Over de laatste functie van mythologie in postmoderne tijden
Wat is de functie van mythologie nog in de moderne samenleving? Heeft mythologie eigenlijk nog wel een plek in deze postmoderne, seculiere tijden – buiten die van entertainment? Aan de hand van denkers als Wolfgang Giegerich, Byung-Chul Han, Carl Jung en Joseph Campbell onderzoekt deze blog op welke wijze de klassieke mythe lijkt te verdwijnen uit het collectief bewustzijn, maar tegelijk de persoonlijke functie kan behouden.
Dit artikel vormt het eerste deel van een tweeluik over de functie van mythologie, psyche en het verlangen naar betekenis in de 21e eeuw. Het tweede deel lees je hier)
(🕒 Leestijd: 10 minuten | ✍️ Deel 1 van 2)
Wolfgang Giegerich en ‘het logische leven van de ziel’
Wie zich bezighoudt met de hedendaagse, actuele Jungiaanse psychologie stuit op den duur op het werk van Wolfgang Giegerich. Giegerich is een hedendaagse Duitse psycholoog en filosoof met een Jungiaanse training. Hij studeerde onder andere aan het C. G. Jung Institute in Zurich (dat ooit, in 1948, onder leiding van Jung zelf werd opgericht) en was onder meer bevriend met James Hillman, de grondlegger van de archetypische psychologie.
In zijn boek ‘The logical life of the soul’ argumenteert deze moderne Jungiaan bijvoorbeeld dat de mythe in het huidige stadium van de geschiedenis eigenlijk geen enkele functie meer heeft. De (post)moderne situatie is inmiddels zo volstrekt anders dan de tijden waar mythologie nog een rol speelde, stelt Giegerich, dat de mythe op psychologisch niveau niet langer functioneert.
Gebroken tijden, gebroken mythe
De huidige tijd heeft, aldus Giegerich, niet zozeer gebroken met ‘deze of die mythe, of zelfs maar met alle mythen’. Onze huidige postmoderniteit heeft in feite gebroken ‘met dat wat mythen in de eerste plaats mogelijk maakten’. De klassieke mythologische figuren kúnnen dan ook niet meer functioneren, simpelweg omdat ze verouderd zijn, zo luidt de redenering van Giegerich.
Religie – of wat religie eigenlijk mogelijk maakt: geloof – maakte ooit mythologie mogelijk. Maar onze huidige tijd heeft inmiddels gebroken met religie en (dus) ook met de daarmee samenhangende geloofsovertuigingen. Zo heeft onze huidige tijd, zo stelt Giegerich, dan ook gebroken met de de functie van mythologie.
De moderne psyche is technologisch van aard (?!)
Onze manier van denken is inmiddels sterk beïnvloed door technologie, volgens Giegerich. Mythologie heeft op die manier dan ook geen functie meer ‘op de sofa’: we denken niet meer in verhalen en symbolen, maar in functies en data. In deze digitale tijden van cyberspace, virtual reality en zeker met de revolutie van AI heerst de technologie over onze psychologie.
Onze psyche is technologisch van aard – en niet langer mythologisch. Daarbij vat Giegerich ‘technologisch’ op een hele specifieke manier op. In zijn essay ‘The word wide web from the point of view of the Soul’ in ‘Technology and the Soul’, definieert Giegerich het ‘grote opus’ van de technologie. Het Grote Werk van de Technologie is volgens Giegerich:
“(…) het vergroten van het bewustzijn, alsook de feitelijke transformatie van het menselijk bestaan, in een richting van een hogere mate van complexiteit, differentiatie en logica.”
De richting van onze ziel is verschoven
Een onnadenkend mens zegt hier misschien: “Lijkt me niets mis mee. Technologie staat immers voor innovatie. En ‘Innovation is Good!” (als variant voor Gordon Gekko’s uitroep in Wall Street (1987): “Greed is Good!”.)
En, hoewel ik vrij zeker durf te beweren dat Wolfgang Giegerich en de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han niet van elkaars werk op de hoogte zijn, zeggen ze wat mij betreft in feite hetzelfde.
De richting van onze ziel is verschoven, van betekenis naar de functie.
De postmoderne samenleving is gericht geraakt op het verlangen naar een andere levensvorm, zo schrijft Han, in zijn ‘De crisis van het narratieve’. We zijn niet meer gericht op het Zijn, we zijn niet langer genesteld in een verhaal over en van onszelf. In plaats daarvan zweven we richtingloos rond in een ruimte die gedomineerd wordt door contextloze informatie.
“Midden in een zee aan informatie en data zijn we op zoek naar narratieve verankering,” schrijft Han. Maar we zijn tegelijk het geduld om te luisteren verloren. We tikken en swipen erop los, voortdurend op zoek naar iets Anders.
Ik schreef in dat kader al eerder over Byung-Chul Han (onder meer hier en hier) en sluit me dan ook volledig aan bij diens analyse van de postmoderne mens die, in een door prestatie en efficiëntie gedreven samenleving, de eigen ziel uitholt. De postmoderne mens is gereduceerd tot een dataset, die zichzelf offert op een altaar van zelfkritiek en ondertussen verdrinkt in een wilde informatie- en communicatieroes.
“De uitgeputte, depressieve, prestatiegerichte mens holt zichzelf uit … Hij is moe, uitgeput door zichzelf en in oorlog met zichzelf.” (Byung-Chul Han)
De menselijkheid vergeten
Het lijkt erop dat Giegerich eigenlijk hetzelfde zegt als Byung Chul-Han. Maar deze laatste lijkt nog altijd veel meer te schrijven vanuit een oprechte bezorgdheid over onze menselijkheid. Die bezorgdheid lijkt bij Giegerich volledig te ontbreken. Giegerich lijkt meer gericht op het onderbouwen van zijn eigen gelijk. En hij lijkt daarmee de menselijkheid te zijn vergeten. Of hij nu wel of niet jungiaans in zijn denken is, of niet. Giegerich is hoe dan ook een hardcore filosoof.
Giegerich laat binnen zijn systematische manier van denken weinig (of eigenlijk: geen) ruimte over voor emoties. Giegerich is daarmee zeker absoluut een controversieel figuur binnen de Jungiaanse gemeenschap. Zowel vanwege zijn ‘dikke’, (Hegeliaans) ondoorzichtige taalgebruik, als ook vanwege het hoge theoretische gehalte van zijn werk, waardoor het niet toepasbaar lijkt binnen de praktijk van de klinische psychotherapie.
De mythe leeft voort in onze ziel
Maar vooral lijkt me die laatste kritiek op Giegerich belangrijk. Want hoe anders dacht Carl Jung (toch het door hemzelf geclaimde fundament voor Giegerichs denken) er zelf over? Jung geloofde immers vooral dat hoe meer de dingen veranderden, hoe meer ze hetzelfde bleven.
Jung stelde zelf bijvoorbeeld:
“(…) de golf die onze tijd scheidt van de oudheid zal overbrugd worden, en we realiseren ons dat Oedipus nog steeds voor ieder van ons leeft.”
De mythe leeft, met andere woorden, door in onze ziel, zoals Jung zou zeggen. De toestand van de moderniteit is eerder zoals Joseph Campbell in dat kader schreef in diens welbekende klassieker ‘De held met de duizend gezichten’:
“De jongste reïncarnatie van Oedipus of het vervolg van de romance van ‘la Belle et le Bete’ staat tegenwoordig op de hoek van 42nd Street and 5th Avenue te wachten tot de stoplichten op groen springen.”
Oedipus achter de laptop
De oude mythen zijn dus, volgens Jung, nog springlevend. Maar waar Oedipus zich ooit bevond in het klassieke Thebe, daar zit Oedipus nu achter de laptop in de kamer van zijn ouderlijk huis, met de gordijnen dicht driftig te discussiëren op fora op het darkweb. De situatie is misschien veranderd. Maar de mythen zijn hetzelfde gebleven en hebben nog dezelfde aantrekkingskracht.
Wat is de aantrekkingskracht van de mythologie?
De functie van mythologie en het verlangen naar betekenis
Hoe dan ook heeft Giegerich in deze zin wel gelijk: de moderne psychologie probeert al heel lang niet meer de woorden van Psyche te vertalen en te interpreteren.
Eerder probeert de moderne psychologie de woorden van onze ziel te kwantificeren en in de binaire code van 1/0 vast te leggen: ‘U bent dit wel’ / ‘U bent dit niet’. Om deze code vervolgens om te zetten in categorieën van geld, winst en begroting, leidend tot de conclusie: “Uw diagnose is gekoppeld aan deze hoeveelheid geld, wat u zoveel uur aan aandacht oplevert. En daarna bent u overgeleverd aan uzelf.”
Misschien is dat laatste er ook wel mede de oorzaak dat de zelfhulpindustrie booming business is (volgens sommige marktrapporten is de wereldwijde markt voor persoonlijke ontwikkeling in 2025 goed voor een slordige 53 miljard(!) dollar).
We rennen zo gezamenlijk gillend de GGz weer uit en smachten naar een écht verhaal voor onszelf. Zo verorberen we boek na boek, en zelf hulpprogramma na persoonlijk ontwikkelingsprogramma, op zoek naar iets van vervulling.
En precies zoals het woord ‘ziel’ zelf op die manier inmiddels vooral een product van de zelfhulpindustrie is, zo is de term ‘mythologie’ vooral een zoekterm geworden voor de Young Adult-boekenseries: een succesvolle vorm van verhaal die de fantasie stimuleert. Ook de generatie die momenteel opgroeit, smacht naar een goed, vervullend, betekenisvol verhaal.
Omdat de Goden het zo deden…
Maar hoewel de functie van mythologie zich inderdaad meestal manifesteert in de vorm van een verhaal, of als bundeling van verhalen, betreffen deze verhalen vooral een verzameling van geloofssystemen (en/of rituelen). Gezamenlijk vormen ze de uitdrukkingsvorm zijn voor ons diep menselijke verlangen naar betekenis en uitleg.
Ooit leefde de Mens op een bepaalde manier. En de Mens deed dat zo, omdat de voorouders van de Mens – en zij voor hen, helemaal tot de Goden aan toe – het zo deden. Dat is de mythe, in een notendop. Het is het verhaal over hoe de Goden het deden, zodat wij begrijpen waarom wij het nu zo doen.
Mircea Eliade, godsdiensthistoricus, vroeg bijvoorbeeld ooit aan de Navajo-indianen waarom ze een bepaald ritueel uitvoerden, waarop ze antwoorden:
“Because the Sacred People did it this way for the first time.”
Een samenleving die drijft op binaire code
Precies dat – dit verhaal over ‘waarom we doen wat we doen – zijn we verloren. Of het is verdwenen. Of beter gezegd: we zijn het verband tussen onszelf en dit Grote verhaal, kwijtgeraakt. Oppervlakkig gezien lijkt daar niets mis mee: we zijn een verhaal kwijt, maar de samenleving ‘doet’ het nog.
Maar onder de oppervlakte borrelt er van alles. Op sociaal niveau zie je dit terug in de maatschappij waarbij allerlei discussies gevoerd worden vanuit het eigen gelijk, met als gevolg dat niemand meer luistert.
We zijn ‘onttoverd’ geraakt, aldus filosofen als Charles Taylor en Max Weber. Onze moderne samenleving is inmiddels volledig ingericht op wetenschap, cijfers, koopkracht en bureaucratie – en eigenlijk is dat tijdperk ook alweer voorbij. We zijn inmiddels een maatschap die vooral drijft op binaire code.
De vier functies van mythologie
Voor de generatie zoals die momenteel opgroeit, lijkt het volgende alsof dat altijd zo is geweest. Baby’s die gesust worden door de bewegende kleurtjes op een scherm in de kribbe. Kleuters die opgroeien met tablets in de kleine klauwtjes. Kinderen die geloven dat melk uit het pak komt. Iedere vorm van symbolisch denken lijkt op maatschappelijk niveau verloren te zijn geraakt. En dit werkt door tot in het persoonlijke individu.
In zijn essay ‘De persoonlijke mythe’ onderscheidde Joseph Campbell wat betreft de functie van mythologie er 4. Drie van deze vier functies van mythe, zoals Joseph Campbell ze formuleerde, zijn echter inderdaad inmiddels weggevallen.
- De mystieke functie: de mythe inspireert in het individu een gevoel van ontzag en dankbaarheid voor de mystiek dimensie van het universum;
- De kosmologische functie: de mythe biedt een beeld van het universum dat lokale kennis en individuele ervaring verbindt met deze mysterie dimensie;
- De sociologische functie: de mythe bevestigt, ondersteunt en prent de normen van die samenleving in het individu;
- De psychologische (of pedagogische) functie: de mythe dient om elk individu door de levensfasen te leiden, binnen de context van de betreffende cultuur.
De psychologische / pedagogische functie van de mythe
Met de ‘onttovering’ van onze samenleving zijn er drie van de functies van de mythe duidelijk vervallen geraakt. En het moge duidelijk zijn dat alleen de psychologische functie van de mythe nog lijkt te functioneren in deze postmoderne samenleving, vol verwarring en onrust.
Dat wil zeggen: functioneren? Alleen op het moment dat er een probleem ontstaat binnen het psychologisch functioneren van het individu, wordt weer duidelijk wat het belang is van de psychologische functie van de mythe. Want dat zijn de momenten waarop we plotseling willen weten: waarom doen we als Mens wat we doen?
Wat drijft de mens?
De mythen gaven ooit een antwoord op precies deze vraag – Wat drijft de mens? En ze deden dat redelijk specifiek. Het waren algemene verhalen – de Goden stonden ver van ons af, waren formidabel en intimiderend in de heftigheid van hun emoties. Maar daardoor begrepen we ze wel.
We begrepen de verhalen – we begrepen de Goden (en daarmee onszelf) – op het niveau waar het toe deed: het niveau van het voelen. De mythen raakten ons niet in het denken, maar vooral in ons hart. Dat is de reden waarom ik mezelf steeds vaker hoor zeggen: “Ik houd niet zo van denken”.
Zo ken ik bijvoorbeeld iemand die voor zijn werk rond de zestig uur lang nadenkt en zelfs in zijn vakantie nog achter de laptop denkt aan zijn werk. Deze jongen – want hoewel uiterlijk volgroeid, is hij in geest nog een bang kind – reist van hier naar daar, en van werk in werktijd naar werk in andere tijd.
Verdrinkend in het droge zand van het denken
Denkend reist hij van Klaas Vaak in het Noorden, waar hij zich door het Zandmanntje het droomzand in de ogen laat strooien, wakend dromend dat hij een vader heeft (die dat nooit is geweest). Denkend reist hij verder, tuffend over de snelweg, op weg naar de Gewonde Prinses in het Oosten. De prinses bij wie hij het onmogelijke verlangen naar moederschap in zichzelf probeert te vullen door te zorgen voor iets buiten hem, dat in werkelijkheid vraagt om zorg binnen hem.
En ’s avonds ligt hij dan in zijn bed, verdrinkend in het droge zand van het denken en raakt hij nacht na nacht, overspoeld door een allesoverheersende, existentiële angst. Daar ligt hij dan, te denken en als een klein kind te beven, slapeloos en met de dekens over het hoofd.
Is deze man gelukkig met al zijn denken?
De Oude Verhalen raken aan ons instinct
Deze ‘ManMens’ probeert zijn leven te beheersen door te denken. Hij probeert Rusland en Trump op een afstand te houden door te denken, denkend dat hij de wereld ‘beter’ kan maken als mensen maar denken. Al denkend denkt hij de wereld te kunnen manipuleren. Maar hij kent zijn eigen verhaal niet eens – en bovendien luistert hij niet. Alles aan hem is vals geraakt.
Nee, niet het denken drijft de Mens, maar het hart. En de Grote Verhalen raakten ons ooit, en dreven ons voort, omdat ze ons raakten in het hart, in ons voelen, in ons instinct.
De kern van de mythe ligt in de menselijke beleving
In die zin geloof ik dan ook dat de stelling van Wolfgang Giegerich aan het begin van deze blog, nooit helemaal klopt. Tijden veranderen, dat klopt wel. En ja, de huidige situatie van Oedipus in Thebe is volstrekt anders dan die van Oedipus achter de laptop. Maar de mythe als fenomeen zal nooit volledig onverenigbaar zijn met de actuele beleving van de mens.
Dat is het punt dat Giegerich denk ik vooral lijkt te missen. Zeus en Aphrodite, Hades en Persephone, Ares en Dionysus blijven immers op onze schouders kloppen, en ze betoveren ons opnieuw en opnieuw. En die betovering gaat veel dieper dan welke maatschappelijke onttovering dan ook. Zolang we onszelf niet begrijpen – en hoe vaak begrijpen we onszelf werkelijk niet – zijn we veroordeeld onze eigen mythe te leven.
Er zal, kortom, altijd behoefte aan de mythe zijn, zolang de Mens verdwaald is. En geef toe:
Wanneer is de Mens dat ooit niet geweest?
Disclaimer: Deze blog is zonder inmenging van ChatGTP, Gemini, Claude of welke andere vorm van kunstmatige intelligentie tot stand gekomen. Mijn teksten zijn altijd het werk van persoonlijke inzet en schrijversambacht. Het is geschreven door mijzelf, zonder assistentie of hulp van AI. Alle informatie, bronnen, citaten en illustraties zijn door mijzelf verzameld, bewerkt, nagekeken en beoordeeld.
Ontdek meer van Rogier Teerenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


















2 thoughts on “De functie van mythologie: over mythe, ziel en technologie”