Vriendschapsplicht

lonely sea

De leegte in

Lang geleden, het was rond de tijd dat ik mijn counselingspraktijk afrondde, zat tegenover me een jongen met wie ik een lange geschiedenis deelde. Ik had hem, denk ik, ongeveer zeven jaar geleden pas écht doorgrond en leren kennen, maar oppervlakkig kende ik  hem al veel langer. Hij was echter pas echt bij mij binnen komen lopen toen ik mijn opleiding voor counselor begon.

Hij was een jongeman, begin dertig, die al veel had meegemaakt. Een jeugd van emotionele verwaarlozing en fysiek mishandeling. Veel angst, veel stress, veel onveiligheid en wanhoop bij het opgroeien. Al jong uit huis, op de vlucht voor de diepe, grijze leegte die zijn ouderlijke huis vertegenwoordigde. Veel te jong getrouwd, in een poging om te ontsnappen aan depressie en eenzaamheid, in een poging een leven op te bouwen zoals dat volgens hem hoorde. Veel te jong vader geworden en ook veel te jong zijn huwelijk weer verloren, samen met zijn kinderen. Een leven van verlies had hem getekend, zowel emotioneel als fysiek.

Hij was iemand die zich had ontworsteld aan zijn eigen psychische pijn, door studie en heel veel innerlijk zelfonderzoek. Gedisciplineerd, iemand die een sterke ethiek had ontwikkeld over hoe te leven, die geloofde in vriendschap, in liefde, in eer en in trouw. Iemand die – net als ik – heilig geloofde in de ruimte scheppende kunst van het luisteren.

Maar nu zat hij verloren in de stoel tegenover me. Ik had hem jaren geleden begeleid bij een persoonlijk ontwikkelingstraject voor dezelfde opleiding als ik, voor counselor, maar nu was hij terug. Ik had al jaren niets meer van hem gehoord, veronderstelde dat het goed met hem ging. Maar hij had vanuit het niets plotseling opgebeld voor een nieuwe afspraak. De reden ervoor was tragisch. Liefdesverdriet. Simpelweg: hij was gedumpt.

Terwijl ik naar zijn verhaal luisterde drong opnieuw, zoals zo vaak destijds als ik naar mijn cliënten luisterde, tot me door hoe kwetsbaar we allemaal als mensen zij. En hoe intens onzorgvuldig we vaak met elkaar omgaan. Hoe laks we soms omgaan met de emoties van de ander.

De jongeman bleek gevallen te zijn – gevallen zoals de spreekwoordelijke baksteen – voor een jonge vrouw die hij bij zijn werk had ontmoet. Een aanvankelijke verliefdheid op afstand was op den duur werkelijkheid geworden en was tot een intieme liefde van nabij gegroeid. En hij had zich, hoewel na wat aarzelen en terughoudendheid, uiteindelijk met open ogen geworpen in een relatie waar hij met hart en ziel in geloofde. Hij had zich aan haar verbonden, tot diep in zijn hart, had zijn dromen aan haar vastgeklonken.

Het tragische was echter dat het een geheime relatie was – een affaire, in zekere zin. Want zij had op dat moment nog een vriend. Maar ze stond op het punt om het uit te maken. Dus toen ze dat uiteindelijk deed, verkeerde hij volledig in de veronderstelling dat ze dat voor hem deed, dat ze dat deed om bij hem te zijn. Maar ze verkeerde in moeilijke omstandigheden – zo hadden ze elkaar in feite ook leren kennen, hij had haar zijn luisterend oor geboden – en dus vroeg ze hem of hij misschien wat meer afstand wilde houden en vooral een vriend voor haar wilde zijn.

In de veronderstelling dat ze slechts een ‘time-out’ bedoelde, waarbij zij zich op den duur kon herstellen, om daarna weer bij hem terug te keren, gaf hij uiteraard vol ridderlijkheid toe. De galante ridder, die zou wachten op zijn geliefde. Zo was hij, zo kende ik hem ook. Hij geloofde in haar, vertrouwde haar, vertrouwde in de liefde. Hij geloofde erin dat zij evenveel van hem hield als hij van haar en dat alles wat ze nodig was, tijd was.

Dat ze hem diezelfde avond na haar verzoek uiteindelijk vertelde dat ze verliefd was op een ander, in feite dan ook dumpte, schokte hem tot in zijn bot. En dat ze de volgende dag werkelijk een nieuwe vriend bleek te hebben schopte de aarde onder zijn voeten weg. Hij tuimelde recht de leegte in.

deleegtein - httppixabay.comenold-ship-mud-broken-abandoned-sad-164980

Vriendschap

Hij vertelde me dat hij een week lang had geprobeerd om haar vriend te zijn, maar dat hij aan alle kanten had gemerkt dat ze afstand hield, dat ze hem ontweek. Toen hij uiteindelijk, op een eenzame zondagavond aan het begin van een nieuwe week, al zijn vragen en gevoelens voor haar op sms zette (whatsapp was er toen nog niet) en op de verzendknop drukte, doorbrak hij daarmee, willens en wetens, al zijn regels voor vriendschap. Hij zette in op een wanhoopsdaad: hij kon haar niet zomaar loslaten, hij wilde haar terug.

Het resultaat was even voorspelbaar als tragisch. Zij vroeg hem nu definitief om uit haar leven te blijven.

Hij verzocht haar – nee, eigenlijk smeekte hij haar – of hij alsjeblieft nog als vriend onderdeel van haar leven mocht blijven. Of ze alsjeblief contact met hem op wilde nemen. Waarop ze uiteindelijk antwoordde: ‘Ik heb nu rust nodig.’

Zijn eer, zijn vriendschapsethiek, dwong hem dit verzoek van haar te respecteren. Ze wilde afstand, rust, ruimte. Zijn grootste daad van liefde was haar nu te gunnen wat ze wenste. Ook al verscheurde haar wrede verzoek om afstand zijn hart.

Haar verjaardag die kort daarna volgde, confronteerde hem met een voor hem afschuwelijk dilemma. Hij wilde haar intens graag laten weten dat hij aan haar dacht. Maar tegelijk wilde hij zich houden aan de wens die zij had overgebracht: geen contact.

Wat zou een vriend doen? Een vriend laat op iemands verjaardag iets van zich horen, toch? Maar een vriend respecteert toch ook de wensen die hem zijn overgebracht? En bovendien: vriend of niet, hoe zat het met zijn eigen verlangen, met zijn eigen behoefte naar contact?

Hij verkeerde in pijn en wendde zich in wanhoop tot mij. “En nu?” vroeg hij. “Wat moet ik nu doen? Hoe ben ik een echte vriend voor haar?”

friendship2 - httppixabay.comstaticuploadsphoto201405181753pair-347220_640.jpg

Wederkerigheid

Zijn vraag herinnerde me aan een column die ik jaren geleden een keer had geschreven voor een nieuwsbrief van mijn studievereniging, met als titel ‘Vriendschap is plicht’. In die column schreef ik destijds – ik was nog jong en idealistisch – over de vraag in hoeverre vriendschap stand kon houden, wanneer die door een ander, door omstandigheden, werd verbroken. In hoeverre was jij, als vriend, aan de ene kant van de relatie, in dat geval eigenlijk niet verplicht om jouw eigen kant van die vriendschap te blijven handhaven?

Dat wil zeggen: in hoeverre moest je, als er een vriendschap was geweest, de ander blijven respecteren, de ander de ruimte blijven gunnen, de ander blijven ontvangen als deze bijvoorbeeld na lange tijd misschien weer terug zou komen. In hoeverre was dat geen verplichting, als je had gezegd: ‘Ik ben jouw vriend’. Ook als de ander die vriendschap blijkbaar minder hoog achtte dan jijzelf, was jij dan niet verplicht om die vriendschap in ere te houden?

Kortom: hoeveel aan ethiek van de vriendschap kon je zelfstandig overeind blijven houden, wanneer de ander blijkbaar niet heel sterk aan die ethiek hechtte en jou in de steek liet? Was er dan nog sprake van vriendschap? Of kon vriendschap – of in ieder geval de ethiek van de vriendschap – ook eenzijdig gehandhaafd blijven?

Interessant was dat ik daar vrij recent in een boek het volgende over had gelezen:

“Vriendschap betreft in ieder geval een aangelegenheid van wederkerige genegenheid en affectie, maar het is daar natuurlijk niet de enige vorm van. Die wederkerigheid lijkt wel essentieel te zijn. Je kunt eenzijdig en ‘in stilte’ verliefd op iemand zijn, maar het is onmogelijk om ‘in stilte’ bevriend te zijn met iemand die daar geen weet van heeft en geen genegenheid voor de ander voelt.”

Wederkerigheid blijkt dus wel degelijk onderdeel te zijn van vriendschap. De ethiek van vriendschap veronderstelt blijkbaar iets dat van twee kanten kwam. Wat van één kant kwam, kon misschien liefde zijn, maar is in feite geen vriendschap meer.

Maar tegenover mij zat een jongen met een gebroken hart, die zich intens schuldig voelde, omdat hij het idee had dat hij gefaald had – en dan niet op het niveau van de liefde, maar veel dieper, veel intenser: op gebied van de vriendschap. En hij had het idee dat hij opnieuw aan het falen was.

doublebind -httppixabay.comstaticuploadsphoto201406041642corridor-362166_640.jpg

Double bind

Terwijl ik nadacht over zijn dilemma realiseerde ik me plotseling dat het dilemma dat zijn belofte van ‘geen contact’ hem opleverde in feite een ‘double bind’ was. Een ‘double bind’ is een term die als eerste door de antropoloog Gregory Bateson werd gebruikt en waarmee (o.a.) een emotioneel stresserend dilemma wordt aangeduid, waarbij iemand geconfronteerd wordt met een situatie waarin adequaat reageren op de ene boodschap, het in gebreke blijven betekent van de andere boodschap, en omgekeerd. Zodat de ontvanger van de boodschap in feite altijd fout zit.

Het is de situatie: ‘Damned if you do, damned if you don’t.’ Met andere woorden, de ontvanger kan geen commentaar leveren op het conflict, kan het niet oplossen, en kan zich ook niet aan de situatie onttrekken. Er is een psychologische theorie die er van uitgaat dat wanneer kinderen bij het opgroeien voortdurend met double-bind-situaties worden geconfronteerd, dit uiteindelijk bij het kind leidt tot schizofrenie.

De oplossing van de double bind is echter relatief simpel, maar is tegelijk intens, razend moeilijk: het antwoord ligt namelijk bij jezelf. Wat wil jij? De essentie van het dilemma van de double bind is dat je het de ander naar z’n zin wil maken, maar dat dit onmogelijk kan. In beide gevallen verlies je. De enige oplossing, de enige manier om het gekmakende aspect van de double bind te overleven is daarom: voldoende vertrouwen in jezelf ontwikkelen, zodat jouw oplossing het niet de ander, maar jezélf naar de zin maakt. Je moet uiteindelijk met jezelf door één deur kunnen. Het antwoord moet dus draaien om wat je zelf wil.

En precies dat gaf ik de jongeman tegenover me terug. Ik zei: “Het is hierbij niet de vraag wat zij wil en wat zij verlangt. Het gaat hier om jou. Wat wil jij?”

“Wat betekent het voor jou om de vriendschap te eren?”

Goodbye -httppixabay.comstaticuploadsphoto201311281002flower-219963_640.jpg

Vaarwel

Hij trok zich terug in de stoel. Ik zag hem zijn ogen sluiten en nadenken, diep en lang nadenken. Ik zag tranen over zijn wangen glijden, in stilte huilde hij. Hij bleef zwijgen, nadenken. Toen hij uiteindelijk zijn ogen weer opensloeg en opkeek, voelde het alsof er uren waren verstreken, alsof de volledige wereld aan ons voorbij was getrokken. Hij keek me aan, had zijn besluit genomen.

“Dan leg ik geen contact,’ zei hij. ‘Maar misschien,” zei hij langzaam, “wil jij er voor mij over schrijven? Ik weet dat je soms casussen beschrijf. Misschien wil je over mijn geval vertellen, zodat er toch nog iets blijf bestaan van mijn verdriet? Ze wil geen contact. Dat kan ik respecteren. Maar dat betekent niet dat mijn verhaal niet verteld mag worden.”

Ik knikte. “Als dat iets is dat jou helpt.”

Hij legde zijn hoofd in zijn handen, boog voorover in de stoel en zuchtte diep. “Oh God. Nee. Nee, dat is niet wat helpt. Dat stopt de pijn niet.”

Hij keek op. “Natuurlijk niet. Maar toch is dit ‘the next best thing,¨ zei hij toen. “Een vriend luistert naar de wensen van de ander en voldoet daaraan. Met die ethiek, dat ik me houd aan dat stuk respect voor haar, daarmee kan ik leven. Daar kan ik me bij neerleggen. Dus doen we het zo.”

Hij stond op van de stoel. Hij had besloten, maar ik kon zien dat hij pijn had – het was geen fysieke pijn, geen duidelijk aanwezige pijn, maar het straalde af van zijn gezicht. Het was een combinatie van vermoeidheid, verdriet, een gevoel van leegte en teleurstelling, dat allemaal tegelijk, die uit zijn houding sprak.

Maar toen hij stond, rechtte hij zijn rug.  zijn blik was gefocust. Hij gaf me een stevig hand. Uit de handdruk begreep ik dat hier iemand stond die door die pijn omhoog zou krabbelen. Hij zou niet opgeven. Bij de deuropening draaide hij zich om.

“Zou je nog iets voor me willen schrijven?” vroeg hij.

Ik keek hem afwachtend aan. Hij aarzelde even, zijn stem stokte. Toen knikte hij. In zijn blik lag berusting, een pijnlijke, maar kalme berusting.

“Schrijf maar dat ik haar niet zal vergeten. Maar ik ga verder nu. Dat dat ook hoort bij respect voor vriendschap. Dat je loslaat. En voor jezelf zorgt.”

Met die woorden trok hij de deur achter zich dicht. Ik zakte terug in mijn eigen stoel, keek in de stilte van mijn kamer naar die afgesloten deur. Vroeg me af hoe andere mensen zouden aankijken tegen zijn besluit. Er zouden mensen zijn die tegen hem zouden zeggen dat hij zijn ‘recht’ op een afsluitend gesprek zou moeten opeisen. Dat hij desnoods bij haar aan de voordeur had moeten staan, dat hij respect had moeten opeisen, dat hij dan maar drama had moeten creëren. Dat een mens zich niet zo zou moeten laten behandelen, dat hij zich zwak opstelde.

Maar ergens begreep ik het wel. Het had niet te maken met ‘zich laten behandelen’, het had niet te maken met zwakte. Het had alles te maken met bewust een keuze maken voor een manier om om te gaan met een ondraaglijke situatie. En die keuze was ongelooflijk zwaar, zoals ook de consequenties intens zwaar waren. Maar op deze manier respecteerde hij twee mensen. Haar.

Maar vooral zichzelf….

(1) Persoonsgegevens uit deze casus zijn in verband met privacy uiteraard aangepast en zodanig vervormd dat iedere eventuele herkenning op toeval berust.

(2) Citaat over vriendschap is afkomstig uit ‘Over vriendschap: verkenningen van een zone zonder gevaar’, van Wil Derkse (Uitgeverij Lannoo, 2012)


Ontdek meer van Rogier Teerenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie