De ervaring van de burnout (deel 2)
Deze blog is het vervolg op ‘De brandende mens in een palliatieve samenleving’. Daarin ging ik dieper in op het verschijnsel van de burn-out en hoe onze ‘algofobie’ – onze angst voor pijn – en het vergeten van ons lichaam feitelijk een burn-out samenleving in de hand werkt. In dit tweede deel werk ik dit idee verder uit en ga ik vooral in op de ervaring van het lichaam bij een burn-out en hoe we de burn-out vanuit Jungiaans perscpectief beterer kunnen begrijpen aan de hand van het sprookje ‘De Prinses en de Erwt.’ En de conclusie is daarbij zeker niet wat je denkt! (Aantal woorden: 2315. Gemiddelde leestijd: 12 min.)
De herontdekking van het lichaam
Veel meer dan de burn-out als mentaal probleem dat opgelost moet worden, zodat het prestatiesubject weer optimaal kan functioneren in een verdoofde, geanestheseerde samenleving, vind ik de fysieke beschrijving van de burn-out van bijvoorbeeld journaliste en schrijfster Bregje Hofstede interessant. Zij beschrijft bijvoorbeeld in haar boek de ervaring van haar burn-out als volgt:
“Tijdens de maanden dat ik in een stoel bij het raam zat, met min of meer nutteloze ledematen en een brein zo groot als een walnoot, en terugkeek op wat me hier gebracht had bedacht ik dat mijn lichaam misschien méér was dan een scorebord dat registreerde wat er in mijn geest was misgelopen.”
De geest, onderworpen aan het lichaam
Ergens verderop schrijft Bregje hoe ze zich, in de aanloop tot haar burn-out, eigenlijk altijd verhield tot haar lichaam, voordat ze zich plotseling met het tegenovergestelde geconfronteerd zag: “Niks mind, all matter”!
“Mijn eigen verhouding tot mijn lichaam beperkte zich tot desinteresse en een milde minachtig. Soms stelde ik me voor hoe handig het zou zijn om lichaamloos te kunnen leven. Weg met transport, voeding, verkoudheid: wat een tijdwinst zou dat zijn! Het kon me weinig schelen wat ik at en boven fysiek ongemak en vermoeidheid was ik (jong en kerngezond) natuurlijk ook verheven. Toegeven aan vermoeideid gold als een knieval voor het lichaam.”
De weggevallen connectie tussen lichaam en hoofd
Een eindje verderop schrijft Hofstede: “Tijdens mijn burn-out, en de aanloop en nasleep daarvan, leek het alsof de connectie tussen mijn hoofd en lichaam soms ineens kon wegvallen.”
Waar de definitie van burn-out in de ICD-11 de ervaring reduceert – en bijna wégredeneert in het mentale, is bij Bregje tenminste eerlijk en open helderheid dat er bij burn-out sprake is van lichaam en daarna geest – en, hoewel dat mijn eigen invulling is en niet perse wat Hofstede beweert – dat lichaam de dominante rol speelt bij de bepaling van de burn-out en dat de geest daarbij vólgend is.
Burn-out en de psychoanalyse
Een ander interessant feit rond het verschijnsel burn-out is dat de term zelf begin 1970 werd geïntroduceerd door de psychoanalyticus Herbert Freudenberger. Freudenberger definieerde burn-out aan de hand van wat hij zag tijdens zijn werk in gratis klinieken waar met name mensen met verslavingsproblematiek werden behandeld. Hij legde een verbinding tussen de clusterverschijnselen die optraden tijdens systematische uitputting van geest én lichaam door werkomstandigheden en noemde deze clustering ‘burn-out’.
Het lichaam en haar ervaringen
In tegenstelling tot wat je misschien zou denken, is het niet verwonderlijk dat juist een psychoanalyticus in staat was om een patroon te zien tussen lichamelijke en geestelijke verschijnselen. Oorspronkelijk stond het lichaam, met zijn libische energie en de aard van diens driften, immers centraal in het psychoanalytische denken van Freud zelf. Het oorspronkelijk radicale in het idee van Freud was immers dat “de volwassen geest in feite georganiseerd werd door en bestond ín het lichaam – gevormd werd door een zich steeds verder ontwikkelend belichaamde patronen van genuanceerder patronen van ervaring…”
Wilhelm Reich en de lichaamsgerichte therapie
Op den duur liet Freud deze lichaamsgerichte vorm van denken achter zich en stapte hij over naar de meer ‘lichaamsvrije en logisch-rationele’ focus, die van de ’talking cure’, de meer praatkuur van woorden en het vrije spreken. Toch ligt de oorsprong van de lichaamsgerichte psychotherapie nog steeds in de buurt van de psychoanalyse, belichaamd door meest gewaarde leerling van Freud, Wilhelm Reich, die eens zelfs als opvolger van Freud werd gezien. Reich bleef zich namelijk richten op die oorspronkelijke focus van Freud op het lichaam en bleef daarmee ook geconcentreerd bezig met het lichaam, soma en seksualiteit.
Orgone en het verdachte lichaam
Als vader en grondlegger van de bio-energetica (later verder ontwikkeld door Alexander Lowen) en de neo Reichiaanse lichaamsgerichte therapie sloeg Reich op den duur natuurlijk een beetje op hol met zijn radicale idee over wat hij noemde ‘de primordiale kosmische energie Orgone‘. Dat idee van ‘orgone’ is verder alleen interessant in het kader van de altijd argwanende houding die de maatschappij heeft ten opzichte van het lichaam. Hoe je het ook wendt of keert: we hebben iets tegen dat lichaam.
Het afgewezen lichaam
Zelfs in een gezond lichaam, met spieren gehard door training en uitgebalanceerde voeding, volstrekt met zichzelf in evenwicht, schuilt ergens de kiem van wantrouwen. Want onder al die training, al die gezondheid en al die vitaliteit schuilt nog steeds die voortdurend tikkende klok van verval en aftakeling. Ergens rot er iets in dat lichaam. Onze christelijk wortels, met de diepliggende geschiedenis van afkeuring en radicale afwijzing van het lichaam om tot het Hogere, het Hemels toegang te krijgen speelt natuurlijk een rol. Intuïtief durf ik hoe dan ook te beweren dat er in de formele definitie van burn-out zoals die wordt gehanteerd in de ICD-11 iets afwijzends, iets afkeurends schuilt dat alles te maken heeft met onze eerste, oorspronkelijke afwijzing en wantrouwen ten opzichte van het lichaam.
De hypersensitieve prinses
Interessant vind ik dat Byung-chul Han in zijn eerder genoemde essay ‘De palliatieve maatschappij’ verwijst naar het sprookje van de prinses en de erwt (via de link integraal te lezen) als symptoom voor een zich steeds verder ontwikkelende hypersensibiliteit: we kunnen steeds minder pijn verdragen en voelen daardoor, paradoxaal genoeg, juist stééds meer pijn. Om onszelf nog meer positief te motiveren en te stimuleren ons Ware IK – dat wil dus zeggen: het Ultieme Prestatiesubject – te worden, staat pijn ons in de weg. Om de pijn te verdringen, negeren, ontkennen, zoeken we massaal de verdoving in afleiding van sociale media, digitale pornografie, enterntainment van series en games en lichamelijk verdovende middelen of verdovend gedrag. Het gevolg hiervan is dat we onbewust echter juist op zoek gaan de kleinst mogelijke signalen van pijn.
Pijn vraagt om betekenis
Zo worden we, aldus Han, zelf de prinses die door alle verdoving heen nog steeds de pijn voelt. Hoe meer matrassen – hoe meer afleiding we gebruiken en hoe groot de vermijding van pijn ook zal zijn – hoe gevoeliger we zullen worden voor zelfs maar de kleinst mogelijke pijn. Onze pijn zal, met andere woorden, hoe dan ook om betekenis blijven vragen. We kunnen de betekenis ervan vermijden en de zin ervan misschien zelfs negeren. Het streven het ultieme prestatiesubject te worden blijft echter hoe dan ook een illusie. De pijn blijft. En als een verwende, onwetende prinses blijven we – terwijl we onze eigen gevangenis in stand houden – maar zeuren over dat ongemak dat we onszelf aandoen.
Ons lichaam integreren in ons bestaan
Hoewel het een negatieve boodschap is, past die wel in de kern van onze tijd. Burn-out is geen nieuw verschijnsel. Het kreeg de naam misschien rond 1970, maar werd vermoedelijk al geboren in het verlengde van de industriële revolutie. Dat zou betekenen dat het een verschijnsel is dat al meer dan honderd jaar ronddwaalt door de wereld. En het wordt alleen maar meer en sterker, hoeveel welvaart en figuurlijke ‘matrassen’ we ook tussen ons en het verschijnsel van het opbranden stoppen. Je inkomen – ook al kun je er je huis, je 2 auto’s en 2,7 kind mee betalen en voeden – blijkt nog steeds maar een mager medicijn, wanneer je merkt dat je hersenen zijn verschrompeld tot de grootte van een walnoot en je bij het einde van iedere zin, het begin al niet meer kan herinneren. Die erwt doet nog steeds pijn – en die pijn stopt niet, totdat we ons lichaam beginnen te integreren als wezenlijk onderdeel van ons bestaan en erkennen: wij bestáán in ons lichaam.
De prinses en de erwt: jungiaans
Maar veel interessanter dan de pessimistische, bijna hopeloze interpretatie van het sprookje als symbool voor de burn-out bij Han, vind ik toch de Jungiaanse interpretatie van het sprookje. Daarbij nemen we elk element van het verhaal serieus en kennen het een eigen symbolische betekenis toe. Is het mogelijk, zo vraag ik me af, om de burn-out te zien als méér dan slechts een doemsymbool van betekenis. De burn-out, niet terugwijzend op de eigen causaliteit, als etterend resultaat van een oorzakelijke verleden, maar als een vooruitwijzend symbool, een verschijnsel met een ‘waartoe’; de toekomst ná de burn-out als het ware.
Symbolische betekenis voor de ziel
Allereers is het goed om te beseffen dat vanuit Jungiaans perspectief de verhaalelementen binnen een sprookje niet iets zeggen over de uiterlijke wereld, maar alles over de innerlijke wereld. Waar Han de elementen van het sprookje en de burn-out dan ook expliciet koppelt aan wereldse, maatschappelijke elementen, koppelen we in deze Jungiaanse analyse de sprookjeselementen dan ook aan de innerlijke psychologie. Wanneer we het hebben over verhaalelementen als de Prins, de Prinses, de Koning en de Koningin, de Storm en uiteindelijk de Erwt, beschouwen we deze in psychologische, symbolische betekenis.
Echtheid en de Prinses als Wijsheid
Opvallende aspecten aan het sprookje is in ieder geval al direct het idee van ‘echtheid’. De prins is nadrukkelijk op zoek naar een ‘echte’ prinses. Wat betekent het in de huidige wereld om ‘echt’ te zijn. Echt betekent in de huidige tijd vooral ‘eerlijkheid’, ’transparantie’, ‘kwetsbaarheid’. Echtheid betekent ‘jezelf durven te tonen zoals je werkelijk bent, in plaats van hoe de wereld je graag zou willen zien’. Vaak wordt die echtheid ook verbonden aan het idee van het ‘Echte Zelf’ – een Zelf waarvan de lagen van illusie en maskerade weg zijn gesleten door blootstelling aan het leven, met alle toppen en dalen die daar bij horen. Het is een Echtheid die geleefde, Spirituele Wijsheid vertegenwoordigd.
De Zoektocht van de Prins
Deze Echtheid van de Prinses wordt in het sprookje gezocht door de Prins. Ook deze prins is een psychologisch element van onze ziel. Kenmerk van de Prins is dat hij onderdeel is van het heersende deel over ons innerlijke koninkrijk, maar hij tegelijk de Troon – het symbool voor heerschappij – nog niet in zijn bezit heeft. De Prins ambieert deze wel, maar hij is er nog niet – dat is immers wezenlijk voor de Prins: hij is nog géén koning. Pas als hij de Prinses heeft gevonden, zal hij één zijn en kunnen heersen over het innerlijk – sámen met de Wijsheid. Zijn zoektocht naar zijn ‘Echte Prinses’ is dan ook nóódzakelijk voor de Prins om op den duur zijn plaats in te kunnen nemen op de troon – hij zal moeten ervaren wat het betekent om onderscheid te maken tussen ‘echt’ en ‘onecht’, tussen illusie en werkelijkheid – samen met de Prinses zal hij uiteinijk Zelf moeten gaan bepalen wat voor hem van Betekenis is.
De Oude Garde en het Kasteel;
Collectief onbewuste en Ziel
De oude Koning en Koningin zijn in dit sprookje de innerlijke symbolen voor de Oude Wacht. Zij bewaken het collectieve onbewuste met alle Archetypen en gedeelde kennis in de vorm van mythen over hoe te leven, de narratieven over ethiek en waarden die van belang zijn in het leven. Als Wachters scheiden ze voor de Psyche werkelijkheid van psychose, chaos van structuur. Zij zullen wijken wanneer de Prins en de Prinses – de spirituele Zoeker en de spirituele Wijsheid – samenkomen in het huwelijk en zich verenigen in onze psyche: standvastig genoeg om nu Zelfstandig ordening te vinden in de chasos van het leven. En het kasteel? Het is de locatie waar zich alles afspeelt, dat wil zeggen: het is het symbool voor onze Ziel waarbinnen al deze symbolen hun rol spelen.
De beproeving voor de Prinses
Vervolgens zie je in het verhaal van de Prinses en de Erwt dat de Ware Prinses – te midden van een verschrikkelijke storm (vaak symbool voor emotionele roerige, stormachtige gebeurtenissen) – aanklopt bij het kasteel: Wijsheid klopt dus aan bij de Ziel. De Oude Koningin doet open en ziet een verschrikkelijk verregende, verfrommelde en overwoekerde Prinses, die beweert toch werkelijk een Echte Prinses te zijn. “Jaja,” denkt de Oude Koningin, dat zullen we nog wel eens zien. En ze bedenkt een beproeving voor Wijsheid. Ze biedt haar een slaapkamer, maar zorgt er wel voor dat er eerst een kleine erwt op de bodem wordt neergelegd.
De verdoving van de pijn
Vervolgens gooit ze twintig zachte matrassen erop en dan nog een keer twintig. Laten we zeggen dat die matrassen symbool staan voor alle toedekkingen zijn die we zelf in onze psyche gebruiken om de werkelijkheid buiten ons te ontkennen, te verdoven, te negeren of te vervormen. De matrassen zijn alle afleidingen die we inzetten om niet te zien in wat voor samenleving we eigenlijk leven en op welke wijze we onszelf richting de burn-out werken.
De erwt als Erwt; geen kiezel of knikker
Het symbool van de erwt is in dit sprookje vervolgens het meest interessant. De Oude Koningin had immers allerlei objecten kunnen nemen onder die matrassen. Een kiezelsteentje. Een knikker. Maar ze koos juist voor een erwt. Wat betekent dat? De erwt is eerst en vooral een zaad; symbool voor (weder)geboorte en nieuw begin. En onder al die matrassen is de Ware Prinses in staat om dit symbool waar te nemen – sterker nog, het drukt zich af in haar lichaam – ze is er ‘bont en blauw’ van. Het is een symbool dat Wijsheid onmogelijk kan negeren.
In symbolische termen kan de conclusie van het sprookje van de Prinses en de Erwt als volgt worden samengevat:
De Spirituele Zoeker (prins) en de Spirituel Wijsheid (prinses) komen samen (trouwen) wanneer het nieuwe begin / het zaadje voor de Wedergeboorte wordt waargenomen.
De prinses, Pijn en het Wijze Lichaam
In de Jungiaanse interpretatie van de burn-out aan de hand van de Prinses en de Erwt, kunnen we dan zien dat, te midden van de storm van de burn-out, de Wijsheid bij ieder van ons nog steeds aanklopt. En hoezeer we ook proberen de pijn te negeren, te verdoven, te negeren – de matrassen van afleiding en verdoving – ergens in ons is er hoe dan ook een Wijsheid aanwezig die van onze lichamelijke pijn een bron kan maken die kan leiden tot wedergeboorte en een nieuw begin.
Burn-out; collectief probleem, individuele oplossing
We mogen dan welwillende prestatiesubjecten zijn die ons – misschien vrijwillig, maar vooral onwetend – naar de burn-out toewerken. Want ik maak me ook geen illusies, als individuen hebben we simpelweg te weinig invloed om maatschappelijke systeemfouten te corrigeren. Maar het is nog steeds mogelijk om individueel uit de ratrace te stappen. Hoe pijnlijk ook, juist de burn-out maakt dat in feite mogelijk. In zekere zin ís de burn-out op die manier steeds opnieuw de individuele oplossing voor het collectieve probleem dat leeft in ons sociale weefsel van positiviteit en prestatiegerichteid.
Als onze pijn dan toch betekenis kan krijgen, laat het dan de pijn zijn die leidt tot wedergeboorte.
Luister maar naar dat lichaam van je. Er zit wijsheid in…
Ontdek meer van Rogier Teerenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.













One thought on “De prinses, de burn-out en het vergeten lichaam”