Pan’s Labyrinth, trauma en de Trickster (Deel 2)

De Trickster als archetype bij psychotrauma

Dit is het vervolg op mijn blog over psychotrauma en de Trickster. Het is deel twee van mijn poging om de innerlijke belevingswereld van trauma te verkennen. Om psychotrauma te begrijpen, van binnenuit, als tegenwicht tegen de steeds verdere veralgemenisering en vervlakking van het begrip ‘trauma’ in populair taalgebruik.

Table of Contents

In deze blog ga ik daarom dieper in op de Trickster als archetype van trauma. Ik verken de Jungiaanse ontwikkelingspsychologie van het Zelf bij trauma. Tot slot besteed ik aandacht aan de film ‘Pan’s Labyrinth’ als symbolische weergave van de weg die in de innerlijke belevingswereld wordt afgelegd naar herstel van trauma. (Leestijd: 19 minuten)

De Trickster op het slagveld van de ziel

Voor Jung verandert trauma het landschap van de psyche in een innerlijk slagveld, waarop oeroude instincten vechten om te overleven. Het oorspronkelijke psychische systeem van zelfzorg bundelt daarbij de energie van de innerlijke aggressie die ontstaat in reactie op het psychotrauma. Deze bundeling manifesteert zich in het beeld van een archetype dat als primitief beschermingsmechanisme functioneert.

Dit archetype beschermt tegen her-traumatisering in de buitenwereld. Maar het doet dat door de binnenwereld te traumatiseren. Dit archetype vormt daarmee de personificatie van de dissociatie. De dubbelzinnige aard ervan – bescherming, maar door (innerlijk) geweld; innerlijke traumatisering, maar als verdediging – wijst op de aanwezigheid van een van meest archaïsche, voorouderlijke archetypen die er zijn. Het wijst op de aanwezigheid van de Trickster

De Trickster in trauma

Jung was met name geïnteresseerd in de energie van de psyche. Hij onderzocht o.a. hoe dit verwant was aan dwangmatig gedrag, zoals hij (en Freud, en talloze behandelaren na hen) dat zag verschijnen bij trauma en in de latere diagnose van PTSS. In zijn alchemische studies vergeleek Jung deze dwangmatige bezetenheid (o.a. veroorzaakt door trauma) ook wel met het alchemische ‘sulphur’ (zwavel).

Herhalingsdwang in de alchemie: sulphur

Sulphur is de substantie die in de oudheid niet alleen geassocieerd werd met de hel, het hellevuur en de duivel. Het vertegenwoordigde ook de meest giftige, sluwe en verradelijker figuur van de alchemie: de Griekse God Hermes / de Romeinse Mercurius.

Hermes / Mercurius en de dubbelzinnigheid

Het verschijnsel van de overname van goden door verschillende culturen, zoals bij de Griekse en Romeinse cultuur, komt vaker voor. Maar je zag het onder meer terug bij Hermes (Grieks) en Mercurius (Romeins). Het maakt direct ook de ambivalente verhouding tussen deze twee duidelijk. Deze twee godheden worden in de mythologie vaak gelijkgesteld.

Maar dat is oppervlakkig en onterecht. Voor de Romeinen was Mercurius specifiek de godheid van de handel en de kooplui. Voor de Grieken was Hermes dat óók. Maar dat had meer te maken met het reizende aspect van de kooplieden. Daarom was Hermes voor de Grieken ook de god van de reizigers. Maar Hermes was meer – véél meer – dan dat.

Boodschapper van de Goden, begeleider van de zielen

Hermes was slim, ondeugend en jong. Hij haalde flink wat kattenkwaad uit. Volgens de legenden stal hij onder meer de drietand van Poseidon, de pijlen van Artemis en de gordel van Afrodite. Vanwege zijn vingervlugheid en ondeugd werd Hermes ook wel beschouwd als de God van de dieven. Maar zijn snelheid maakte hem tegelijk tot boodschapper van de Goden. Bovendien nam Hermes op den duur (in ieder geval in de Homerische vertelling van de Odyssee) de rol over van de (veel minder bekende) godin Iris als psychopompus – dat wil zeggen als ‘begeleider der zielen’ naar de onderwereld. 

De ambivalentie van Hermes

Hermes was daarnaast de drager van de staf Caduceus, waarmee hij mensen in slaap kon brengen – wat Hermes, boven Hypnos, de reputatie gaf van de God van de slaap en de dromen. Hermes / Mercurius was in diens aard dan ook door-en-door meerzijdig en dubbelzinnig.

Voor Jung stond Hermes daarom symbool van de ambivalentie en de paradox. Enerzijds een bron van heling. Maar óók een destructieve kracht. Enerzijds een boodschapper van de Goden – van de bovenwereld afkomstig. Anderzijds de begeleider van de zielen – onderweg naar de onderwereld. Hermes vertegenwoordigde daarmee ook het mysterie van de ambivalentie. Daarmee vormde hij voor Jung ook de ultieme Trickster.

De Trickster in primitieve cultuur

Wie (of wat) is de Trickster? 

De Trickster is in deze aanduiding misschien niet zo bekend. Maar de Trickster vormt een welbekend figuur in de primitieve cultuur. De Trickster is bovendien misschien wel een van de oudste, meest archaïsche godsbeelden uit de wereldmythologie. De Trickster was al aanwezig aan het begin der tijden.

De Trickster is aanwezig in de eerste zaadjes van onze vertelcultuur. Hij staat aan de wortel van vele primitieve verhalen en is als idee aanwezig in vele oude godsdiensten. Altijd vertegenwoordigt de Trickster daarbij de dubbelzinnigheid, de ambivalentie, de chaos, het onverwachte.

Loki, Hanuman, Seth, Janus, Wakdjunkaga…

De Trickster, dat is Loki, god van chaos en leugens in de Noorse mythen. Het is Hanuman uit de Indiase mythologie, de god die zijn eigen krachten vergat, vol van nieuwsgierigheid en trots, vol van heldenmoed en tegelijk naïef devoot. Het is de Eygyptische god Seth, god van de lucht en onvruchtbaarheid, meester van de woestijn en brenger van donder, chaos en oorlog.

Het is Janus van de Romeinen, de god van de doorgang tussen begin en einde, de godheid met de twee gezichten, die zowel voor- als achteruit kijkt en die zowel vrede als innerlijke oorlog kan betekenen. Het is Wakdjungkaga bij de Indianen van de Winnebago-stam, de ‘Listige’ en/of de ‘Lastige’, een wezen zo oud als de tijd en vertegenwoordigd als zowel stamhoofd als oude onbekende man.

(Voor een uitgebreide analyse van de Trickster, lees zeker ook de uitgebreide en klassieke studie van antrolopoloog en folklorist Paul Radin, The Trickster. Met daarin ook een essay van Jung zelf over de Trickster.)

Trickster in de moderne cultuur

‘Tricky tijden’ en de film ‘Joker’

Ver voorbij de primitieve en klassieke mythologie tref je de Trickster ook nog steeds aan in onze postmoderne cultuur. Zo vind je de Trickster terug in allerlei (sub)cultuur als stripverhalen, literatuur en natuurlijk film. Overigens wordt de Trickster daarbij vaak minder als psychologisch, innerlijke symbool opgevat. Het wordt vooral begrepen als een sociaal, maatschappelijk symbool van transformatie en ‘tussentijd’.

Voor meer inzicht in deze opvatting denk ik bijvoorbeeld aan het essay van ‘corporate’ antropologe Jitske KramerVerdwaald in een trickstercultuur’ en haar onlangs verschenen boek ‘Tricky tijden’. En zelf schreef ik natuurlijk al eerder over de Joker en de Verwarde Samenleving, over hoe angst in de samenleving zelf zorgt voor een verwarde maatschappij waar ‘psychische problematiek’ vanuit bevooroordeelde vrees omgezet wordt in ‘potentie tot geweld’.

The Crow als ‘psychopomp’

Vergeet daarbij zeker ook niet een cultfilm als The Crow – waar een kraai (een klassiek symbool voor de Trickster als overgang en transformatie) als psychopomp – begeleider van de ziel tussen wereld en onderwereld) iemand laat terugkeren uit de dood om onafgemaakte zaken op gewelddadige wijze recht te zetten.

In het verhaal van The Crow wordt overigens ook de grens tussen held/antiheld overduidelijk ter sprake gesteld: liefde en dood, wraak en rouw gaan hand in hand. De controversiële finale in die film bestaat er zelfs in dat de vijand uiteindelijk verslagen wordt door deze te overspoelen met zo gruwelijk veel (herinneringen aan) liefde, dat de dood erop volgt. 

Captain Sparrow en Mr. Wednesday

Of denk aan een figuur van Captain Sparrow in ‘Pirates of the Carribean’, een voortdurende vertegenwoordiger van verwarring, misleiding, chaos en ambivalentie. Of aan Mr. Wednesday in de ultieme gids door het landschap van goden op weg door Amerika in het fantastische boek van Neil Gaiman ‘American Gods’. Waarbij deze mysterieuze figuur uiteindelijk een veel diepere band heeft met de oorsprong van ‘Woensdag’ dan je zou denken (dit boek is ook verwerkt tot de – minder goede – serie ‘American Gods’). En zo zijn er nog vele andere popcultuurvoorbeelden te bedenken waarin de Trickster een rol speelt.  

Trickster en de ambivalentie tussen goed en kwaad

Hoe dan ook is de Trickster in zijn aard bijna giftig in diens ambivalentie. Enerzijds een moordenaar, amoreel en kwaadaardig. Vaak in samenwerking met machtige demonen en beesten uit de onderwereld. Maar tegelijk – tegelijk – is de Trickster in staat tot groot goed. 

De Trickster staat aan het begin en het einde

De Trickster is immers ook de psychopomp – de  intermediair tussen de Goden en de mensen. Zijn dia-bolische aard is precies de vonk die nodig is om opnieuw te beginnen. De Trickster is verantwoordelijk voor het losbreken van pijn en dood in de paradijselijke wereld van Eden. Maar tegelijk geldt dat Satan, in de vorm van slangen-Trickster, Eva niet alleen tot de ‘oerzonde’ verleidde (die het einde van het paradijs bracht).

De Trickster en het bewustzijn

Het was namelijk precies die oerzonde die het avontuur van de mens in het leven startte. Satan, niet God, staat daarmee in feite aan de oorsprong van het mystieke en mythologische bewustzijn. Het is het besef van het kwaad dat in ons in staat stelt het vermogen te onderscheiden. Daarmee staat dit moment van de oerzonde dus tegelijk aan de oorsprong van het het bewuste Zijn van de mens. Er is altijd ambivalentie, waar de Trickster in beeld komt.

Van de Trickster terug naar trauma

Trickster en dissociatie van het lichaam

De Tickster dissocieert in diens mythologie vaak een deel van zijn lichaam. Dat lichaamsdeel begint dan vaak een soort ‘onafhankelijk bestaan’ te krijgen, dat dan weer gestraft moet worden voor het gedrag dat het vertoont. Dat leidt dan weer tot het lijden van de Trickster zelf. Niet alleen doet dat psychologisch denken aan het fenomeen van de ‘conversiestoornis’ zoals die kan optreden bij (zeer ernstig) psychotrauma of, in lichtere vorm – aan somatisch onverklaarbare lichamelijke klachten die de getraumatiseerde ziel kan teisteren.

Als drempelgod dissocieert en integreert de Trickster in ieder geval verschillende innelijke beelden en affecten en haalt ze door elkaar. Hij bindt ze samen – of scheurt ze uiteen. De Trickster is op deze manier volledig amoreel. Hij is als het leven zelf: instictief, onderontwikkeld, een praktische grappenmaker, of een stomme (d.w.z: niet in staat tot spreken) domkop. Hij is de onwetende held en de gevaarlijke transformator. Hij is de schurk die de wereld ten goede wil veranderen door het kwade te doen. Hij schept de (innerlijke) wereld door deze te vernietigen.

De kern van Zelfregulatie van de psyche

Met (of door) Jung weten we dat pyschische proces – het met kracht scheiden (dissociëren) en het op alchemische wijze weer samenvoegen (integreren) – in feite een essentieel proces is voor ons innerlijke leven. ‘Scheiden’ en ‘samenbrengen’ zijn echter twee processen die inherent tegengesteld van aard lijken. ‘Scheiden’ lijkt zelfs inherent ‘slecht’. En ‘samenbrengen’ lijkt tot het ‘goede’ te behoren. Maar feit is dat juist deze processen elkaar in evenwicht houden. Sámen vormen ze het homeostatische proces dat eigenlijk de kerne van de zelfregulatie van de psyche vormt. 

Symbolische processen tussen ‘Ik’ en ‘Niet-Ik’

Voor de psyche geldt dat sterke affectieve stromen die de psyche bereiken vanuit de buitenwereld – of vanuit het lichaam – eerst moeten worden ‘gemetaboliseerd’ (d.w.z.: omgezet / afgebroken). Dat gebeurt door symbolische processen. De ervaringen moeten worden omgezet in taal. Zo worden ze vervolgens op symbolische wijze geïntegreerd in een narratieve identiteit van de ontwikkeling (van het kind).

De ‘Niet ik’ elementen van de ervaring moeten worden onderscheiden van de ‘ik’ elementen. Ze moeten agressief kunnen worden verworpen (naar buiten). En/of ferm worden onderdrukt (inwaarts). Dit proces is te vergelijken met de lichamelijke auto-immuunrespons op externe stoffen. Op de scheidsruimte tussen binnen / buiten het lichaam, worden stoffen gescheiden en daarbij toegelaten en omgezet – of ze worden verstoten, of ferm onderdrukt.

Bij het optreden van chronische traumatisering (bij het kind) kun je de traumarespons in de binnenwereld dan ook zien als een overstimulatie van deze natuurlijke beschermende psychologische ‘immuunrespons’. Het systeem wil nog steeds verdedigen. Maar omdat de factor waartegen het verdedigen wil, niet (meer) aanwezig is, begint het de aggressieve energie op het Zelf te richten.

Het Zelf als innerlijke psychologische factor

Voor Jung was  duidelijk dat er in het trauma ook een innerlijke, psychologische factor aanwezig was, die uiteindelijk de grootste schade aanrichtte. Die schade werd aangericht met een razernij, gelijk aan de Oud-Testamentische God-Vader. Hier trad het archetype van de Donkere Zijde van het Zelf naar voren.

Maar waarom trad juist dit primitieve, ambivalente Zelf – zowel licht als duister, zowel goed als kwaad –  naar boven in de innerlijke wereld van trauma? Wat deed de Trickster eigenlijk ontwaken in die innerlijke belevingswereld van het trauma?

Het Archetype van het Zelf

Onder alle archetypen die zich in het diepe Onbewuste bevinden,  is er één centraal archetype dat precies lijkt te staan voor het principe van het samenbrengen van alle tegengestestelde elementen binnen de psyche en hun vulkanische, explosieve dynamiek. Deze centraal organiserende, bemiddelende kracht in de collectieve psyche is wat Jung het Archetype van het Zelf noemt.

Verlossing of desintegratie:

De ontmoeting met het Zelf

Het archetype van het Zelf wordt gekakterariseerd door de uitzonderlijke kwaliteit dat het zowel het Licht als het Duister bevat. Een ontmoeting met dit archetype kan dan ook zowel verlossing als uiteenvallen betekenen.

De uitkomst is feitelijk afhankelijk van welke goddelijke zijde van het Zelf wordt ervaren door het Ego. Het is goed om dan ook te begrijpen dat in de Archetypische psychologie van Jung het Ego (Ik) en het Zelf NIET dezelfde zijn. Zoals Jung het formuleerde:

“The experience of the Self is always a defeat for the Ego.” – C.G. Jung

Het Zelf:

Niet ‘Ik’, niet de Schaduw

Het Duistere Zelf is ook niet het Archetype van de Schaduw. De Schaduw gaat immers over de moreel afgestoten delen van het Ik die in het proces van Individuatie moeten worden geïntegreerd. Het Archetype van het Zelf behoort tot een veel primitiever niveau van de ego-ontwikkeling. 

Het Zelf als mysterium tremendum

Als vertegenwoordiger van de Eenheid van alle eenheden staat het Zelf voor het beeld van God in de menselijke psyche. Maar dit betreft dan wel de Oud-testamantische God. Het is de Onveroorspelbare, het is de natuurkracht van Yahwe. Het is zowel de allesoverweldigende, verpletterende liefde. Als de allesverscheurende, vernietigende haat, belichaamd door het absoluut primitieve.

Dit Zelf als Archetype is het mysterium tremendum et fascinans Zelve.

Mens-worden door gestage integratie van interne frustratie

Nu geldt dat, aldus Jung, voor een gezonde psychologische ontwikkeling alles afhankelijk is van een gestage integratie van de archetypische tegenstellingen die eigen zijn aan het Zelf. Zo leert de zuigeling en het jonge kind op den duur het tolereren van de ervaring van innerlijke frustratie (haat), in de context van een primaire relatie die ‘goed-genoeg’ (dat wil zeggen: ‘niet perfect’) is.

De zuigeling leert langzaam dat de eigen, ongecontroleerde razernij en innerlijke agressie kan bestaan, maar dat het ook in staat is om de eigen frustraties in zichzelf te integreren. En het leert dit, precies omdat en doordat het ervaart dat het er zijn externe verzorgingsobject – de Liefhebbende Moeder – niet mee ‘vernietigt’: die blijft (in de gezonde ontwikkeling) gewoon komen. Deze ervaring behoort dan ook tot de gezonde ontwikkeling van het kind en de Mens zelf.

Het BASK-model voor dissociatie

De meeste traumatheorieën van nu nemen daarbij ook in overweging hoe moeilijk het is voor een mens om bepaalde aspecten van ‘ervaring’ te verwerken. De gehele, geïntegreerde ervaring bestaat immers uit vele verschillende factoren: het is een dimensionele gebeurtenis.

Een volledig geïntegreerde ervaring is dan ook niet altijd eenvoudig, zelfs niet onder ‘normale’ omstandigheden. Een inmiddels verouderd, maar nog steeds verhelderend model om de verschillende aspecten die een gebeurtenis tot ‘ervaring’ vormen in kaart te brengen is het BASK-model.

BASK – Behavior, Affect, Sensation, knowledge

BASK is een acroniem voor de ervaringselementen van gedrag (Behavior), affect (Affect), sensatie (Sensation) en kennis (Knowledge). Zoals gezegd, het is sterk verouderd: het BASK-model werd rond de jaren ’80 van de vorige eeuw gebruikt om het idee van dissociatie te verhelderen.

Maar het is, in alle eenvoud van het model, goed te gebruiken om het verschijnsel ‘dissociatie’ beter te begrijpen. In het model van BASK vertegenwoordigen de verschillende elementen van het acroniem samen een ervaring. Maar de verbinding tussen elk van deze elementen van ervaring kan worden verbroken.

Splitting, dissociatie en het uiteenvallen van de ervaring

In de trauma-ervaring zijn de affecten simpewleg teveel om te verdragen. Splitsing is daarom noodzakelijk. De verbindingen tussen de BASK elementen van de ervaring worden aangevallen. De aanval vindt plaats door de innerlijke archaïsche verdediging, met als doel de ervaring ‘hanteerbaar’ te maken. Het gevolg is dat de gehele ervaring uiteenvalt. Gebeurtenissen en hun betekenis worden losgekoppeld.

De ervaring verliest zijn dimensionaliteit. De affecten en sensaties van het lichaam krijgen geen toestemming om symbolsiche mentale representatie te krijgen. Dit maakt het mogelijk dat het Archetype van de Trickster het Ik van het kind ervan kan overtuigen dat de onverdraaglijke gebeurtenise niet langer gebeurt met het ‘mij’. 

Alexithymia en het trauma zonder woorden

Het resultaat is echter een innerlijke wereld waarin affecten en objecten onnoembaar worden. Ze worden door het trauma losgekoppeld worden van persoonlijke betekenis of van het persoonlijk belang. De archaïsche verdedigingsenergie slaat op hol. Er ontstaan psychosomatische ziektes. Of er zijn patienten die op zo’n manier gedissocieerd zijn, en/of geen woorden voor gevoelens hebben, dat ze als gevolg daarvan ‘dis-affected’ (onaangedaan) lijken. Hier treedt bijvoorbeeld ook het fenomeen van alexithymia op, zoals dat bij trauma en de daarmee verbonden dissociatie kan plaatsvinden.

Psychotrauma als intolereerbare ervaring 

Wanneer (chronisch) trauma plaatsvindt bij een kind, ervaart het een voortdurende intolereerbare ervaring vanuit de objectwereld. De negatieve kant van het Zelf – de agressie in de binnenwereld – kan niet worden geïnternaliseerd. Het integreert niet en blijft archaïsch van aard.

De interne wereld blijft geplaagd door de eigen primitieve en agressieve, destructieve energie. Waar deze agressieve energie meestal wordt gebruikt voor innerlijke realiteits-aanpassing in vorm van onderdrukking, sublimering en voor een gezonde verdediging tegen toxische ‘niet-Zelf’ objecten – worden deze nu naar binnen gericht. De innerlijke aggressie keert zich tegen de binnenwereld. 

Dat leidt tot een interne voortzetting van het trauma door innerlijke objecten, nog lang nadat de externe vervolger uit de buitenwereld is gestopt met de uitwendige traumatisering.

Attacks on linking

De agressieve energie binnen de psyche wordt gericht op de eigen afhankelijke aspecten. Zo wordt er een interne, psychische omgeving geschapen waarbinnen het aanvallen van het Ik, vanwege de eigen afhankelijkheid die als zwakheid wordt ervaren, een constante gebeurtenis is. Ook dit vormt onderdeel van de interne belevingwereld van trauma. Deze interne aanvallen vormen zich tot wat psychoanalyticus Wilfred Bion al in 1959 noemde: ‘een attack on linking. Het is om deze reden dat er bij de diepliggende ervaring van chronische traumatisering soms een overlap kent met de ervaring van psychose.

Het zijn interne aanvallen die zorgen dat de archetypische, aggressieve energie die door de psyche raast, zich richt op het ego. Met als doel te verhinderen de eigen pijn te voelen. De psyche kan in de traumatische ervaring niet symboliseren wat onverdraaglijk is. Pas (veel) later – langzaam, als een dergelijke gbeurtenis kan worden verteld –  begint het zich (vaak) te manifesteren in dromen, in een poging van de psyche om de ervaring te symboliseren. 

Het Ik van het getraumatiseerde kind raakt in zichzelf opgesloten. Het raakt opgesloten met de primitieve krachten die daar werkzaam zijn: het Zelf dat uiteen is gescheurd in een Donker Zelf (de Boosaardige, razende Yahwe – GodVader) en een Licht Zelf (de Almachtige en Goede Moeder). En te midden is daar de Trickster, die beide zijden op onbeholpen wijze probeert te verenigen – zelfs als dat betekent dat het Zelf wordt vernietigd in het proces. 

Trauma en Pan’s Labyrinth

Een prachtige film die het idee van het getraumatiseerde kind en het innerlijke labyrinth van doorns waar het doorheen moet om te kunnen samenleven met de Trickster als onbeholpen helper om het Archetype van het gespleten Zelf te bereiken en te helen, is de film ‘Pan’s Labyrinth’ uit 2006 van regisseur Guillermo del Toro

Een veelzijdigheid aan interpretaties

Door de historische setting van de film – de film speelt zich af in een zomer van 1944, 5 jaar na de Spaanse burgeroorlog – wordt de film soms geïnterpreteerd als een symbolisch verhaal dat gaat over psychologische factoren als gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid en als sociale oproep tegen het gevaar van het geweld van het fascisme. Dat is zeker één van de mogelijke interpretaties – het is het mooie van de veelzijdigheid van filminterpretatie. Je kunt de film echter ook bekijken als proces hoe een kind psychisch omgaat met een zeer donkere, sombere, gewelddadige en traumatiserende omgeving.

Het verhaal in het kort

(let op: spoilers!!! – als je de film nog nooit hebt gezien, eerst gaan kijken!)

Volgens oude verhalen was er eens een prinses Moanna, van wie de Vader de Koning van de Onderwereld was. Moanna bezocht de bovenwereld, maar het zonlicht verblindde haar en wiste haar geheugen. De onderaardse princes werd daarmee menselijk – en dus sterfelijk. Uiteindelijk stierf ze dan ook een mensendood. Maar haar vader geloofde dat zijn dochter ooit zou terugkeren. Daarom bouwde hij een labyrint rondom de wereld, met daarin poorten, hopende dat zijn dochter daardoor ooit haar weg terug zou kunnen vinden. 

Met deze legende ontmoeten we in 1944 de 10-jarige Ofelia, die met haar zwangere moeder haar stiefvader ontmoet, kapiteint in het leger en een sadistische en gewelddadige rebellenjager. In deze sombere omgeving ontmoet Ofelia op den duur een Faun, een mythologisch schepsel die er direct van overtuigd is dat Ofelia de reïncarnatie is van Moanna. Hij geeft haar daarom een boek waarin drie taken staan die Ofelia moet uitvoeren om zo haar onsterfelijkheid terug te krijgen en terug te kunnen keren naar het Koninkrijk van haar GodVader. 

Het geweld in de omgeving van Ofelia neemt op den duur enkel toe. Zo is ze o.a. getuige hoe haar stiefvader twee rebellen vermoord en wordt haar moeder steeds zieker. Aan de hand van de droomachtige opdrachten – waarbij ze min of meer geholpen en geïnstrueerd wordt door de Faun – dringt Ofelia steeds dieper het labyrint binnen.

In een trieste finale raakt Ofelia uiteindelijk gewond in de werkelijke wereld. In een poging haar babybroertje te redden, vlucht ze weg en wordt ze gedood door haar stiefvader. Ofelia sterft in de echte wereld – maar in de droomwereld keert ze terug als prinses Moanna, waar haar Goddelijke Vader en Moeder op haar wachten.

De Trickster en het Trauma

In het sprookje van ‘Pan’s Labyrinth’ zie je duidelijk terug hoe een kind – om om te kunnen gaan met chronische traumatisering – zich terugtrekt in een innerlijke belevingswereld. Het is een wereld die wordt gekenmerkt door droombeelden, fantasie en boeken (niet voor niets krijgt ze een boek om haar de weg te wijzen naar Goddelijke Ouders). In deze innerlijke belevingswereld vindt ze een ‘begeleider’ in de vorm van de Faun – een mythologisch wezen dat half mens, half geit is – en van wie de loyaliteit niet altijd even helder is.

In alles vertegenwoordigt de Faun dan ook de Trickster in het traumatiserende leven van Ofelia. Hij is de ambivalente begeleider – laf, maar wijs; afschrikwekkend, maar vriendelijk – en bereid om haar terug te leiden naar de onderwereld (een psychopomp dus, een begeleider van de ziel). Maar om dat te kunnen moet ze wel zélf een aantal zeer donkere, duistere opdrachten uitvoeren. Het zijn echter levensgevaarlijke, griezelige, nachtmerrieachtige opdrachten waarbij haar (innerlijke) leven werkelijk op het spel staan.

De Trickster en de dubbelzinnigheid van de Faun

Zo wordt ze door de Faun in een situatie gebracht waar ze bijna wordt opgegeten door de ‘Pale Man’, een kindeter – omdat ze als kind niet in staat is om haar eigen verlangens naar voedsel te onderdrukken. Vanwege deze ‘ongehoorzaamheid’ weigert de Faun haar vervolgens de derde opdracht te geven, die het haar mogelijk maakt zich te verenigen met de GodVader. Dit is echter het doel waarmee de Faun de opdrachten vanaf het begin gaf.

Dus wat wil de Faun nu werkelijk? Waar ligt zijn loyaliteit? Is het zijn doel werkelijk om Ego in verbinding te brengen met het Zelf? Of is het doel de vernietiging van het Ik door dit aan nachtmerries als ‘The Pale Man’ bloot te stellen? Waarom krijgt Ofelia bijvoorbeeld, wanneer ze uiteindelijk de instructies krijgt voor de derde opdracht, de tip om haar eigen babybroertje kwaad te doen en het te verwonden?

In alle zin is eigenlijk onduidelijk welke rol de Faun nu speelt. Hij is afschrikwekkend, maar vriendelijk. Hij is zacht voor Ofelia, maar is hij haar werkelijk goedgezind? Of wil hij haar eigenlijk kwaad doen en misleiden. Dit is de ultieme her-traumatisering: voortdurend misleidt de Faun haar met zijn opdrachten om zichzelf in haar innerlijke belevingswereld in gevaar te brengen of dingen te laten doen die ze eigenlijk niet wil. 

Pan’s Labyrinth en de ontmoeting met het Zelf

Trauma en het symbolische sterven

Maar nu komt het meest traumatiserende. Om de onderwereld te kúnnen betreden, is het feitelijk noodzakelijk dat Ofelia sterft. Dit sprookje kent in zeker geen ‘En ze leefden nog lang, etc…’ De oplossing zit in het sterven. Hier zit dan ook het waarlijke demonische, diabolische en in en trieste van de Trickster in het Trauma. Voor de Ware Ontmoeting met het Zelf is het (symbolische) sterven zelf nodig.

Om te kunnen herstellen van trauma zal er uiteindelijk afscheid genomen moeten worden van delen die het helemaal niet verdienen te sterven. Maar het is wel gebeurd. Dat verleden is nu voorbij. Wat is gebeurt, valt in werkelijkheid niet te herstellen. Er valt geen ‘ongedaan’ te maken. Het ‘recht’ van herstel ligt in de ‘erkenning’ dat er delen van ons Zelf in de ontwikkeling zijn gestorven. De werkelijke integratie van lichaam en geest is slechts mogelijk door afscheid te nemen. En heelhuids terug te keren in het hier-en-nu. 

Rouw en afscheid bij herstel van psychotrauma

Maar bij chronische traumatisering geldt altijd: we dragen het lichaam van het getraumatiseerde kind nog steeds in ons. We hebben er geen afscheid van genomen. En hoe onrechtvaardig is het leven niet, dat dit toch zal moeten, om in dit hier-en-nu verder te kunnen leven? Het is om deze reden dat herstel van trauma dan ook wezenlijk verbonden is aan een intense rouw en aan een hartverscheurend afscheid.  

De Trickster als ‘huurling’ van het Zelf

De innerlijke beleving van trauma, zoals ik dat heb geprobeerd duidelijk te maken, gaat dus veel verder dan de oppervlakkige symptomatologie van PTSS (herbelevingen, zelfvervreemding, vermijding, negatieve gedachten/afgestompte gevoelens en verhoogde prikkelbaarheid/hyperactivatie). Trauma gaat over een verinnerlijkt slagveld, zo gruwelijk in aard dat het Zelf zich ervoor afsplitst. Het zet vervolgens de Trickster als een soort onbetrouwbare ‘huurling’ in om deze splitsing in stand te houden en zichzelf zo te kunnen redden – maar dit ten koste van de binnenwereld.

De werkelijkheid van de innerlijke beleving van Trauma

Uiteindelijk schreef ik deze blog in een poging om het trauma áchter het ’trauma’ duidelijk te maken. Misschien is het goed om de rouw, de agressie en de nachtmerries als betekenis in het achterhoofd te houden, wanneer we het woord ‘trauma’ weer in onze mond nemen. Zodat we weer werkelijk begrijpen wat we eigenlijk zeggen als we het hebben over trauma. Laten we nooit vergeten welke intense veldslagen er schuilen achter de innerlijke beleving van psychotrauma.

Misschien zorgen we er op die manier voor dat niemand meer onnadenkend, en met typisch psychogebrabbel op social media, uitroept: “Hashtag: gevalletje PTTS, zeker?”

Deze blog is grotendeels geïnspireerd door het eerste hoofdstuk van ‘The Inner world of Trauma’ van Donald Kalsched, van wie binnenkort ook het boek ‘Trauma en de Ziel‘ verschijnt.


Ontdek meer van Rogier Teerenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

2 thoughts on “Pan’s Labyrinth, trauma en de Trickster (Deel 2)

Geef een reactie