Over de ervaring van de burn-out (deel 1)
In deze blog ga ik dieper in op het verschijnsel van de burn-out, hoe we onze pijn negeren in een poging prestatiesubjecten te worden in een giftig positieve samenleving die zichzelf definieert aan de hand van targets, meetbaarheid en een onmogelijk bij te benen ‘yes we can’ mentaliteit. Aan de hand van het werk van de Duits-Koreaanse cultuurfilosoof Byung-Chul Han ga ik in op het verschijnsel van algofobie (angst voor pijn). Ik laat zien hoe deze fobie, in de hand gewerkt door de achterliggende ideeën van de ‘palliatieve maatschappij’, tegelijk zowel een maatschappelijke pijnstillers-epidemie als een burn-out samenleving in de hand werkt.
Deze blog bestaat uit twee delen. In het tweede deel (De prinses, pijn en het vergeten lichaam) ga ik o.a in op de ervaring van het lichaam bij een burn-out en hoe we de burn-out vanuit Jungiaans perspectief beter kunnen begrijpen aan de hand van het sprookje ‘De Prinses en de Erwt.’ Let op: de conclusie is daarbij zeker niet wat je denkt! (Aantal woorden: 2315. Gemiddelde leestijd: 12 min.)
“Alleen op voorwaarde dat hij van alle kanten, en tot in het diepst van zijn wezen, altijd openstaat voor pijn, kan hij ook openstaan voor de meest subtiele en verheven vormen van geluk…”
– Nietzsche – nagelaten geschriften
Welkom in het tijdperk van de uitputting
In november 2022, tijdens de zogenoemde Week van de Werkstress, verscheen het volgende persbericht, met als titel: “Stijging zet door: 1,3 miljoen werknemers zitten thuis met burn-out klachten.” Volgens het bericht had 1 op de 7 werkenden inmiddels last van burn-out klachten. Daarbij werd een stijging geconstateerd van van 1,6 miljoen opbrandende mensen méér dan in 2020. In 2015 constateerde het Centraal Bureau van Statistiek overigens hetzelfde. Ook in dat jaar had 1 op de 7 werknemers last van burn-outklachten. Destijds kwam die verhouding uit op maar liefst 1 miljoen op de bank ‘brandende’ Nederlanders.
Ons lichaam in de brand
We steken, kortom, met ons werk onze lichamen al een tijdje in de fik. Op zichzelf is overigens geen nieuws – dat wil zeggen: het is nieuws dat al zo vaak en met regelmatig herhaald wordt, dat het ‘gewoon’ is geworden. Burn-out is bijna een ‘fact of life’. Nieuws zou het zijn als er volgend jaar plotseling vermeld zou worden dat er een dramatische daling zou zijn van een miljoen Nederlands die niet meer opbrandt op zijn of haar werk. Maar wees gerust: dat nieuws zal er niet komen. We zijn als mensen nu eenmaal gewoontedieren. Meer van hetzelfde is eerder regel dan uitzonderling in het menselijke gedrag. Verandering vergt energie – en laat energie nu precies dat zijn wat er bij de burn-out ontbreekt.
Het gif van de positiviteit
Overigens is het tekenend voor een samenleving die volstrekt niet naar zichzelf luistert, dat er precies tijdens een week die zich richt op de aanpak van werkstress, gekozen wordt voor een thema als ‘mentaal en fysiek fit’. De giftige ‘yes we can’-mentaliteit die verscholen zit onder die boodschap is even subtiel als dat deze gluiperig is. Want eigenlijk is de boodschap: wanneer je in de greep bent geraakt van de burn-out, dan is dat natuurlijk eigenlijk jouw eigen domme schuld! Je had immers mentaal en fysiek (nóg) fitter moeten zijn! Domme jij, dat je de stress van je werk niet goed aankon. Tja, niet genoeg stappen gezet, waarschijnlijk. Of teveel taart gegeten op kantoor. Of misschien te veel achter het scherm gezeten – je wist het toch: zitten is het nieuw roken!
Yes we can!
Jij hebt er – oh naïeve jij – niet voor gezorgd dat je mentaal voldoende weerbaar én fysiek voldoende vitaal en energiek was om de stress die werk nu eenmaal met zich meebrengt te kunnen weerstaan. Domme jij, want een beetje druk hoort er nu eenmaal bij. Jij hebt ‘gewoon’ niet op tijd jouw grens getrokken. Kortom: eigenlijk was je gewoon zwak en blind en heb je die burn-out zelf veroorzaakt. Maar wees gerust, zegt het motto van deze (anti-)stressweek: neem onze superieure hand en wij coachen je – yes we can! – wel terug naar de positiviteit van de JUISTE fitheid van geest en lichaam.
De instrumentalisatie van vitaliteit en gezondheid
Overigens vind ik niet dat er iets mis zou zijn met fitheid van het lichaam en een scherpe geest. Maar wel als die fitheid en vitaliteit instrumenteel wordt om iets anders – met name méér winst (of minder verlies) voor de werkgever – te bereiken. Ik geloof in gezondheid, omdat een gezonde geest en lichaam zorgt voor minder lijden voor een mens. Niet omdat het de mens in staat stelt méér over te werken en beter werkstress aan te kunnen. Werkstress betekent simpelweg dat er iets mis is met het werk. Niet met de mens.
Zelfuitbuiting en de burn-out epidemie
Puur willekeurig een voorbeeld, at random getrokken uit het enorme aanbod aan verzet tegen de burn-out epidemie; al in 2005 – dat wil dus zeggen: ruim 18 jaar vóór die 1,3 miljoen uitgeputte mensen op de bank – verscheen al het boek ‘Willing Slaves’ van Madeline Bunting, over de algemene arbeidscultuur van deadlines en overwerken en hoe de cultus van efficiëntie en prestatiedoelen ongemerkt leidt tot zelfuitbuiting en manipulatieve exploitatie van onze privétijd onder het mom van ’timemanagement’ en ‘zelfontplooiing’.
Welwillende slaven
Interessant is overigens dat de enigszins provocatieve titel van dit boek uit 2005 blijkt te zijn gebaseerd op een al even provocerend essay van de hand van C.S. Lewis uit 1958. (En jawel, als die naam je bekend in oren klinkt, het betreft inderdaad dezelfde C.S. Lewis van de Kronieken van Narnia). Lewis’ essay is met een (naar mijn mening) enigszins onsamenhangende tirade rondom de vraag of vooruitgang voor de Mens überhaupt mogelijk is. Lewis reduceert de vraag uiteindelijk tot het dilemma of welzijn voor de mens mogelijk is zonder het opgeven van persoonlijke privilege en onafhankelijkheid. De volledige titel van dit essay is ‘Willing Slaves of the Welfare State – Is progress possible’ waarin Lewis o.a. stelt:
“Let us not be deceived by phrases about “Man taking charge of his own destiny”. All that can really happen is that some men will take charge of the destiny of the others.”
Protestbeweging zonder invloed
We hebben ons nu, wat betreft de burn-out, al enigszins terug in de tijd bewogen, van de cijfers uit 2022 naar 2020 naar 2015, naar een kritisch boek uit 2005 naar een kritisch essay over de verhouding tussen welzijn en persoonlijke vrijheid uit 1958. Met die tijdreis, kunnen we wat betreft de ‘burn-out’ eigenlijk twee dingen constateren. Ten eerste: al vanaf het begin van de industriële revolutie is er al een soort ‘ondergrondse’ protestbeweging gaande, die – afhankelijk van de vrijheid die het tijdperk met zich mee brengt – in meer of minder heftige bewoordingen agiteert tegen de (zelf)uitbuiting en het gebruik van de Mens als levende industriële batterij en brandstof voor economische winst (kern-idee achter de benadering van de mens als ‘human resource‘.) Ten tweede: deze protestbeweging heeft nooit echt een werkelijke of wezenlijke veranderende invloed gehad op hoe de samenleving – en daarmee de Mens – zichzelf bezag.
Prestatiemaatschappij zonder grenzen
In tegendeel zelfs. Zoals Byung-Chul Han, Duits-Koreaans filosoof en hoogleraar cultuurwetenschappen al in zijn essay ‘de Vermoeide samenleving’ constateert, is de mens zichzelf eigenlijk vrijwillig steeds meer gaan disciplineren. (Ik schreef al eerder uitgebreid over Han’s ideeën in deze blog ‘De vermoeide samenleving en de strijd om onze tijd’) Uit vrije wil wenst de mens zich te onderwerpen aan het idee van de grenzeloze prestatie, motivatie en het onbereikbare – maar altijd na te streven – doel. Met al gevolg een samenleving die gedomineerd wordt door een psychopathologie gekenmerkt door ADHD, depressie, borderline problematiek en – inderdaad – burn-out.
Gewillige prestatiesubjecten
Voortgestuwd door een overmaat aan positiviteit, zijn we ‘prestatiesubjecten’ geworden; we hebben de zweep van de prestatie overgenomen van onze Meesters en ranselen onszelf nu af, overtuigd van ons eigen falen wanneer we niet volhouden te presteren. We dwingen onszelf in de maat lopen van maatschappelijke eisen die volstrekt voorbij gaan ons privé-lichaam – sterker nog, we disciplineren ons lichaam in sportschool en bij de diëtist óm maar te kunnen voldoen aan de eisen die de samenleving aan ons stelt – herinner je: we MOETEN mentaal en fysiek FIT zijn, anders kunnen we al die werkstress niet aan – en zijn we slechte werknemers!
Palliatieve samenleving zonder pijn
“Today, everyone is an auto-exploiting labourer in his or her own enterprise,”
Zo schrijft Byung-Chul Han: “People are now master and slave in one. Even class struggle has transformed into an inner struggle against oneself.” In het vervolg op ‘De vermoeide samenleving’ wijst Han in zijn essay ‘De palliatieve maatschappij’ op een ander aspect dat op pervers-logische wijze voortvloeit uit een voortdurend streven naar prestatie dat leidt tot depressie (dat wil zeggen: tot naar binnen geslagen, op het Zelf-gerichte agressie) en uiteindelijke de Burn-Out. We negeren alle signalen die aangeven dat er iets mis is. We negeren, verdoven en vergeten onze pijn.
Algofobie en pijnstiller-epidemie
We zijn bang geworden voor onze eigen pijn, doordat deze ons verhindert te kunnen presteren. Maar we lijden pijn, ómdat we grenzeloos verslaafd zijn geraakt aan de dopamine van de prestatie-ervaring. We zijn gaan lijden, aldus Han, aan algofobie – een angst/fobie voor pijn. We weten niet hoe om te gaan met onze pijn – en grijpen massaal naar de verdoving: zie daar de enorme versnelling van sociale media, toename van digitale afleiding (netflexisering) en de groei van het gebruik van pijnstillende middelen en opioïden-epidemie, zoals die ook in Nederland – zij het misschien meer in stilte – plaatsvindt, aldus dit artikel uit augustus 2021.
Dopamine en masturbatiemachines
In het eerste hoofdstuk van “Dopamine Nation”, een boek dat gaat over het waarom van onze onze voortdurende jacht op de verdovende werking van onze persoonlijke dopamine-shots en de noodzaak daar balans in te vinden, beschrijft psychiater Anne Lembke hoe een patiënt haar tijdens de eerste sessie vertelt over zijn slopende afdaling in diens seksverslaving. Op lachwekkend fascinerende wijze vertelt de patiënt houterig hoe hij op ingenieuze wijze van een oude platenspeler, een stuk metaal, een oude spoelring en een stukje stof een masturbatiemachine voor zichzelf bouwt. Hij doet dit wanneer hij 18 is en op kamers gaat wonen. Hij bouwt de machine uit pure eenzaamheid. Dwangmatig laat hij zichzelf zo urenlang machinaal masturberen, enkel om de pijn van zijn onvermogen sociaal contact aan te gaan maar te verdoven en te kunnen negeren.
Pijn zonder functie, zin en betekenis
Voor deze patiënt is diens geestelijke, maar al te werkelijke pijn volstrekt betekenisloos geworden. Alles wat hij kent is verlorenheid. Zijn pijn is voor hem bovendien een pijn zonder functie en zonder zin. Alles wat hij kan doen in zijn omgang met zijn pijn is zichzelf inpluggen en verdoven, door zich een uren durende, orgastische dopamine-shot toe te dienen. Net als de therapeut zul je misschien even je best hebben moeten doen om niet geschokt te lachen als je het verhaal zo leest. Je schaamt je misschien even plaatsvervangend. Vervolgens besef je, net als de therapeut, hopelijk hoe groot het lijden voor een mens moet zijn om tot zulke groteske excessen over te gaan om – hulpeloos overgeleverd aan de pijn van verlating, eenzaamheid en onverbondenheid – deze maar te kunnen dempen. En dan, als je net als die therapeut bent, denk je misschien nog wat verder na. En verkrampt je hart zich misschien.
Virtueel snoepgoed in een wereld vol prikkels
Want wanneer had jij ook al weer voor het laatst je telefoon in de hand en klikte je op dat snoepgoedgekleurde icoontje van instagram? Was het tien minuten geleden? Een uur? Hoelang scrolde jij doelloos over je scherm vol virtuele whatsapp-berichten, geprikkeld zodra de drie flikkerende stipjes in dat grijze vakje verschenen? Wanneer gleed jij uitgeput na je werk voor de televisie, in de ene hand de afstandsbediening en de andere hand diep begraven in een tussen je benen gestoken, krakende chipszak? Hoe vaak klikte jij van serie naar serie naar serie, tijdens weekend en – eerlijk zeggen – eigenlijk ieder vrij moment van de dag?
Perversie in Dopamine-land
De perversies – de verdraaiingen van de werkelijkheid – die achter deze handelingen schuilen, zijn niet anders dan de masturbatiemachine van de patiënt uit dopamine-land. Velen van ons hebben onze eigen vorm van masturbatiemachines om de pijn van het leven te vermijden, te negeren, te verdringen. We weten ergens wel dat we pijn hebben – zo stelt Han in zijn essay. Maar het heeft zijn signaalfunctie voor ons verloren. Pijn heeft geen betekenis meer, anders dan als object dat ons als subject verhindert de prestatie te bereiken die we nodig hebben om enige vorm van betekenis in de samenleving te hebben. En daarom doen we alles om de zin en betekenis van pijn op te heffen.
Pijn zonder stem
Pijn mag geen stem hebben in onze samenleving. Pijn? Hier heb je de nieuwste serie, de laatst film, de beste podcast, de meest geile porno. Hier zijn je sigaretten en alcohol in allerlei soorten en maten in de aandbieding bij je supermarkt. Pijn? Hier is een app om je slaap te managen, je alpha brainwaves te reguleren, je aantal voetstappen te meten, je voedingspatroon te controleren. Met deze knop kun je je ‘reel’ zo zoet mogelijk te delen, met deze filter glimlach je als je huilt! Hier is je pijnstiller bij de drogist om de hoek en nee – geen koffie, maar wel iets sterkers – bij de koffieshop even verderop…
Wat is een Burn-Out zonder lichaam?
Zelf had ik het me niet zo gerealiseerd tot ik er onderzoek naar ging doen, maar wist je bijvoorbeeld dat de burn-out formeel geen medische conditie is? Volgens de Internationale Classificatie van Ziektes, versie 11, is de burn-out strikt een werkgerelateerd verschijnsel dat bovendien aan geen enkel ander levensgebied gekoppeld zou mogen worden.
In 2019 werd de burn-out als volgt gedefinieerd:
“Burn-out is a syndrome conceptualized as resulting from chronic workplace stress that has not been successfully managed. It is characterized by three dimensions:
- feelings of energy depletion of exhaustion
- increased mental distance from one’s job, or feelings of negativism or cynicism related to one’s job
- reduced professional efficacy
Het vergeten lichaam
Natuurlijk is er van alles mis met die klinische definitie. Wat echter vooral opvalt is dat het lichaam in zekere zin krampachtig wordt vergeten in de beschrijving. Je krijgt het gevoel dat het lichaam met opzet búiten de beschrijving van de burn-out wordt gehouden. Zelfs het idee van uitputting of leeggelopen energie is in deze formulering geen feitelijke beschrijving, maar een gevoel.
Kortom: volgens de ICD-definitie is de Burn-out een mentaal verschijnsel dat geen lichaam kent en enkel de efficiëntie – (prestatiesubjecten opgelet!) – van het werk beperkt! Daarmee lijkt de ICD volgens mij wel aan een substantieel deel van de burn-out weg te laten uit de ervaring zelf.
De prinses, de erwt en de burn-out
Nieuwsgierig naar het belang van het lichaam bij de burn-out en hoe de burn-out niet alleen het gevolg is van het vergeten van dat lichaam, maar vooral ook vooruitwijzing kan zijn naar een bron van inspiratie en nieuw leven? Lees dan vooral het vervolg, over hoe een Jungiaanse interpretatie van het sprookje van De Prinses en de Erwt kan leiden tot nieuwe inzichten in de ervaring van de burn-out!
Klik hier voor het vervolg van op deze blog: De prinses, pijn en het vergeten lichaam!
Ontdek meer van Rogier Teerenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.













6 thoughts on “De brandende mens in een palliatieve samenleving”