Jaloezie is een complexe emotie, dat valt niet te ontkennen. Het doet jaloezie dan ook geen recht om de emotie snel te behandelen of de mogelijke benadering ervan snel samen te vatten. Ik had echter niet verwacht dat ik er al snel rond de 6000 woorden over zou schrijven (en met die 6000 woorden in feite nog steeds niet uitgeschreven zou zijn).
Om het leesbaar te houden was ik genoodzaakt om het onderwerp op te delen. Het plan was om jaloezie in één blog te naderen vanuit zowel psychoanalytisch als jungiaans analytisch perspectief. Het werden er tenminste drie.
Jaloezie en psychoanalyse
In de eerste blog vertel ik hoe ik kwam tot het schrijven over jaloezie. Daarna behandel ik vrij uitgebreid de psychoanalytische visie op jaloezie. Daarbij laat ik me vooral inspireren door Melanie Klein, psychoanalytica in de eerste helft van de vorige eeuw. In de eerste blog zal ik vooral haar theorie over splitting en haar monografie over jaloezie, ‘Envy and Gratitude’, behandelen. Via de theorie van Melanie Klein zal ik vervolgens proberen toe te lichten hoe de psychoanalytische behandeling van jaloezie ongeveer vorm zal krijgen.
Jaloezie en Jungiaans analytische therapie
In de tweede blog begin ik met de vraag waarmee ik mijn eerste blog over jaloezie afsluit: hoe dan verder? Ik constateer in mijn eerste blog namelijk dat de psychoanalyse wel een duidelijk verklaringsmodel biedt voor waar jaloezie vandaan komt en hoe het mechanisme ervan functioneert. Maar de psychoanalytische duiding van jaloezie laat me nog steeds met lege handen staan. Ik weet nu waar het vandaan komt, maar daarmee weet ik nog niet waar ik heen moet.
Daarom ga ik op zoek naar een antwoord op de vraag of Jung en de analytische psychologie misschien wel weten wat iemand die lijdt onder jaloezie hier actief zelf aan kan doen. Daarvoor besteed ik eerst aandacht aan de grondslagen van de analytische psychologie, aan het individuatieproces en de Schaduw. Aan de hand van de Schaduw als moreel probleem probeer ik tot slot tot een antwoord te komen hoe de analytische psychologie jaloezie zal proberen te benaderen.
Kort samengevat luidt dit antwoord: een psychisch conflict heeft in de analytische psychologie een functie. Het is een signaal dat het onbewuste probeert in contact te komen met het bewustzijn. Jaloezie staat daarmee op de drempel om dit contact tot stand te laten komen en te stimuleren dat het psychische geheel weer een totaliteit kan vormen.
Jaloezie en individuatie
In de derde blog probeer ik de Jungiaans analytische behandeling van jaloezie te concretiseren. Daarbij zal blijken dat een dergelijke concretisering bepaald niet eenvoudig is. Dit komt o.a. doordat de analytische psychologie en Jung zelf stellen dat er in feite geen duiding van de behandelaar aan te pas komt voor de patiënt om te ontdekken wat de individuele betekenis is van een psychisch conflict. De patiënt is immers zelf degene die het proces van individuatie doormaakt.
De therapeut begeleidt slechts dit proces en heeft evenmin voorgegeven antwoorden. Wat de Jungiaans therapeut heeft is de hypothese dat een psychisch conflict in ieder geval impliceert dat het onbewuste vraagt om confrontatie met de Schaduw. De individuele zin van die confrontatie kan alleen de patiënt ontdekken.
Afsluitend behandel ik in de derde blog de mythe van de Griekse smidgod Hephaistos om de algemene betekenis van jaloezie alsnog enigszins te illustreren en te laten wat het betekent dat jaloezie niet alleen een complexe, potentieel vernietigende emotie is, maar tevens een bron kan vorm voor creativiteit en scheppingskracht.
Ontdek meer van Rogier Teerenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.




