De Alsof-Persoonlijkheid: zoeken naar het Ware Zelf

Het imposter syndroom: lijden achter ‘alsof’ (deel 2)

De ‘alsof’-persoonlijkheid definiëren

De ‘alsof’-persoonlijkheid. In het eerste deel van deze  blog over het imposter syndroom kwam de term al meerdere keren voorbij. Het imposter syndroom, zo schreef ik, is met de tijd geëvolueerd. Het fenoneem heeft op den duur verschillende, uit elkaar liggende betekenissen gekregen. Dat leidt tot verwarring. 

Table of Contents

In de huidige tijd van post-truth, gecombineerd met de psychopathologie van de sociale media duidt de term ‘imposter syndroom’ vooral op het echte bedrog. Het is de onzekerheid – het onzekere, wankele gevoel – achter het ‘doen alsof’, dat samenhangt met het werkelijke ‘doen alsof’. Het ‘imposter syndroom’ slaat vooral op het jezelf professioneler voordoen dan je werkelijk bent. De ‘imposter’ is op die manier echt. En het syndroom slaat op de (zeer concrete, reële) angst om door de mand te vallen – omdat je feitelijk en écht ‘doet alsof’. 

In deze blog gaat het daar echter niet om. Zoals gebruikelijk zoek ik de diepte, ook achter het ‘imposter syndroom’. Ik zoek naar wat zich schuilhoudt in de leegte, achter de ‘alsof’-persoonlijkheid. (4.654 woorden, 25 minuten leestijd.)

de alsof-persoonlijkheid en de leegte achter het masker

De ‘alsof’-persoonlijkheid: de leegte achter het masker

De ‘alsof’-persoonlijkheid zoals die samenhangt met het imposter syndroom als psychopathologie bevat een hele echte, werkelijke vorm van lijden. Het is een vorm van lijden die je niet wegneemt door straffend/disciplinerend (of therapeutisch-coachend) te zeggen: ‘Doe maar niet meer alsof’. Deze vorm van lijden ‘denk’ je niet weg, door als het ware cognitief te blijven herhalen ‘Ik ben een echt jongetje’, in de stijl van Pinokkio. Achter de ‘alsof’-persoonlijkheid schuilt een hele echte, ernstige (dat wil zeggen: destructieve, ondermijnende) vorm van persoonlijkheidsproblematiek. 

De ‘alsof’-persoonljkheid wordt eigenlijk gedefinieerd door een voortdurende, fundamentele vraag waarop het antwoord zoek is geraakt door het eigen gedrag. Het ‘alsof’ draait om de vraag: ‘Wie ben ik eigenlijk?’ In de gebalanceerde persoonlijkheid wordt deze vraag onbewust vanuit het ‘Zelf’ beantwoordt. Dat wil zeggen: de persoonlijkheid vindt zijn eigen balans en betekenis in een antwoord dat als het ware voortkomt vanuit een dieper liggend innerlijk ‘kompas’. 

Het Zelf als innerlijk kompas

Dat ‘innerlijke kompas’ van het Zelf is een soort intuïtie, zoals die vorm krijgt door de tijd heen, vanuit allerlei ervaringen en botsingen met het leven. Het is een intuïtie die gevormd wordt door de innerlijke passies, zoals die vibreren met het eigen hart en die richting geven door het leven heen. De ‘alsof’-persoonlijkheid wordt echter gekenmerkt door een soort ‘innerlijke leegte’ op plek waar dit kompas zou moeten zijn, op weg naar het het juiste – dat wil zeggen: meest stabiele – innerlijke evenwicht. 

In plaats daarvan is er bij de ‘alsof’-persoonlijkheid een onderliggend gevoel van wantrouwen ten opzichte van de wereld. Er is een fundamenteel gemis aan vertrouwen in de eigen plek in de wereld. De ‘alsof’-persoonlijkheid achter het ‘imposter syndroom’ wordt dan ook gekenmerkt door een emotionele fragiliteit onder een dunne laag van successen. Deze laag is zo dun, omdat de successen eigenlijk dwangmatig bereikt moeten worden. Er is een interpersoonlijke, relationele breekbaarheid, omdat de emoties voortdurend onder de druk staan. De emoties staan onder de druk van het voortdurende gevoel bedreigd te worden door het (risico van) het falen van succes. 

De ‘alsof’-persoonlijkheid door anderen na te doen

Vroeg-emotionele zielsverwondingen en een gebrek aan goede of ‘goed-genoeg’ hechtingservaring liggen aan de grondslag van de ‘alsof’-persoonlijkheid. Omdat deze innerlijke verwondingen nog zo teer zijn, zijn ze ook bijna niet te verdragen. In plaats van dat er ruimte was om te kunnen helen van vroeg-traumatische ervaringen, is er als het ware een persoonlijkheid over de wonden heen ‘gebouwd’, door zoveel mogelijk anderen na te doen. Het eigen Zelf is van vroegs af aan opgebouwd aan de hand van de goedkeuring van anderen. 

Dat heeft echter een prijs. Die prijs is vaak diep verborgen, voor anderen – maar ook voor degene die zelf lijdt. Door het Zelf op te hangen aan de goedkeuring van anderen is de eigen authenticiteit verloren gegaan. Dat klinkt heel spiritueel en new-age-achtig. Maar de authenticiteit als onderdeel van het Zelf is heel wezenlijk  en fundamenteel. Het is geen spirituele, zwevende ‘authenticiteit’ die hier bedoeld wordt. Het gaat ook niet om ‘eigenaarschap’. Het gaat niet om een ‘coachingstrucje’ om ‘echt te worden’. 

De 'alsof'-persoonlijkheid en de archetypische angst schaamte en isolatie

De rauwe archetypische angst achter het ‘alsof’

Het ontwikkelen van authenticiteit is een fundamenteel, wezenlijk element van onze psyche. Het is een elementaire sleutel van het eigen Zelf dat met ‘alsof’ ontbreekt. Deze sleutel is daarbij niet met opzet kwijtgeraakt. Er is geen sprake van een bewuste keuze. Het ‘alsof’ bij de ‘alsof’-persoonlijkheid is geen bewuste actie. Het kan daarom ook nauwelijk bewust worden gecorrigeerd. Het wordt op gang gebracht door een diepere laag die gekenmerkt wordt door een achterliggende en onafgeronde, rauwe, archetypische angst.

Onderliggend is er bij de ‘alsof’-persoonlijkheid sprake van:

  1. een voortdurende, emotionele onrust; 
  2. een grote moeite om hier-en-nu aanwezig te zijn, veroorzaakt door altijd in de toekomst liggende doelen en de innerlijke angst nooit goed genoeg zijn;
  3. vermijding, van zichzelf en van intieme relaties, die het moeilijk maakt om echt contact te krijgen – voorbij de oppervlakte van de meegaandheid en het zoeken naar goedkeuring. 

Bij de ‘alsof’-peroonlijkheid is er sprake van een grote mate van vermijding, uit angst, eenzaamheid en emotioneel verlies. Iemand trekt zich terug uit de realiteit, omdat deze zich onbekwaam voelt om er echt mee aan te gaan. De eigen identeit vloeit voortdurend tussen ‘pleasen’ en ‘erbij willen horen’. De bedrieger vermijdt zo de diepte en de eigen zichtbaarheid. Imand blijft onzichtbaar, ook al is het in volle zicht.

de alsof-persoonlijkheid, desctructiviteit en burn-out

Destructiviteit, kunstmatige onafhankelijkheid en burn-out

Vaak is er een diepliggende overtuiging dat iemand geen anderen nodig heeft. Onderliggend daaraan ligt echter het gegeven dat de aanwezigheid van anderen een basaal, primair gevoel van onveiligheid oproept. Er is een onderliggende gevoel van schaamte en angst, die wordt beheerst door zich te richten op het neerzetten van buitengewone prestaties en een strikt, gedisciplineerd streven naar perfectie.

De ‘alsof’-persoonlijkheid investeert een aanzienlijke, onbewuste energie aan een splitsing in de realiteit. Niet voor niets is er ook sprake van een hoog percentage waarbij het imposter syndroom verbonden is aan burn-out. Hoe ‘succesvol’ en hoog-functionered de iemand van buiten ook lijkt te zijn. De innerlijke wereld ligt bij de ‘alsof’-persoonlijkheid in feite in scherven.

De ‘alsof’-persoonlijkheid voelt zich dan ook vaak afgesplitst van binnen. Er is de intuïtie dat iemand afgesneden is van de diepere aspecten van het eigen Zelf, waaronder ook de eigen lichamelijke ervaring. Het eigen gedrag heeft, zelfs voor de persoon zelf, iets destructiefs. Soms wordt zelf aangegeven dat men zich voelt als ‘in strijd zijn met zichzelf’.

Achter de muren van ‘alsof’ ontbreekt het Zelf

De ‘alsof’-persoonlijkheid verdedigt zichzelf tegen aspecten van de realiteit die te maken hebben met verlies en vergankelijkheid – omdat precies die onverdraaglijk aanvoelen. Maar verlies en vergankelijkheid maken de realiteit precies tot wat het is: de werkelijkheid. Achter het ‘alsof’ schuilt dan ook de leegte van ‘wat niet is’. Er is een grote noodzaak tot de illusie en de idealisatie van anderen, om zo de illusie in stand te kunnen houden dat het leven anders kan zijn – (of eigenlijk: is) – dan dat het werkelijk is. Er is geen Waarachtig Zelf achter de muren van het ‘alsof’ aanwezig. Voor de ‘alsof’-persoonlijkheid is er enkel het Valse Zelf.

Het Valse Zelf

Het Valse Zelf (False Self) is oorspronkelijk een idee van de Britse psychoanalyticus Donald Winnicott. Het begrip ‘Vals Zelf’ is (helaas) erg populair. Het klinkt lekker en wordt dan oook gemakkelijk verkeerd begrepen, vooral in bepaalde alternatieve therapiecircuits. “Je moet je Valse Zelf afzweren en tot je Ware Zelf komen,” klinkt misschien heel wijs. Maar het is eigenlijk klinkklare onzin. Ook dit begrip behoort daarmee tot de categorie van ‘therapy speak’. Want opnieuw gaan we, met het oppervlakkig in de mond nemen van dit idee, voorbij aan het hele echte, reële lijden dat achter het Valse Zelf verscholen zit. Het Valse Zelf tast als psychologisch verschijnsel de eigen persoonlijkheid aan. Het is een teken van een diepliggende, destructieve psychologische beschadiging.

de alsof-persoonlijkheid en Het valse Zelf als beschermingsmechanisme

Het Valse Zelf als beschermingsmechanisme

Laten we beginnen met de constatering dat de constructie van een Vals Zelf geen subsituut is – geen vervanging – voor een ‘Waar Zelf’. Er is geen bewuste ‘ruil’ van ‘zelven’, waarbij we even willekeurig schuiven met innerlijke elementen wanneer het ons uitkomt. Of dat we – wanneer we het maar hard genoeg willen – met een doekje over de roetlaag van de ziel kunnen strijken en ‘hoppa’, daar verschijnt het schitterende ‘ware zelf’. Nee. Het Valse Zelf is een diep, intern beschermingsmechanisme binnen onze psyche. Het is een beschermende laag voor het Ware Zelf. Dat betekent dat het optreedt, omdat het Zelf blijkbaar in gevaar verkeerde – en daarom beschermd moest worden.

Bescherming heeft altijd een reden

Het Valse Zelf heeft in die zin in essentie ook een positieve en zeer belangrijke functie. De belangrijkste taak ervan is om het Ware Zelf te verbergen en te verdedigen. Het doet dit door middel van een volledige aanpassing aan de eisen, zoals deze instinctief worden ervaren vanuit de omgeving. In die zin is het dus ook volstrekte therapeutische waanzin om daar als coach maar aan te gaan peuteren, vanuit de gedachte dat het wel ‘goed’ is, om het Valse Zelf ‘maar even’ te gaan ‘vervangen’ door een ‘waar zelf’. Zo werkt het niet. Zo zit de psychologische constructie nu eenmaal niet in elkaar. Eerder is die geneigdheid een uiting van het dwingende adagium van de huidige tijd: u zult uzelf ontplooiien! Maar dit is de werkelijkheid: hoe schadelijk ook. De verdedigingsfunctie is er met een reden.

De alsof-persoonlijkheid en het valse zelf als tricky Trickster

Het Valse Zelf is een ‘Tricky’ verschijnsel

Maar – en ook dit is waar – net zoals de Trickster optreedt als beschermer bij trauma – en het dit, wanneer het denkt dat dit nodig is, op sadistische en innerlijk destructieve wijze doet, is ook het Valse Zelf een tricky verschijnsel. (Ik schreef al eerder over de dubbelzinnigheid van de Trickster-manifestatie van het Zelf als bescherming bij trauma in deze blog). Het Valse Zelf beschermt. Maar op den duur heeft die bescherming een prijs.

Het Ware Zelf en de authentieke identiteit

Met het ‘Ware Zelf’ bedoelde Winnicott iets heel specifieks. Hij doelde op iets dat – heel primitief en vanaf het eerste begin – al aanwezig is in de zuigeling. Hij bedoelde met het Zelf de authethieke identiteit waarmee het kind geboren wordt. Dat stukje ‘identiteit’ – het volstrekt eigene van de baby – is vanaf het begin vaak al zichtbaar – in gedrag, en temperament, in uiting van de primaire behoeften. Als we het hier hebben over de authenticiteit, dan begint deze hier, in die eerste fase.

het Ware Zelf en de spiegeling tussen baby en verzorger

Het Ware Zelf ontstaat in de veilige spiegeling

Het centrale idee daarbij is dat de zuigeling in feite volledig afhankelijk is van de primaire verzorger. Dat geldt niet alleen op gebied van overleving – door middel van de zorg die het behoort te krijgen. Maar het gaat óók over betrouwbare en veilige, accurate en empathische emotionele bron van spiegeling die de zuigeling krijgt, in reactie op de eigen behoeften. Het ‘Ware Zelf’ krijgt zijn vorm wanneer de primitieve energieën achter de primaire behoeften op positieve, bevestigende wijze – dat wil zeggen: voeding bij honger, verschonen bij zinnelijkheid, spelen bij gezien willen worden, het krijgen van ritme en regelmaat – worden beantwoord.

Het Ware Zelf zit verborgen in de instinctieve spontaniteit

Wie zegt ‘het Ware Zelf’ bestaat niet – en er zijn vele van dat soort online artikelen – heeft nog nooit werkelijk en met liefde naar het eigen kind gekeken. Want er is geen oprecht betrokken ouder die kan beweren: mijn kind heeft geen Zelf. Iets in dat kind is ‘volledig oprecht’, iets volledig ‘eigens’. Die oprechtheid zit in de spontaniteit, in die eerste, instinctieve reactie die het vertoont op diens impulsen. Die spontaniteit, die volstrekt eigen eerste intuïtieve sturing – dat is het Zelf waar Winnicott het over had met het Ware Zelf – en het ontstaat, ontwikkelt zich, door het op voedende wijze gezien worden en beantwoordt worden door de verzorger op de eigen behoeften.

De Alsof-persoonlijkheid en Het Valse Zelf ontstaat in reactie op de chronische afwijzing

Het Valse Zelf ontstaat in reactie op chronische afwijzing

Wanneer dit stelselmatig niet het geval is – dat wil zeggen: niet in reactie op toevallige, desynchrone voorvallen, maar wanneer er sprake is van chronische afwijzing of verwaarlozing – dan zal op den duur een Vals Zelf ontstaan. Dit gebeurt in reactie van het innerlijk van het kind om zich te beschermen, te verdedigen en het Ware Zelf te beschermen tegen beschadiging. Het Valse Zelf ontwikkelt zich, wanneer het kind (op chronische wijze) wordt blootgesteld aan de verwerping of afwijzing van de eigen kinderlijke ervaring. Het kind verliest dan langzaam het gevoel voor iniatief en spontaniteit. Er treedt een toenemend, onderliggend gevoel van zinloosheid en wanhoop op. 

Het Ware Zelf is het verlangen van het kind om spontaan te zijn

Het Valse Zelf onwikkelt zich door vroeg falen in de omgeving, om het potentieel van het Ware Zelf te bevestigen en te helpen realiseren. Het Ware Zelf raakt op die manier verborgen achter de getrainde reacties van het kind, om maar te voldoen aan de behoeften van de omgeving. De ouders zijn niet ingesteld op het natuurlijke verlangen van het kind om assertief, spontaan en levendig op eigen wijze te kunnen zijn. 

Opoffering van spontaniteit in ruil voor kunstmatige veiligheid

Waar het de primaire taak van de verzorger(s) is om het kind te helpen om de eigen affecten en gevoelens te leren herkennen, te begrijpen en er woorden aan te geven. Daar ontwikkelt zich het Ware Zelf van het kind – doordat het zo zich Zelf leert kennen en te begrijpen. En ontstaat het Valse Zelf wanneer het de eigen spontaniteit opoffert, in ruil voor de kunstmatige ‘veiligheid’ van het voldoen aan de omgeving.

De alsof-persoonlijkheid en het Valse Zelf en de eis om geen kind te zijn

Het Valse Zelf ontstaat vanuit de omgevingseis geen kind te zijn

Het is de eerste taak van de verzorger om het kind naar zich Zelf te begeleiden – van de afhankelijkheid naar de onafhankelijkeid, van de intuïtie en het eigen kompas. Het Valse Zelf ontwikkelt zich en komt tot stand, daar waar de omgevingseisen juist gericht zijn op de radicale aanpassing van het kind. 

Het Valse Zelf hangt dan ook vaak samen met de eis om: 

  1. weinig afhankelijkheid te tonen;
  2. minimaal aanwezig te zijn;
  3. de eigen affecten en emoties helder te communiceren;
  4. de eigen behoeften voor zichzelf te kunnen verklaren; 
  5. Eigen gedrag en impulsen te beheersen.

De primaire eis aan het kind van waaruit het Valse Zelf zich ontwikkelt is dan ook geen kind te zijn.

De alsof-persoonlijkheid en het Valse Zelf als het perfect aangepaste kind

Het Valse Zelf is de ultieme aanpassing van het kind

Het kind raakt dan aangepast aan de verlangens en eisen van de ouders, die zelf zich niet bewust zijn van de verbeeldingskracht en alle creatieve, spontane aspecten van het kind. Waar de verzorgers zich niet aanpassen aan de behoeften van het kind – wat in beginsel juist hun taak is – daar wordt het kind verleid om te reageren met de eigen aanpassing aan de omgeving. Het begint te reageren met een aangepast – dat is: Vals – Zelf, dat zich vervomd en in allerlei bochten wringt om aan te kunnen sluiten op de eisen van de omgeving.

Het Valse Zelf en de basishouding van wantrouwen

In essentie is het fundament van het Valse Zelf een voortdurende onderwerping aan wat de omgeving vraagt. Het is niet moeilijk om voor te stellen dat er zich, onder deze onderwerping, op den duur een vorm van venijnige, aggresieve, destructieve energie begint te bundelen. Die dan weer samenhangt met syptomen van depressie en burn-out. Er ontstaat een basishouding van wantrouwen van de omgeving – een voortdurend aftasten om voor het gevaar van de afwijzing te behoeden, die samenhangt met een wantrouwen van het eigen Zelf: als die een fout maakt – en die maakt het, want volledige aanpassing is nooit mogelijk – is dit namelijk een slecht Zelf.

De onmenselijkheid van het perfectionisme

De onmenselijkheid van het perfectionisme. 

Perfectionisme is het centrale kenmerk van de ‘alsof’-persoonlijkheid. Kenmerkend voor de ‘alsof’-persoonlijkheid is het radicaal proberen uit te bannen van alles dat als imperfect zou kunnen worden geïnterpreteerd.

In het doen ‘alsof’ is de omgang met het Zelf primaire vermijding

Wanneer iemand opgroeit zonder een gevoel van support, zonder een basale ervaring van veligheid, en met onvoldoende gevoel van erkenning en gezien worden,  is er vaak sprake van een diep onderliggend gevoel van schaamte en paniek. Deze moet verborgen worden en die moet worden ontkend om er überhaupt enigzins mee om te kunnen gaan. De essentiële omgang met het eigen Zelf is vermijding. De essentie van de ‘alsof-persoonlijkheid die achter het imposter syndroom verborgen zit, is vaak een reactie op kindertrauma. 

De alsof-persoonlijkheid en perfectionisme als coping

Perfectionisme is een copingsmechanisme

Perfectionisme is daarbij in feite een stategie om emotioneel te kunnen overleven. Het is een copingmechanisme. Dit mechnisme wordt daarbij gekenmerkt door een diep onderliggend wantrouwen van de eigen omgeving, van het eigen zelf en van anderen. De enige manier om dit wantrouwen te kanaliseren is door de absolute controle: het streven naar perfectionisme. Het kleinste detail dat mis gaat roept dan in reactie ook woede – een kinderlijke razernij – op. Het is een boosheid die gebaseerd is op een lage zelfwaardering. 

Perfectionisme, Vals Zelf en wantrouwen

Onderdeel van het Valse Zelf is een in de basis aanwezig wantrouwen. Het kind ontwikkelt zich in principe namelijk vanuit een natuurlijke vertrouwen in de primaire verzorgers om de eigen behoeften te spiegelen in de emotionele ervaring. Bij accurate spiegeling leert het kind de eigen emoties te labelen en te vertrouwen op de validiteit van de eigen innerlijke ervaringen. 

Het kind leert te vertrouwen op de validiteit van de eigen innerlijke ervaringen

Het ik-gevoel bij de ‘alsof’-persoonlijkheid is fragiel en kwetsbaar

Maar wanneer de eigen behoeften worden gespiegeld met afwijzing, irritatie en ongeduld, leert het kind daarmee de eigen behoeften af te wijzen. Vanuit deze basis leert het kind de behoeften van het eigen Zelf te wantrouwen. Het kind voelt zich onzichtbaar en alleen. Het blijft alleen achter met de vraag wat het verkeerd doet. En het eindigt met de conclusie dát het verkeerd doet. Vanuit deze ervaringen wordt de ‘alsof’-persoonlijkheid geconstureerd. 

In de ‘alsof’ persoonlijkheid is het ego – het ‘ik-gevoel’ – dan ook vaak erg kwetsbaar. Het bevindt zich voortdurend op het randje van uit elkaar vallen. Het gevoel van Zelf – of de ervaring van het eigen Zijn – is gefragmenteerd. Kritiek vanuit de omgeving is in feite onverdraaglijk – vandaar – en daarom – het voortdurende streven naar perfectie. 

De alsof-persoonlijkheid en de perversie van de prestatiemaatschappij

De ‘Alsof’-persoonlijkheid en de perversie van de prestatiemaatschappij

Er ontstaat een aangeleerde en aangepaste sociale houding. Deze houding is echter gebaseerd op een onderliggende angst. Het heeft te maken met het beschermen en bewaken van het Ware Zelf. Het is in die zin dan bijvoorbeeld ook een volstrekt en volledige gruwel om in een artikel te lezen dat een wetenschappelijke studie ‘ontdekt’ dat het imposter syndroom ‘onverwachte voordelen voor de werkplek’ heeft! Het ‘imposter syndroom’ blijkt namelijk samen te hangen met uitblinken in teamwork, samenwerking en sociaal gedrag. 

Ja, natuurlijk! Hoe pervers wil je het eigenlijk hebben? De ‘alsof’-persoonlijkheid zal immers altijd alles op alles zetten om perfect samen te werken, het meest sociaal te zijn en volledig uit te blinken in het werken met alle collega’s. Dat is namelijk het fundamentele kenmerk en de essentie van de ‘imposter’: het is de perfecte ‘pleaser’ – maar ten koste van wat?

De stoornis achter de alsof-persoonlijkheid sluit perfect aan bij de pathologie van de prestatiemaatschappij

De stoornis sluit op deze manier perfect aan op de pathologie van de prestatiemaatschappij die alles wil opofferen voor méér, groter en het meest succesvol resultaat. Maar onderliggend ligt er aan deze fundamentele verstoring van het ‘alsof’ en de ‘imposter’ eigenlijk een vorm van innerlijke doodsangst die voortbroedt en innerlijk de ziel verbrandt. Om op deze manier ook nog eens als volwassene medogenloos misbruikt te worden in en door een cultuur waar de prestatie, het succes en de zelfopoffering voor het imago van perfectie centraal staat.

Want de ‘alsof’-persoonlijkheid blinkt inderdaad uit in de ultieme sociale aanpassing. Maar het Ware Zelf daarachter is nooit volledig aanwezig. Er schuilt geen diepte achter de samenwerking – het is gebaseerd op wantrouwen. Het echte contact verloopt moeizaam. Wat echt is aan de Ander blijft verborgen, het blijft verhult, op afstand en is moeilijk aan te raken. 

bij de alsof-persoonlijkheid blijft wat echt is altijd verborgen, op afstand en moeilijk aan te raken

De ‘alsof’-persoonlijkheid draait op de volledige aanpassing aan de omgeving, die voortkomt uit een primitieve bestaansangst om afgewezen te worden en daarmee het Zelf niet langer meer te kunnen handhaven. Het Zelf staat onder het ‘Alsof’ voortdurend op het punt uiteen te vallen. Het is het terugtrekken van de eigen volwassen psyche, om maar te kunnen voldoen aan de eisen van de omgeving en de confrontatie met de buitenwereld te vermijden.

In de ‘alsof’-persoonlijkheid wordt imperfectie altijd vervangen door zelfveroordeling, in plaats van compassie en  zelfzorg. De eigen vitaliteit neemt daardoor constant af en komt op den duur droog te liggen, omdat de toegang ervoor is ontzegd tot de ware bron van de authenticiteit: het Ware Zelf.

De alsof-persoonlijkheid en het Ware Zelf

Het Ware Zelf definiëren

Natuurlijk blijft het lastig om de vinger nu te leggen op dat Zelf waar we het hier over hebben. Intuïtief weten we wel ongeveer wat we bedoelen. Maar om er een definitie voor te geven, blijft lastig. Zeker als we het Zelf proberen te definëren vanuit de Jungiaanse Analytische Psychologie. Het Zelf blijft een bijzonder comples begrip en lastig te definiëren. 

Jung helpt ook niet echt, doordat hij door zijn teksten heen verschillende omschrijvingen, definities en symbolen gebruikt, die hij gedurende zijn hele leven en werk ook voortdurend verder verfijnde, verhelderde en ontwikkelde. In ieder geval staat vast dat het Zelf voor Jung voorbij gaat aan het idee van het Ego als centrum van bewustzijn. Voor Jung transcendeert het Zelf het ego. Het Zelf bevat méér dan enkel dat wat bekend is als de ‘ego-sfeer’ van het bewustzijn. 

Voor Jung is het Zelf in feite het centrale organiserende principe van de volledige psyche. 

Het Zelf een kernconcept – één van  de archetypen van onze psyche – dat refereert aan de uitgebreidheid van de persoonlijkheid. Het Zelf vitaliseert, gidst het ego op het voortdurende pad van individuatie en geeft betekenis aan het eigen bestaan. Het biedt richting en is verbonden aan het numineuze – het ís het numineuze misschien zelfs. Daarmee biedt het idee van het Zelf van Jung veel overlap met het concept van het Zelf van Winnicott als iets dat als kompas in het leven functioneert en betekenis verleent.

Maar voor Jung betekende óók dat het Zelf in feite NIET iets is, dat je écht wilt ontmoeten. De ontmoeting met het Ware Zelf mag wellicht noodzakelijk zijn voor de eigen ontwikkeling, om tot volle wasdom te komen en om door het Valse Zelf ‘te breken’. Maar net als de Trickster bij trauma is het Valse Zelf er niet voor niets – de functie ervan is te beschermen, ook al doet het dit wellicht op verknipte wijze. 

De werkelijke ontmoeting met het Zelf is het Sterven zelf

De werkelijke ontmoeting met het Ware Zelf is in feite verbonden aan het Sterven. Vaak – meestal – is dit sterven symbolisch – iets waar je met rouw doorheen gaat en waarbij afscheid onderdeel is van het proces. Maar als het werkelijk moet, dan neemt het concrete de plek in voor dat wat symbolisch zou moeten blijven. Dan wordt de ontmoetingg met het Ware Zelf de ontmoeting met iets dat zo overweldigend is dat het een werkelijk, concreet sterven in zich draagt. 

Het Ware Zelf is de pure authenticiteit – en wanneer het ontmoet moet worden, omdat er een onbalans is ontstaan, omdat het verborgen is geraakt, dan is het verbonden aan de vernietiging en aan de destructie van al het Oude. Het Ware Gezicht gaat voorbij de moraal en alle normen. Deze ontmoeting is geen fijne, warme gebeurtenis. Het kan deregulerend zijn. Het is verpletterend en destructief. het is alsof de Oude Goden zich op je neerstorten en je uiteenrukken.

De Trickster van het Valse Zelf probeert dan ook te beschermen – niet alleen voor beschadiging van buitenaf. Maar ook zeker voor beschadiging van binnenuit! Maar aan de andere  kant geldt ook dat wanneer de ontwikkeling van het Ware Zelf voortdurend wordt gehinderd – wanneer de ervaring van het Zelf blijvend onderdrukt wordt –  dit zich op den duur ook zal somatiseren. Dan wordt het symbolische op lichamelijke wijze uitgeleefd, vaak echter op manieren die onbruikbaar – want onverstaanbaar voor de omgeving – zijn voor de werkelijke verdere ontvouwing ervan. 

De psychosomatiek van de alsof-persoonlijkheid probeert te beschermen, maar zal niet begrepen worden

Wat is de werkelijke oplossing voor de imposter?

Het dilemma van de ‘alsof’-persoonlijkheid is in essentie hels. De imposter staat in een kwellende spagaat. De kern van het bedrog draait immers om voortdurend verborgen te blijven op de enige plek waar eigenlijk niets echt verborgen kan worden – in het innerlijk. Of, als alternatief: te leren om het onverdraaglijke te verdragen. Om de eigen waarheid te zien van het imperfecte zelf: dat het innerlijke kind eigenlijk vanaf het begin in de steek gelaten is.

De oplossing ligt in het ontwikkelen van een meer compleet zelfbeeld. De bedrieger is immers niet langer nodig wanneer iemand echt kan zijn. Daarbij gaat het niet om vervanging – het gaat om integratie. Deze integratie treed op wanneer de wanhoop en depressie werkelijk kan worden aangeraakt. Samen met het horen van alle persoonlijke verhalen, waarin deze voorheen onaangeraakte, onacceptable en onbekende aspecten een rol speelden, verborgen werden – met alle gevolgen vandien. 

De meeste benaderingen bij het ‘imposter syndroom’ richten zich daarbij op de gebruikelijke gebruiksaanwijzingen: manieren om het waarneembare gedrag te herstellen.  “Als je geen imposter wil zijn, probeer dan echt te zijn,” zegt de coach. Of: “Als je niet wil doen ‘alsof’, doe dan het masker af.” Of: “Breek het ijs!” (Een van de méér – of eigenlijk meest – waardeloze clichés die ik ooit heb horen opperen in dit kader.) Alsof er een trucje is, iets dat je ‘even’ doet – als een knop omzetten. Maar er is weinig of geen aandacht voor de onderliggende, onbewuste werkelijkheid die het ‘alsof’ eigenlijk vormt. De meer wezenlijke aspecten die te maken hebben met vertrouwen/wantrouwen – veiligheid/onveiligheid. 

Dit reflecteert het gebruikelijke gebrek aan  psychologische diepte die deze tijd kenmerkt. Het laat bovendien een basaal gebrek zien aan nieuwsgieringheid naar de intrinsieke drijveren achter deze persoonlijkheidheidstype. Maar wat helpt dan wel? Wat helpt zijn de ingrediënten voor normaal menselijk contact, waar in onze huidige tijd echter steeds minder plek voor is.

Respect, acceptatie, ruimte

De oplossing zit in de relatie. Het Zelf – waar of vals – ontstaat immers hoe dan ook in de relatie. Het ontstaat niet ‘in zichzelf’ – het ontstaat in de interactie. Dus probeer het dan ook niet alleen. Vaak zijn er al voldoende signalen die aanleiding bieden om terug te keren naar die relatie: destructief gedrag, burn-out, opvliegendheid, depressie, gevoelens van leegte. Dat zijn impulsen van de ziel die aangeeft dat er disbalans is.

Het ‘alsof’ lost vervolgens op in de (therapeutische) helende relatie die door de volgende ingrediënten vorm krijgt. Het scheppen van ruimte. Het bieden van aandacht. Vertraging bieden, zodat de eigen impulsen zich op den duur veilig genoeg voelen om zich vanzelf te tonen in de interactie. Tijd creëeren. De onvoorwaardelijke aanwezigheid en acceptatie van de ander, precies zoals die is – inclusief het ‘alsof’. Niet als straffende, te corrigeren eigenschap. Maar iets dat erbij hoort. 

Denk aan het verhaal van de innerlijke beleving van het imposter syndroom dat ik in deel 1 van deze blog deelde. Dát is een werkelijk verhaal, van een werkelijke innerlijke beleving. Daar past geen veroordeling, geen prestatie-eis om dat verhaal te horen. De imposter verdient dan ook geen veroordeling of afwijzing. Het ‘alsof’ ontstond immers om goede redenen en met een vitale functie. Het is noodzakelijk dat dit gerespecteerd wordt – en het is noodzakelijk, omdat precies dát is waar de werkelijke heling kan ontstaan. Respect voor de copingsmechanismes van de mens voor je – een diep respect voor de vitale overlevingsdrift van de psyche van de ander. 

Het Valse Zelf verdient het niet om ontkent, afgekeurd of vernederd te worden. Het verdient wel aandachtige, accepterende opmerkzaamheid: te zien en te erkennen dat het er is. Dan, en enkel dan, wanneer het Valse Zelf veilig is, zal het Ware Zelf zich – zoals de betekenis van het leven zelf – vanzelf in het leven ontvouwen.

De alsof-persoonlijkheid kan alleen helen als het geïntegreerd wordt in het geheel van het Zelf. Het kan niet uitgebannen blijven

P.S.: Deze blog is volledig tot stand gekomen zonder inzet van AI. Al het vooronderzoek is door mijzelf verricht. Alle beeldmateriaal is door mijzelf verzameld, alle tekst is door mijzelf geschreven, geschrapt, gecorrigeerd en herschreven tot de blog zoals die je net hebt gelezen.


Ontdek meer van Rogier Teerenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

One thought on “De Alsof-Persoonlijkheid: zoeken naar het Ware Zelf

Geef een reactie