ‘Love Bombing’
Maar die escalatie zelf is in aard niet sadistisch. Het is wanhoop. De catfisher is bang om de band te verliezen als het verhaal niet pakkend genoeg is.
Wanneer er bij de catfisher sprake is van een verlangen naar liefde, dan uit dit zich in wat in de psychologie van catfishing ook wel ‘love bombing’ wordt genoemd: de catfished wordt in rap tempo overladen met intense genegenheid, complimenten en liefdesbetuigingen. Allemaal om de band te blijven behouden.
Hetzelfde is er bij Annika aan de hand: ze wordt overladen, alleen dan met een enorme lading aan tekstberichten en beschrijvingen en ‘short stories’ of ‘reels’. Maar die hoeveelheid is niet bedoeld om Annika pijn te doen. Het is bedoeld om de band – het publiek – te behouden. En dat gebeurt: het publiek — eerst Annika, later de luisteraar — consumeert dit verhaal. Annika fungeert als podium.
Annika is de lezer van een medisch griezelverhaal, een psychologische thriller en dramatische roman, die drieënhalf jaar lang voor haar door Roos wordt geschreven, in een poging om de band te blijven behouden.
Catfishing als mechanisme tot controle
Psychologisch gezien functioneert dit type catfishing (het zg. ‘social’ catfishing) dan ook vaak als een onaangepaste copingstrategie. Het biedt tijdelijk controle over gevoelens van angst, eenzaamheid en hulpeloosheid. Het gedrag hangt samen met lage zelfwaardering, realiteitsvermijding en identiteitsproblemen.
En daarmee komen we ook bij de psychologie van de catfished.
De psychologie van de ‘catfished’
Hoewel iedereen slachtoffer kan worden van online bedrog/scams/catfishing, laat onderzoek wel zien dat slachtoffers van catfishing enkele gedragskenmerken vertonen, waarbij met name deze:
- Vertrouwensvol en meegaand
- Behulpzaam en conflictvermijdend
- Emotioneel kwetsbaar (stress, eenzaamheid, angst)
- Sociaal geïsoleerd of onzeker
(Merk tussen de regels door ook even de overlap op met kenmerken aan de kant van de catfisher. Het is niet alleen de catfisher die de band niet kwijt wil. Ook de catfished zoekt verbinding.)
We zien de betreffende kenmerken (of in ieder geval enkele ervan) terug in het gedrag van Annika. Zo breekt ze regels onder tijdsdruk (aan het einde van haar dienst doet ze iets wat niet mag), ze wil helpen en voelt zich verantwoordelijk.
Later blijkt dat ze het contact dat ze heeft met Marlotte ook niet deelt met collega’s of leidinggevenden (conflictvermijding). Ik wijs hierbij op al deze elementen, niet als schuld, maar om aan te geven dat hier – op enige manier – ook sprake is van isolatie en verminderd kritisch denken.
Dit zijn psychologische basisfactoren die kwetsbaar maken voor catfishing.
Pseudologia fantastica en mythomanie
De term pseudologia fantastica wordt in de podcast eigenlijk maar zijdelings genoemd, als een ‘achterafje’. Maar om het gedrag van Marlotte/Roos werkelijk te kunnen begrijpen, is het uiteindelijk cruciaal. In die zin heb ik de psychiater Hengeveld in de podcast misschien niet voldoende recht gedaan. Laat ik dat corrigeren, door hieronder uitgebreider in te gaan op het verschijnsel dat ook wel als mythomanie wordt aangeduid: pseudologia fantastica.
Historisch werd de term pseudologia fantastica in 1891 geïntroduceerd door psychiater Anton Delbrück in diens tweede proefschrift: ‘De pathologische leugenaar en de psychisch abnormale oplichters’. De begrippen Pseudologia Fantastica en ‘pathologisch liegen’ worden soms door elkaar gebruikt. Maar er zijn een aantal belangrijke verschillen.
Liegen behoort tot het sociale construct
Ten eerste is het goed om voor ogen te houden dat liegen eigenlijk een essentieel onderdeel is van de menselijke ontwikkeling en sociale interactie: het is het sociale smeermiddel van de samenleving. Het behoort ook tot de normale kinderlijke ontwikkeling en de menselijke psychologie.
Maar bij pseudologia fantastica gaat het wel duidelijk een stap verder dan het normale ‘liegen’.
Pseudologia fantastica draait om het chronische, buitensporige en fantasierijke liegen, zonder duidelijk extern doel. De leugens die verteld worden zijn vaak complex, rijk gedetailleerd en ze blijven net binnen de grenzen van het mogelijke. (Het gaat dus niet om: ‘Ik ben ontvoerd door aliens.’ Maar om … ehm… verhalen zoals die van Marlotte/Roos dus: complexe verhalen die oppervlakkig misschien wel zouden kúnnen. Maar die bij een eenvoudige check al snel uit elkaar vallen.)
De verhalen zijn bovendien niet bedoeld om direct te misleiden voor bijvoorbeeld winst of ander gewin. Ze functioneren als fantasieleugens, als ‘dagdromen die als realiteit worden gecommuniceerd.’
(Terzijde, ten aanzien van de bronvermelding:
Zoals je misschien merkt, heb ik het (Engelstalige) artikel over Pseudologia Fantastica gevonden waar psychiater Michiel Hengeveld letterlijk uit citeert. Het betreffende artikel vertelt ook over een andere casus van dit fascinerende psychologische verschijnsel. Daarnaast: klik hier voor een helder (Nederlandstalig) overzichtsartikel over het onderwerp.)
Innerlijke onrust, angst en verstoorde realiteitstoetsing
Een ander belangrijk onderscheid tussen pathologisch liegen en pseudologia fantastica ligt in het contact met de realiteit. Waar de pathologische leugenaar weet dat hij liegt, lijkt de pseudologia fantasticus dit onderscheid deels kwijt te raken. Fantasie en identiteit lopen in elkaar over.
Psychologisch wijst dit op diepe kwetsbaarheid. Er is eigenlijk sprake van een bijzonder fragiel zelfbeeld, schaamte, emotionele pijn. De leugen is dan ook geen wapen tegen de ander; het is een schild tegen de werkelijkheid.
Vanuit dit perspectief draait pseudologia fantastica dus in de kern om de behoefte aan externe erkenning, met als functie controle te verkrijgen over een zelfbeeld dat voortdurend uiteenvalt in verschillende verhalen. Of om aan de realiteit te ontsnappen die niet verdragen wordt en waarbij de innerlijke onrust en angst worden gemaskeerd met fantastische verhalen.
Zonder verhaal, geen zelf
Deze vervorming van de werkelijkheid herken je goed in het slotgesprek dat Roelof Bosma en Lizzie Derkx voeren met Marlotte/Roos. Het hakkelende verhaal van Roos als ‘verklaring’ voor de realiteitsvervorming die ze heeft laten plaatsvinden voor Annika – haar ‘reden’ voor het scheppen van de fantasie ‘Marlotte’ – raakt in het gesprek duidelijk zoek in onsamenhangendheid.
Maar deze onsamenhangendheid is – volgens mij – geen signaal van een leugenaar die als een kat op het ijs hakkelt, om zichzelf maar te redden uit het web van leugens, (zoals Bosma maar al te graag wél wil geloven). Eerder gaat het hier om de onsamenhangendheid van een kwetsbare geest die het contact is verloren met de realiteit.
Iemand, kortom, die geen zicht meer heeft op haar eigen motivaties en drijfveren. Ze stamelt, want een deel van haar is bezig haar narratieve Zelf te repareren. Ze kan het niet uitleggen, want het lege verhaal waarop ze jarenlang haar zelfgevoel gebouwd heeft, is haar ontnomen. En daarmee is ze ook het zicht verloren op wie ze is; niet zozeer in naam, maar vooral in de kern van haar eigen Zelf.
Als er geen verhaal meer is, valt voor de Fantasticus ook het Zelf uit elkaar.
Conclusie
Opnieuw: Is dit echt?
Wanneer de podcast ‘Op zoek naar Marlotte’ haar einde nadert, luisteren we onder meer naar een gesprek tussen journalist en podcastmaker Lizzy Diercks en eindredacteur Roelof Bosma over de vraag of de echte stem van Roos gebruikt moet worden. Het gesprek wordt daarbij gepresenteerd als een overleg over een moreel dilemma.
Juist dat moment roept opnieuw de vraag op die vanaf het begin centraal had moeten staan: Is dit echt?
Want wat iedereen zich namelijk goed moet realiseren, is dat wat er op dat moment gebeurt helemaal geen weergave is van een kwetsbare journalistieke afweging. Het is een zorgvuldig geënsceneerde, narratieve handeling.
Hier lijken twee professionele journalisten bezig om te besluiten om — welbewust — iemand met duidelijke psychische kwetsbaarheid publiekelijk herkenbaar te maken. Het verhaal over de motivatie daartoe (“post-truth”, “waarschuwing”, “kwetsbaarheid tonen”) functioneert daarbij als rationalisatie achteraf.
Want de werkelijkheid is natuurlijk: het besluit is dan al genomen. Wat nodig is, is een ‘rational’. Een reden om eigen handelen in te dekken. De audio dient enkel om ons, als publiek, te manipuleren in de denkwijze van de journalisten, zodat we meegaan in de ‘story’ dat dit een rationele en weloverwogen beslissing is.
Post-truth? Tuurlijk, joh. Goeie reden om de echte stem van een psychisch kwetsbaar iemand maar op de radio te gooien!
De werkelijke motivatie is echter – zo denk ik – veel emotioneler en daarmee veel pijnlijker: gekwetste professionele eer. Hier is een redactie die zich realiseert dat ze maandenlang een fictie hebben nagejaagd en er daarom – en om die reden alleen – voor kiest om de maker van de betreffende fictie publiekelijk te exposen.
Wat zegt dat over de journalistiek van tegenwoordig? Het verhaal van Marlotte wordt niet verteld om te begrijpen. Niet om te waarschuwen. In de podcast zelf is er geen enkele aanwijzing voor dat dát de motivatie is. Maar alles wijst er wel op dat het verhaal verteld wordt om te herstellen wat als beschadigd voelt.
Als alles samenkomt, is dat geen journalistieke noodzaak. Dat is vergelding.
Journalistiek als spiegelbeeld van een narratieve constructie
De discussie over het gebruik van Roos’ stem is een narratieve constructie. Het overleg is achteraf gereconstrueerd en ingesproken ten dienste van het verhaal. Daarmee ontstaat een ongemakkelijke parallel: de journalisten creëren een narratief over waarheid en transparantie, terwijl ze zelf actief vormgeven aan een fictie.
Hadden ze die discussie achterwege gelaten, de stem – op grond van, ik noem maar iets, journalistieke integriteit? – gewoon afgevlakt of gecamoufleerd. En hadden ze open en bloot toegegeven: we zijn geflest, jongens, daar gaat dit verhaal over. Dan was er misschien minder ruimte geweest voor inhoudelijke kritiek.
Maar ja, misschien ook minder luistercijfers. Want wie luistert er nu naar een journalistiek verslag waarin openlijk wordt toegegeven: vanwege de jacht op luistercijfers heeft ons ego een flinke deuk opgelopen. Excuses voor het ongemak.
Natuurlijk zeg ik daarmee niet dat de journalistieke zoektocht zelf een fictie was. Er is echt, en professioneel, gezocht. Er is echt geld in gestoken, en tijd, en inspanning. Dat is allemaal echt. Maar de reden tot het verhaal is zelf fictie. En volgens mij pakt het publiek juist dát op.
In die zin vertoont de podcast een opvallende gelijkenis met datgene wat ze zegt te ontmaskeren. Ook hier lopen blindheid voor waarheid en narratieve verleiding door elkaar. Een radicaal schokkende conclusie zou uiteindelijk zijn dat de journalisten eigenlijk zelf ook het publiek hebben ‘gecatfished’.
Niet omdat ze logen over wie ze zijn, of omdat ze hun online identiteit verhulden of het verhaal verzonnen. Maar omdat er met opzet een narratieve structuur is neergezet, waar wij allemaal gretig (3 miljoen luisteraars!) met open ogen in zijn gedoken, vier uur naar luisterden.
En waar we vervolgens uit ontwaakten – als uit een dagdroom die doorsijpelde in de realiteit – met enkel de vraag en zonder antwoord: Is dit nou echt? Is dit echte journalistiek? Ben ik nu echt een wijzer mens? Weet ik nu echt meer van de wereld?
Waarom uiteindelijk deze analyse van mij?
Na vier uur luisteren blijft een leegte bij me achter. Niet omdat het verhaal slecht is verteld, integendeel zelfs. Zoals gezegd, niets dan lof voor de manier waarop de podcast in elkaar is gezet. Superspannend en meeslepend. Maar uiteindelijk helpt de podcast me nauwelijks om de wereld beter te begrijpen.
Goed journalistiek, zo wordt vaak gezegd, dient om complexiteit te duiden. Maar dat gebeurt hier niet. Na het luisteren van de podcast weet ik bijvoorbeeld nog steeds niet: waarom Annika drieënhalf jaar betrokken bleef; hoe Roos haar narratief psychologisch construeerde; welke mechanismen catfishing en pseudologia fantastica daadwerkelijk aandrijven.
Wat dan overblijft, is entertainment. Uitstekend uitgevoerd. Dramaturgisch sterk. Maar inhoudelijk leeg. Zoals één van de critici heel sterk opmerkt: voor de podcast werd o.a. een dramaturg ingehuurd voor advies, en dat hoor je terug. Maar narratieve kwaliteit, zoals eerder al aangehaald, is uiteindelijk geen vervanging voor journalistieke relevantie.
“Everybody lies”
Wat te geloven in een post-truth wereld?
“Iedereen liegt.” stelt dr. Gregory House, in de cultserie House.“De enige vraag is: waarover?” Die uitspraak voelt in 2025 ongemakkelijk actueel. Want in een tijd waarin waarheid niet langer meer collectief wordt vastgesteld, maar individueel moet worden gewogen, groeit de onzekerheid.
De podcast Op zoek naar Marlotte raakt deze kwestie, maar onderzoekt haar niet. Want wie is nog betrouwbaar? Wanneer is vertrouwen rationeel, en wanneer gevaarlijk? Die vragen blijven onbeantwoord.
Vertrouwen in de virtuele ruimte (?)
Annika vertrouwde erop dat de context waarin zij werkte veilig was. Ze vertrouwde erop dat ze goed deed door een regel te overtreden. Dat vertrouwen is menselijk. Het is ook precies wat online interacties kwetsbaar maakt.
Dat geldt niet alleen voor Annika, maar voor ons allemaal. De digitale ruimte functioneert psychologisch anders dan de fysieke wereld (ik scheef daar al eerder over, lees bijvoorbeeld deze blog ). Zoals het sociologische Thomas-theorama stelt:
“If people define situations as real, they are real in their consequences.”
Relaties voelen echt, emoties zijn echt, gevolgen zijn echt — ook al bestaat de interactie uit niets meer dan tekst, pixels en data.De digitale werkelijkheid volgt hoe dan ook een geheel eigen psychologie. Het is goed als we dat psychologische mechanisme leren begrijpen. Weten in wat voor omgeving we ons bevinden, schept ruimte voor de enige veiligheid die telt: innerlijke veiligheid.
(En terzijde: laten we wat hier staat niet te serieus nemen. Uiteindelijk geldt natuurlijk ook gewoon: ik schrijf graag, en de podcast gaf me reden om weer eens stevig in de pen te klimmen. Dus bedankt, Lizzy en Roelof en de mensen van Zembla voor jullie podcast. Infotainment noemen ze dat, volgens mij. 😉 Bovendien: geen hond die dit leest. Dus waarom besteed ik hier eigenlijk aandacht aan mijn eigen motivaties dit te schrijven? 😀
Over schuld en begrip
Uiteindelijk is mijn analyse ook geen poging tot schuldtoewijzing. Niet aan Annika, niet aan anderen die gecatfisht zijn. De schade van online bedrog is reëel en diepgaand. Het doel van deze blog was niet om te oordelen, maar om de mechanismen zichtbaar te maken: aan de kant van de bedrieger én aan de kant van de bedrogene.
Catfishing en pseudologia fantastica worden door mij in deze blog ook zeker niet goedgepraat of gelegitimeerd. Ze worden verklaard. Met deze blog hoop ik als het ware voor een deel de ‘motorkap’ boven het (psychologische) mechanisme van de (online) misleider én de misleide te hebben gelicht.
Dat is geen vergoelijking. Maar het is wel een noodzakelijke voorwaarde voor preventie.
Beste Roos
Tot slot richt ik me tot Roos. Ik weet natuurlijk niet wat jou heeft bewogen om Marlotte te creëren. Wat wel heel duidelijk is, is dat dit verhaal voor iedereen slecht is geëindigd. Je verhaal laat zien wat er gebeurt wanneer fantasie, identiteit en werkelijkheid in elkaar schuiven.
Dit is wat er gebeurt als verhalen geen creatieve expressie meer zijn, maar schuilplaatsen worden waarin je verdwaalt.
Ik hoop dat er, los van het juridische kader, ruimte voor je komt voor zorg en herstel. En vooral: dat je bereid bent om die zorg te accepteren. (Voetnoot: op 27 januari 2026 werd bekend dat de aangifte tegen ‘Roos’ geseponeerd is en dat ze niet vervolgd zal worden voor het OM – lees hier het bericht van de NOS)
Misschien is er dan, ooit, ruimte voor een herontdekking van wat er óók in je talent, achter de fantasticus die je lijkt te zijn, aanwezig is:
Een onmiskenbare storm aan verbeeldingskracht.
Als die verbeelding ooit opnieuw een plek krijgt — in kunst, theater, film, misschien literatuur? — dan kan ze blijven bestaan, zonder schade toe te brengen, terwijl het nog steeds kritiek levert, een boodschap overdraagt, aan de wereld laat weten wie je bent.
Want ondanks de fictie weten we dan echt wie je bent. Je bent de kolkende creativiteit in de roos van een verhaal.
En een verhaal? Dat zijn we uiteindelijk allemaal.
Slotnoot 1: Niets van deze blog hoeft te worden aangenomen. Uiteindelijk ben ik zelf eerst en vooral creatief schrijver (of ik doe in ieder geval pogingen daartoe.) Pas daarna en daarnaast noem ik mezelf (soms) amateur-onderzoeker en -denker. Ik ben ook geen gediplomeerd filosoof, noch een gekwalificeerd psycholoog. Ik claim ook nergens dat ik dat zou zijn. In deze blog vind je her en der links naar bronteksten. Mijn uitnodiging is daarbij altijd: onderzoek en denk voor jezelf. Al wat rest is aan jou.
Slotnoot 2: Natuurlijk, vanuit de luistercijfers was het te voorspellen: Marlotte was nog niet voldoende uitgemolken! Als ‘goede’ onderzoeksjournalist en cijfergeile redacteur moet je immers elke lik schuim eruit zuigen. Het stalkende publiek – inclusief de spreekwoordelijke hooivorken en fakkels – móet bediend worden in hun waanzin en dús mag Marlotte nog steeds geen rust vinden: over de grensoverschrijding in privacy en de schade die journalisten en media eigenlijk aanrichtten in hun voortdurende jacht op drama om luistercijfers op te schroeven.
Vanaf 2 juni 2026 is er een (dubbele!) bonusaflevering te beluisteren, waarbij maker Lizzy Diercks en eindredacteur Roelof Bosma in gesprek met Merel Wielaert dieper ingaan op de nasleep van de podcast ‘Op zoek naar Marlotte’.
Je beluistert de afleveringen door hier te klikken!
Ontdek meer van Rogier Teerenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.




























One thought on “Is dit echt? Over Marlotte, catfishing en de fantasie van verbinding”