Liefdesverlies

Nee, nee, nee – het is niet wat je denkt. De titel is geen aankondiging dat ik hier een of ander melodramatisch verlies van persoonlijke liefde zal blootleggen. Nee, ik verwijs met de titel naar een veel meer algemeen verlies van sociale liefde, zoals Alain de Botton het begrip ‘liefde’ invult in zijn boek ‘Statusangst’. Voor De Botton namelijk, is het goed mogelijk om het begrip ‘status’ te begrijpen als een symbool van maatschappelijke liefde.

Status als ‘maatschappelijke liefde’

De stelling van De Botton in een notendop samengevat: wie status bezit, bezit de liefde van de wereld. En het is om die reden ook, aldus De Botton, dat mensen er zo naar verlangen en er zoveel voor doen. Wie status bezit, voelt zich eenvoudigweg geliefd. Dat is lijkt de ene kant een open deur. Maar aan de andere kant heerst er toch behoorlijk wat ambivalentie rondom status. Wie immers ronduit zou toegeven dat hij of zij handelt om status te verkrijgen, zal gemakkelijk met afkeuring worden bezien. Echter, het vergaren van economische status is algemeen acceptabel en wordt zelfs bejubeld. En wie het economisch goed doet, geniet aanzien – dus status – in de ogen van anderen.

Nog een voorbeeld van de ambivalentie omtrent status: enerzijds geldt, in een samenleving waarin het individualisme belangrijk goed is, dat nauwelijks gezegd mag worden: ‘Ik wil geliefd worden door mijn omgeving, ik doe het omdat ik er eigenwaarde uit ontleen.’ Maar anderzijds kijken we diegenen die maatschappelijke status ontberen – daklozen, werklozen, mensen met psychische of fysieke aandoeningen – het liefste niet aan: we gaan snel en graag aan ze voorbij en houden onze ogen neergeslagen wanneer ze hun hand naar ons opsteken.

Angst voor vernedering

Status geldt dus en is belangrijk. En omdat het zo belangrijk is, kennen we ook een angst om het te verliezen. Een ‘statusangst’, die, zo verwoordt De Botton het, in essentie inhoudt dat we bang zijn voor de vernedering niet erkend te worden voor wat we waard zijn. We zijn daar, aldus De Botton, zo bang voor, omdat ons zelfbeeld voor een belangrijk deel afhankelijk is van hoe anderen over ons denken. In onze samenleving, waarin vooral toch de gedachte heerst dat iedereen verantwoordelijk is voor zichzelf, roept dat laatste wellicht verzet op. Maar het is niet iets om ons voor te schamen. De afhankelijkheid van anderen voor ons zelfbeeld begint al immers al wanneer we klein zijn.

Een kind heeft het nodig dat het geaccepteerd wordt zoals het is door zijn ouders, anders gaat het in aan zichzelf twijfelen. Een baby is voor zijn ontwikkeling afhankelijk van de goedkeuring en de stimulering van de ouders. En als de ouders het kind niet accepteren voor wat het is, wat kan het kind anders doen om zich veilig te voelen, dan proberen te veranderen hoe het is. Met als gevolg: een erg ongelukkig kind en vaak ook later nog een ongelukkige, met zichzelf worstelende volwassene. Echter, ook als het kind een goede basis heeft meegekregen, dan nog kan het er later, als volwassene, onder lijden wanneer het wordt geconfronteerd met een omgeving die negatief oordeelt over wie en wat ze zijn.

Zelfrespect

Iedereen heeft dus het gevoel nodig gewaardeerd te worden. Iedereen heeft een vorm van ‘zelfrespect’ nodig, maar dat gevoel ontstaat niet vanuit het niets. Daar hebben we anderen voor nodig. Maar dat lijkt een waarheid die we graag willen vergeten, zeker in een samenleving waar de opvatting geldt dat ‘succes maakbaar is’ en dat ‘prestatie telt’. Het sociale element van succes en prestatie vergeten we ondertussen maar al te graag; dat succes wordt gemaakt door de blik van de anderen en dat prestatie leeg, zinloos, is, zonder de sociale omgeving die ziet wat je doet en daar waardering voor heeft, dat besef verdrukken we.

Op de een of andere manier, om onduidelijke redenen, drukken we het besef weg dat we simpelweg de gemeenschap nodig hebben om ons ‘zelf’ te kunnen redden. De wetenschap dat we in essentie sociale dieren zijn, lijkt weg te moeten. De mens is, zo willen we heel graag geloven, géén dier en al helemaal niet sociaal. Nee, de mens is een individu, dat om (economisch) te kunnen groeien het vrije-marktmodel nodig heeft, een model van concurrentie, recht van de sterkste en (sociale) ongelijkheid. Maar dat is dus niet waar. Sterker nog, steeds meer onderzoek[i] toont aan dat, voor de samenleving waar we allemaal het meest naar verlangen – namelijk: een samenleving met een grotere veiligheid, minder criminaliteit, en een betere gezondheid – juist sociale gelijkheid van belang is.

Depressie, angst en statusangst, hand in hand

De tegenwoordige samenlevingen bieden ons, zo lijkt het, ongeëvenaarde hoge inkomens. Maar daarmee zijn we nog niet rijk. Sterker nog, zo oppert De Botton, misschien verarmen die hoge inkomens ons zelfs, doordat ze torenhoge verwachtingen voor ons kweken. Immers, om in een samenleving met grote inkomensverschillen iemand te kunnen zijn, moeten we de hoge inkomens evenaren, wat echter in het algemeen depressie, schaamte en (status-)angst in de hand werkt. Enerzijds kan het gros van de samenleving die hoge inkomens niet bereiken en telt dus niet mee. En anderzijds moet die top van de samenleving die het wel kan, voortdurend bang zijn om de eigen rijkdom, en hun daaraan verbonden status en dus, eigenwaarde, te verliezen.

De Botton concludeert dan ook dat de prijs die we hebben betaald voor onze rijkdom is dat we opgescheept zitten met een voortdurend gevoel te kort te schieten. Immers, zolang we zelf niet dat hoge inkomen hebben, zijn we niet alles wat we zouden kunnen zijn. Echter, zelfs als we dat inkomen wel hebben, dan nog zijn we het niet, want dan nog kunnen we het verliezen. Ik sluit me dan ook aan bij De Botton en zou willen zeggen dat we met al die rijkdom eigenlijk iets zijn verloren. Een stukje ‘liefde’, voor ons zelf en voor elkaar.

Het is een liefdesverlies…


[i] Zie voor interessant onderzoek hieromtrent de uitermate interessante driedelige documentairereeks ‘Vrijheid, gelijkheid en broederschap’ van de VARA, te bekijken via: http://omroep.vara.nl/Vrijheid-gelijkheid-broeders.10996.0.html

“All the money you made will never buy back your soul.” – Bob Dylan


Ontdek meer van Rogier Teerenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie