Empathie en innerlijke tijd

Alweer in 2009 publiceerde primatoloog Frans de Waal het boek ‘Een tijd voor empathie’. Aan de hand van aansprekende voorbeelden toonde De Waal daarin aan dat de mens empathisch gedrag deelt met dieren. Sociaal en onbaatzuchtig gedrag zou volgens hem dan ook van groot gewicht zijn in onze samenleving. ‘Het recht van de sterkste’ was niet de enige wet die binnen de maatschappij regeerde. Ook empathie zou een belangrijke rol spelen in onze samenleving.

De eerste regel van het voorwoord van De Waal luidde daarbij: ‘Hebzucht is uit, empathie is in’. De auteur sprak zelfs over een ‘aardverschuiving in de samenleving’. De politiek leek volgens hem klaar voor een nieuw tijdperk, met een nadruk op samenwerking en sociale verantwoordelijkheid. En empathie daarbij als hét sleutelbegrip van de nieuwe tijd.

Helaas bleek de wereld – we zijn inmiddels jaren verder – grotendeels onverschillig te staan voor het enthousiasmerende relaas van De Waal. Met als spottende en meest cynische symbool van het finale ongelijk van de eerste zin van De Waal – ‘hebzucht is uit, empathie is in’ – wellicht de uitkomst van de Amerikaanse verkiezingen in 2016. Die zadelde de VS immers op met een op-en-top zakenman aan het stuur. Zónder enige gevoel voor empathie. En enkel hebzucht in de portefeuille.

Een groter contrast ten opzichte van de opvatting van empathie als fundament voor een sociale samenleving kan iemand zich bijna niet indenken. Hoe kan het toch, zo vroeg ik me af, dat empathie eigenlijk geen werkelijke revolutie kent? Waarom lijkt het er soms op dat onze samenleving zich zelfs juist tégen ieder menselijke inlevingsvermogen keert? Over die vraag gaat deze blog.

Empathie als revolutie

Het boek van De Waal leest, in het licht van de huidige tijd, als een oproep tot een revolutie die nooit is begonnen. Tegelijk kent het woord ‘empathie’ ondertussen wel een immense populariteit. Zoekmachine Google levert mij bijvoorbeeld, met het intypen van de term ‘empathy’, binnen 0,70 seconden ruim 46 miljoen resultaten. En empathie heeft daarbij ook – onvermijdelijk – een marktwaarde gekregen.

Empathie wordt aangeprezen als een belangrijke ‘soft skill’ binnen de bedrijfswereld. Het maakt onderdeel uit van de vijf bepalende elementen op grond waarvan de ‘Emotionele Intelligentie’ wordt bepaald (die weer wordt gezien als zeer belangrijk voor een ‘succesvol’ leven). Empathie maakt dan ook vaak onderdeel uit van ‘vaardigheidstrainingen’ voor leidinggevenden en managers.

Ik vermoed echter dat de populariteit van het begrip ‘empathie’ juist de tijd voor empathie in de weg staat. Omdat we door de immense populariteit van het woord tegelijk steeds minder weten wat ‘empathie’ eigenlijk behelst. We moeten daarom af van het oppervlakkige gebruik van het woord.

Mijn stelling luidt dat we moeten beseffen dat empathie niet ‘zomaar’ iets is. Dat ‘empathie’ niet iets is dat je uit je mouw schudt als de zakdoek bij een verkoudheid. Of iets dat je achteloos doet, in het voorbijgaan op straat. Empathie is geen ‘vlug’ begrip. Voor empathie kun je ook geen certificaat halen. En empathie is zeker niet de flirtende blik die je uitwisselt in de trein omdat je toevallig tegenover elkaar zit.

Empathie heeft te maken met intentionaliteit. Het is een begrip dat samenhangt met aandacht en bewustzijn. Frans de Waal stelt dat empathie zelfs biologisch in ons verankerd is. Dat mag zo zijn. Maar dan nog stel ik dat die biologie geen empathie in de samenleving garandeert.

Empathie is ons mensen niet zomaar gegeven. Het moet gekoesterd worden. Het moet geoefend worden. Opvoeding en onderwijs spelen bij de ontwikkeling van empathie een belangrijke rol. Maar politiek en economie spelen ook een rol. Empathie is dan ook niet eenvoudig of hip. Empathie is bij uitstek een complex en traag begrip. Empathie verdient zorgvuldige aandacht.

Empathie is complex

“Als ik een koorddanser bezig zie, heb ik het gevoel dat ik in hem zit.” Met dit citaat introduceert De Waal in zijn boek de Duitse filosoof en psycholoog Theodor Lipps (1851 – 1914). Lipps was, zo rond 1890, verantwoordelijk voor de eerste omschrijving van het concept ‘empathie’ (terzijde: Lipps werd ook zeer bewonderd door Freud en was een belangrijke inspiratiebron in de ontwikkeling van de psychoanalyse door Freud).

We kijken, schreef Lipps, vol spanning naar een koorddanser, omdat we in ons voorstellingsvermogen diens lichaam binnengaan en zodoende deel hebben aan diens ervaring. Het Duitse woord daarvoor is ‘einfühlung’. Lipps duidde dit woord later met een Griekse equivalent, ‘empatheia’, dat het beleven van een sterke aandoening of hartstocht betekent.

Uiteindelijk groeide dit begrip uit tot het concept van ‘empathie’: de gemoedsbeweging van één individu die zich in een ander verplaatst. Lipps stelde kortom, dat we de ervaring van de ander kunnen voelen alsof het onze eigen ervaringen zijn. Die identificatie kon, aldus Lipps, niet worden teruggevoerd op andere begrippen zoals ‘redeneren’ of ‘associëren’. Empathie is wat ons toegang verschaft tot ‘het vreemde Zelf’ van de ander.

Interessant is daarbij vooral ook dat de uitleg van Lipps, als de grondlegger van het begrip empathie, wezenlijk verschilt van de uitleg van empathie door de moderne psychologie. Lipss ging namelijk uit van empathie als een innerlijke zintuiglijke gewaarwording. De moderne psychologie echter, legt empathie vaak uit als een cognitieve vaardigheid.

Affectieve empathie

Lipps stelde dat een mens de emoties, acties en intenties van een ander in zichzelf lijfelijk gewaar kan worden. Dit wordt ook wel ‘mee-voelen’, ‘mee-trillen’ of ‘mee-bewegen’ genoemd, of ‘plaastvervangend ervaren’. Deze ervaring speelt zich af op een pre-verbaal, lichamelijk niveau en wordt ook wel ‘affectieve empathie’ genoemd.

Affectieve empathie kan, zo wordt in veel leerboeken gewaarschuwd, echter ook leiden tot overspoelende emoties bij de persoon die meevoelt. Vooral in de professioneel hulpverlenende context wordt daarom vaak aanbevolen om de affectieve empathie onder controle te houden. En bewust weg te stappen van de empathie die Lipps ruim een eeuw geleden verwoordde. Om, in plaats daarvan, vooral in te zetten op de andere vorm van empathie: cognitieve empathie.

Cognitieve empathie

Cognitieve empathie verwijst naar het vermogen om verstandelijk het perspectief van de ander in te nemen. En dus om via de rede, de gevoelens, gedachten en ervaringen van de ander, zo goed mogelijk te identificeren en te begrijpen (lees: te diagnosticeren).

Cognitieve empathie wordt basaal gebruikt om het gedrag van een ander te kunnen voorspellen. Dat wil zeggen: om in te kunnen schatten welke consequenties de innerlijke betekeniswereld van de ander mogelijk kan hebben voor onszelf. Deze vorm van empathie kan in vaardigheidstrainingen goed aangeleerd worden. Het wordt in rollenspellen ontwikkeld als ‘techniek’.

De instrumentele inzet van empathie leidt echter niet noodzakelijk tot méér meeleven, mededogen of compassievol gedrag. Sterker nog, deze aangeleerde vorm van empathie kan, zo wordt erkend, ook misbruikt worden om het gedrag van iemand te beïnvloeden. Cognitieve empathie heeft dan ook veel kenmerken die verwantschap vertonen met manipulatie.

Conceptuele empathie en procesempathie

Toch is juist de cognitieve empathie de vorm van empathie die in de hedendaagse psychologie hoogtij viert. Er is hierbij vooral sprake van wat men noemt ‘conceptuele empathie’ (‘conceptual empathy’). Dat wil zeggen: het betreft empathie als een cognitief begrijpen, dat gebaseerd is op inzichten in de persoonlijkheid van de ander. Verstandelijk wordt een ‘concept’ van de ander gecreëerd.

Cognitieve empathie wordt gekenmerkt door een cyclisch interactieproces, dat inderdaad getraind kan worden. Het interactieproces kent drie fasen. Fase 1 begint met iemand die iets tot uitdrukking brengt over zichzelf. In fase 2 probeert de ander vervolgens op die beleving af te stemmen. (Die afstemming wordt ‘empathische resonantie’ genoemd). En in fase 3 wordt het begrip van de boodschap van de ander dan door de ontvanger invoelend teruggegeven aan de zender.

Als procesomschrijving voelt dit allemaal nogal kunstmatig aan. Bovendien is het ook goed mogelijk om een begrip van de boodschap van de ander terug te geven, zonder dat er werkelijke interesse voor de ander in zit. Of zelfs zonder dat de ander werkelijk ‘begrepen’ is. Deze vorm van empathie wordt ‘procesempathie’ genoemd. Empathie wordt hierbij cognitief ingezet als instrument.

Persoonsempathie en amae

Naast procesempathie bestaat er persoonsempathie. Deze vorm van empathie valt samen met de ‘einfühlung’ waar Lipps over schreef. Persoonsempathie (ook wel ‘achtergrondempathie’ genoemd) verwijst naar het ervaringsnabij proberen te begrijpen van de wereld van de ander.

Empathie heeft hierbij niet te maken met reageren op de ander (bij uitstek het terrein van de procesempathie). Persoonsempathie heeft juist alles te maken met het luisteren naar de ander. Het staat voor de welwillende grondhouding die een mens in staat stelt om zich emotioneel te verplaatsen in de ander om deze beter te begrijpen.

Persoonsempathie impliceert daarbij een hele specifieke vorm van luisteren. Deze luistervorm kan misschien het beste omschreven worden aan de hand van een Japans begrip: amae. Amae, dat moeilijk eenduidig te vertalen valt, duidt in ieder geval op een gevoel van basale, door de tijd voortgaande, rustige en diepe emotionele verbondenheid met de ander, zoals die bij de veilige hechting tussen moeder en kind ook plaatsvindt. Het is voelen dat de ander precies heeft gevat wat jij hebt proberen over te brengen.

Persoonsempathie valt misschien het beste te begrijpen als het luisteren in een oude, vertrouwde vriendschap, waarbij het ‘anders-zijn’ van de ander volkomen geaccepteerd is. In die vriendschap wordt er juist zelfs ruimte geschapen voor die ‘andersheid’ van de ander. Een belangrijk onderdeel van de persoonsempathie is dan ook het beschikken over innerlijke ruimte.

Empathie, ‘at-one-ment’ en mystiek

De innerlijke ruimte als onderdeel van persoonsempathie maakt het mogelijk om de eigen zekerheden over persoonlijke waarheden en overtuigingen tijdelijk los te laten. Ten gunste van de waarheden en de woorden van de ander. De psychoanalyticus Bion omschreef deze ruimte met het begrip ‘at-one-ment’.

Met ‘at-one-ment’ verwees Bion naar een open houding die zich vrijmaakt van verlangens en herinneringen. Een houding die toelaat dat er een fusie met de waarheid van de ander kan optreden. Bion sprak daarbij over een transformatie in O, een concept waarmee Bion in wezen een mystieke ervaring trachtte te omschrijven.

Er valt ook wel iets voor te zeggen om empathie inderdaad te herleiden tot een waarachtige mystieke ervaring. Deels heeft dat te maken met de kern van mystiek als afgeleid van het oud-Griekse werkwoord ‘mýõ’, dat samenhangt met de betekenis van ‘sluiten’ – en dan vooral ‘het sluiten van de ogen en van de lippen’. Dit slaat dan terug op empathie als het luisteren en op de intentionele aandacht voor de ander.

Deels heeft het ook te maken met het liefdevolle mysterie van mystiek. Mystiek als verwant aan ‘mystagogie’: de inwijding in het mysterie (van de Ander), dat empathie kan omringen. Je oprecht geraakt voelen door de ander – omdat de ander zich in jou bevindt en jij je in de ander ontvangen voelt worden – verandert werkelijk iets in beiden. [Het idee van empathie en mystiek verdient overigens met gemak een compleet eigen uitwerking in een andere blog. Daarom ik zal er hier niet verder op ingaan.]

In zijn meest waarachtige (ongrijpbare) vorm is empathie in ieder geval de ervaring van het daadwerkelijk éénworden met de ander: het binnengaan van de ander. Denk daarbij ook aan de omschrijving van empathie door Lipps als het ‘binnengaan’ van de koorddanser: “Als ik een koorddanser bezig zie, heb ik het gevoel dat ik in hem zit.”.

Empathie kan zo misschien zelfs beschouwd worden als een ervaring waarbij het unieke wezen van de Ander zich ín het Zelf van de luisteraar openbaart.

Brené Brown over empathie

Empathie is dus complex. Te complex om het begrip achteloos te gebruiken op de cover van een glossy. Of met een eindcijfer op een cursus voor managementvaardigheden te beoordelen (voor empathie: een 10!). Dergelijk gebruik van empathie draagt volgens mij enkel bij aan een uitholling van het begrip.

Voor wie na bovenstaande theoretische uitleg nog steeds niet helemaal begrijpt wat empathie inhoudt: niet getreurd. Het is tijd voor een korte video over empathie van de zeer bekende en populaire Brené Brown (onderzoekshoogleraar maatschappelijk werk aan de University of Houston en auteur van diverse populaire boeken over o.a. kwetsbaarheid, schaamte en moed)

De uitleg van Brown over empathie is naar mijn mening zeer waardevol, helder en bruikbaar. Het verschil tussen sympathie als ‘scheiden’ (separation) en empathie als ‘verbinding’ (connection) is duidelijk. Toch mis ik in de video nog steeds een belangrijke eigenschap van empathie. Het is een eigenschap die de video wel laat zien, maar die Brown niet benoemt en die nauw samenhangt met het eerder genoemde begrip van ‘innerlijke ruimte’. Het is het element van tijd. Beer maakt niet alleen ruimte voor Vos. Maar Beer stelt ook diens tijd beschikbaar.

Empathie en tijd

Stel je echter eens voor dat Beer, die in de video zo liefdevol naast Vos gaat zitten, een werkgever zou hebben (en dat is niet onwaarschijnlijk). Het is een werkgever die Beer flink in de nek zit te hijgen. Je kunt je gemakkelijk voorstellen dat je deze werkgever  – laten we deze werkgever eens meneer IJsbeer noemen – al van veraf kan horen brullen in de gang, met de nagel van een scherpe klauw onaangenaam schrapend over het glas van diens luxe horloge.

“Hoeveel tijd neemt mevrouw Vos nog in beslag?” brult meneer IJsbeer. “En neem even wat meer afstand: we zijn uiteindelijk professionals, niet waar? Is mevrouw Vos trouwens verzekerd? Want we willen de kosten voor die omhelzing wel vergoed zien. En heeft meneer Giraf, een kamer verder, al medicatie gehad? En wanneer kan ik de rapportage van de nachtdienst inzien?”

Leuk dus, spreken over empathie. En over naast iemand gaan zitten. En over verbinding zoeken. Maar of het nou gaat over vriendschap of over een professionele zorgrelatie, beiden vinden plaats in een bepaalde context, waar ook anderen bij betrokken zijn. En is er binnen die context, voor waarachtige empathie (dat wil zeggen: voor persoonsempathie) in de realiteit van onze samenleving eigenlijk wel tijd?

Empathie en innerlijke tijd

Persoonempathie, empathie die bestaat uit het inleven in de ander, heeft namelijk tijd nodig. En de tijd voor empathie is bovendien ook nog eens van een bijzondere kwaliteit. Want het gaat niet over de economische tijd die werkgever IJsbeer vertegenwoordigt. Empathie gaat juist over een andere tijd: de innerlijke tijd.

Het is een tijd waarover de filosofe Joke Hermsen, in haar boek ‘Stil de tijd’, uitgebreid schrijft (en waaraan ik eerder aandacht besteedde in een blog over tijd en creativiteit: ‘Stap uit de tijd‘).

De tijd van empathie draait om een innerlijke tijd die zich niets aantrekt van verlies- en winst rekeningen, die zich afkeert van snelheid en haast. Het omvat een tijd die juist ruimte biedt aan periodes van rust en reflectie. Het is een tijd waarin onze menselijkheid zich kan openen, voor onszelf en voor de ander.

Dat empathie een specifieke vorm van tijdsbeleving oproept, wordt bijvoorbeeld ook in de theorie van de persoonsgerichte therapie bevestigt. Daarin wordt nadrukkelijk vermeldt dat empathische communicatie een eigen tijdsruimte kent, met een eigen tijdsbeleving. Een empathisch gesprek kan misschien door een buitenstaander als traag worden ervaren. Maar wordt door de deelnemers juist ervaren als intensief en snel voorbij. De tijdservaring verdiept met empathie.

Empathie en de innerlijke tijdsbeleving zijn dan ook nauw aan elkaar verbonden. Deze innerlijke tijdsbeleving is daarbij werkelijk anders van karakter dan de reguliere economische kloktijd waar we ons gewoonlijk in bevinden. Want gewoonlijke tijd waarin we ons bevinden, zo legt Hermsen uit, is een tijd die strak wordt gereguleerd van buitenaf.

De reguliere tijd wordt gereguleerd door sociale, maatschappelijke afspraken, waar onze persoonlijk levenssfeer – en ook onze empathie – zich volledig naar heeft gevoegd. Het is de economie die regeert over deze tijd.

Economische kloktijd verstikt onze empathie

De kloktijd heeft daarmee, aldus Hermsen, de ervaring van de innerlijke tijd verdrongen, met alle gevolgen van dien. Aan de hand van diverse filosofen laat Hermsen in haar boek zien dat de verdringing van de innerlijke tijd onder meer tot gevolg heeft dat de mens van zichzelf vervreemdt en de eigen vrijheid verliest.  De raderen van de economische kloktijd zijn zelfs zo meedogenloos, dat ze in staat zijn om de hoop op maatschappelijke verandering te vermorzelen(!).

En – in lijn met het pleidooi van Hermsen – stel ik daarnaast dat de tirannie van de economische kloktijd óók de tijd voor empathie verhindert. Willen we een maatschappelijke revolutie van de empathie kunnen bewerkstelligen, dan zal dat dus óók een wezenlijke verandering in onze omgang met de tijd moeten behelzen. Een tijd voor empathie suggereert immers een duidelijke voorrang van de innerlijke tijd op de economische tijd.

Juist de economische kloktijd verstikt volgens mij onze ruimte voor de mystieke ervaring van empathie. Het verklaart tegelijk ook grotendeels waarom een samenleving zich soms zelfs tégen empathie lijkt te keren. Want wie ruimte probeert te scheppen voor empathie, knaagt immers rechtstreeks aan de economisch klokdiscipline van de maatschappij. Het raakt aan het geld.

Geen wonder dat de richtinggevende top van die samenleving zich dan ook lijkt te verzetten tegen de werkelijke uitwerking van empathie in onze gemeenschap. Empathie (persoonsempathie) staat haaks op de portemonnee van de samenleving. Haarscherp verwoordt Hermsen daarbij, in de inleiding van haar boek, een fundamentele kritiek, die ook geldt voor empathie:

“Vervreemding, cynisme, onverschilligheid, versnelling, verloren zelf en leven voorbij elke hoop op of elk geloof in verandering, dat is wat de klopjacht van de economische klok mede veroorzaakt heeft. Een pleidooi houden voor onthaasting of consuminderen zonder een fundamentele herziening van onze omgang met de tijd en zonder verregaande verkenning van een mogelijk andere tijdservaring, heeft volgens mij dan ook niet zoveel zin.”

Hetzelfde geldt volgens mij voor het onverschillige, nonchalante, hippe en gemakkelijke gebruik van het woord empathie. Pleiten voor een tijd voor empathie heeft weinig zin, zonder de fundamentele erkenning dat empathie ook een andere tijdservaring in zich meedraagt, waar ruimte voor moet worden gemaakt.

Kortom: willen we werkelijk dat empathie een kans maakt in onze samenleving, dan zullen we – juist op maatschappelijk niveau – bereid moeten zijn om fundamenteel anders om te gaan met de tijd.

Empathie en samenleving

Maatschappelijk inzetten op empathie betekent dus maatschappelijke ruimte scheppen voor innerlijke tijd. Het betekent de economische kloktijd durven uit te schakelen. En tijd te maken voor onthaasting en voor creatieve verbeeldingskracht.

Dat vergt durf en daadkracht. Dat is niet ‘zomaar’ gedaan. Het vergt een maatschappelijke discipline en een inzet op aandacht voor elkaar. Bovenal betekent het een bewuste en actieve beslissing om empathie in handelen om te zetten.

Want, net zoals een echte revolutie daadwerkelijke actie impliceert, is ook empathie een actie. Empathie is geen ‘concept’, het is niet afstandelijk. Empathie zit in potentie in ons lijf, het doordrenkt onze biologie, maar is bovenal een werkwoord. Werkelijke empathie betekent eigenlijk: ‘empathiseren’. Het betekent: werk aan de winkel. Pas als de samenleving dat beseft, wordt de tijd voor empathie een echte tijd van revolutie.

We spreken dan echter over een revolutie die niet gepaard zal gaan met veel kabaal en snelheid, vol extraversie, winstmaximalisatie  en vlotte beslissingen. Het is juist een revolutie die mensen tot zwijgen maant. Het is een revolutie die zal vragen om de batterijen uit de klok te halen. Om de wereld juist tot stilstand te brengen.

Het is een revolutie van zitten in het gras, naast de ander. Het is de revolutie van een hand op de schouder, van de vertrouwde stilte tussen vrienden. Het is een revolutie van ademen en met aandacht luisteren naar het verhaal van de ander.

Daarin ligt de ware revolutie…

 

Noot: De uiteenzetting over empathie is grotendeels ontleend aan twee hoofdstukken, geschreven door Marc Hebbrecht (persoonsempathie) en door Greet Vanaerschot (procesempathie), afkomstig uit het boek Empathie.


Ontdek meer van Rogier Teerenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

2 thoughts on “Empathie en innerlijke tijd

Geef een reactie