Jaloezie en individuatie

Jaloezie en individuatie

In mijn vorige blog heb ik het perspectief van de Jungiaans analytische psychologie op jaloezie besproken. De conclusie was daarbij dat jaloezie niet enkel een emotie is die vernietiging in zich draagt, maar tevens een emotie is die de wens tot ontwikkeling vertegenwoordigt.

In de analytische psychologie wordt het innerlijke conflict voornamelijk beschouwd als een signaal dat het onbewuste contact wil maken met het bewustzijn. Door dit contact, zo stelt de analytische psychologie, zal de verbroken totaliteit van de psyche weer een geheel worden: ge-heeld worden.

De weg tot deze heling wordt in de analytische psychologie het individuatieproces genoemd. De eerste drempel naar individuatie is de confrontatie met de Schaduw. De Schaduw vertegenwoordigt daarbij het andere deel van het Ik. Het biedt huisvesting aan al onze eigenschappen, wensen en verlangens die we verdringen of waar we ons soms werkelijk niet bewust van zijn.

De Schaduw is vanuit analytisch perspectief niet ‘verkeerd’ of per definitie slecht. In tegenstelling zelfs: de Schaduw vertegenwoordigt een onderdeel van de totaliteit van de ziel. De Schaduw is deel van het geheel van wat iemand tot Individu – tot een Zelf – maakt. Een innerlijk conflict dat duidt op schaduwproblematiek, duidt er daarmee dan ook vanuit de Jungiaanse analyse, op dat de Schaduw vraagt om erkenning. De Schaduw vraagt erom onderdeel te worden van het geheel. Het psychische conflict is het signaal dat er een ontwikkelingskans ‘op de deur’ bonst.

In mijn vorige blog liet ik daarnaast zien dat Schaduwproblematiek vaak een moreel probleem is. Dat wil zeggen: individuatie vergt een losmaken van het collectief. De erkenning van de Schaduw – of de confrontatie met Schaduwproblematiek – betekent daarmee vaak dat erkend moet worden dat er wensen, verlangens of fantasieën in iemand leven die botsen met de heersende normen en waarden.

Iemand wordt door zijn of haar Schaduw geconfronteerd met het verlangen om af te wijken van de sociale norm. Daarmee dwingt schaduwproblematiek af dat er een eigen reflectie ontstaat op de algemeen geldende moraal en het eigen morele handelen.

girl-1224263_640

Jaloezie als hoofdzonde

Individuatie vraagt, met andere woorden, in de analytische behandeling om ethische verantwoordelijkheid. Wat betekent dit voor de aanpak van jaloezie vanuit analytisch therapeutisch perspectief? Allereerst betekent het dat jaloezie als schaduwprobleem benaderd kan worden als een probleem van morele aard.

Daarmee bedoel ik het volgende: iemand voelt zich schuldig over de eigen gevoelens van jaloezie. Daarom verdringt en ontkent degene die jaloerse emotie, omdat iemand graag wil horen bij de groep, wil horen bij het collectief. Dit verlangen ergens bij te horen is een algemeen menselijk verlangen. Maar dit verlangen botst bij jaloezie op (de angst voor) sociale afwijzing. Die afwijzing is vaak radicaal en volledig.

Hoe diep die afwijzing gaat, wordt bijvoorbeeld duidelijk in het gegeven dat het collectief jaloezie heeft benoemd tot één van de zeven hoofdzonden. Eind 4e eeuw maakte de Griekse monnik Evagrius van Pontus een overzicht van de acht ergste zonden, 200 jaar later verkortte paus Gregorius I deze tot de zeven die we nu kennen. Jaloezie – invidia (in de betekenis van jaloezie, afgunst, nijd) – staat op nummer 4 op de lijst, na gemakzucht, woede en vraatzucht.

Aan de wortels van een geloofstradities die de fundering heeft gelegd voor onze hedendaagse beschaving, wordt jaloezie dus al afgewezen en veroordeeld. Deze veroordeling is zo radicaal dat jaloezie tot hoofdzonde wordt benoemd. Geen wonder dus dat er een groot taboe rust op de emotie.

Jaloezie als aanzet tot ethische autonomie

We geven dan ook niet graag toe dat we lijden aan jaloezie. Er is een grote schaamte verbonden aan de emotie. Jaloezie is taboe en de emotie wordt door het collectief afgewezen. Gevolg daarvan is dat iemand die lijdt onder jaloezie vaak tevens lijdt onder de angst dat hij of zij zal worden afgewezen wanneer diegene zou toegeven dat hij of zij lijdt onder jaloezie. Die angst is reëel, want het opperen van jaloezie zorgt vaak op z’n minst voor in afkeuring opgetrokken wenkbrauwen, zo het niet wordt ontvangen door honende spotternij of zelfs rechtstreekse beledigingen.

Afstand durven nemen van deze geldende moraal betekent afstand durven nemen van de aan jaloezie verbonden schaamte. Die afstand maakt het mogelijk te reflecteren op de moraal die de schaamte teweegbrengt. De afstand maakt het tevens mogelijk om actief te besluiten de emotie tot onderdeel van het Zelf te aanvaarden, om als het ware ‘bezit te nemen van de jaloezie’ en er verantwoordelijkheid voor te nemen.

Afstand dwingt daarmee de vorming van een eigen ethiek af.[1] Deze ethische vorming betekent autonomie  – zelfbepaling – en  betekent daarmee een zich af durven scheiden van het collectief. Hier begint het proces van individuatie.

Het proces van individuatie dient zich dan ook aan, precies op het moment dat jaloezie zich in de schaduw begint te roeren. Het psychische conflict van jaloezie roept er immers toe op om de geldende moraal te herbezien en moedigt er toe aan de Schaduw onder ogen te komen. De vraag wordt namelijk: Hoe is het mogelijk dat ik verlangens in mij heb, die niet overeenkomen met wat het collectief van mij vraagt?’

De betekenis en zin van jaloezie

Concrete uitspraken doen over wat de betekenis van jaloezie is, is vanuit het Jungiaans analytisch standpunt in feite niet mogelijk. Het luisteren naar de stem van jaloezie zal een patiënt altijd zelf moeten doen. De analytisch therapeut kan de patiënt aanmoedigen tot luisteren. De therapeut kan door zijn betrokken houding van acceptatie de patiënt helpen om de emotie te aanvaarden. De therapeut kan begeleiden bij het luisteren. Maar enkel de patiënt is in staat om te ontwaren wat het is dat de stem van jaloezie hem of haar te zeggen heeft.

In essentie komt hier dus geen duiding of interpretatie van de behandelaar aan te pas. In zijn essay ‘Psychotherapie in de praktijk’ schrijft Jung zelf over deze terughoudendheid van de behandelaar:

 ‘Wanneer ik mij als psychotherapeut, tegenover de patiënt de medische autoriteit voel, en er dienovereenkomstig aanspraak op maak iets te weten over zijn individualiteit, en hierover ook geldige uitspraken meen te kunnen maken, dan laat ik daarmee alleen mijn gebrek aan kritisch vermogen zien. Ik ben immers volstrekt niet in staat de totaliteit van de persoonlijkheid tegenover mij te beoordelen. Ik kan alleen maar iets over hem zeggen voor zover dat tot het algemeen (…) menselijke behoort.’[2]

Het is dus niet mogelijk om, vanuit de analytische psychologie, de individuele zin van jaloezie te duiden. Om toch een wat concretere invulling te geven aan wat mogelijkerwijs de ontwikkelingskans is die jaloezie iemand biedt, geef ik de volgende voorbeelden:

De aanvaarding van jaloezie op een collega kan tot de ontdekking leiden dat de collega er goed in is om de aandacht naar zich toe te trekken. Het is die eigenschap die je begeert. Omgekeerd houdt dit in: jijzelf bent zelf niet goed in staat om de aandacht naar je toe te trekken. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat je hebt geleerd dat ‘aandacht’ slecht is voor je: aandacht betekende misschien vroeger dat je gestraft werd door je ouders of dat je gepest werd door de klas. Of je hebt geleerd dat aandacht trekken verkeerd is onder het motto: ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’

Wat de motivatie er ook toe is dat je deze eigenschap zelf niet (of niet voldoende) hebt ontwikkeld: hier ligt de kans tot ontwikkeling. Ergo: je zult leren om de aandacht zelf naar je toe te trekken. Op z’n minst zal het actief luisteren naar de jaloezie jou leren dat aan ‘aandacht’ meer aspecten verbonden zijn dan enkel de negatieve – en dit besef zal je bewustzijn verruimen en meer ‘geestelijke ademruimte’ bieden.

Jaloezie in de liefde biedt eveneens, vanuit de analytische psychologie, een kans tot ontwikkeling. Welke kans dat is, is moeilijk aan te geven zonder dat patiënt niet voor de behandelaar zit. Het kan zijn dat de jaloerse drang om een geliefde je toe te eigenen, hem of haar de eigen vrijheid bijna te misgunnen, voortkomt uit de angst hem of haar te verliezen. Jaloezie betekent dan bijvoorbeeld dat je in feite bang bent zonder de ander niks te betekenen.

De jaloezie onthult daarmee een eigen onzekerheid: het niet kunnen geloven dat de ander jou waardevol genoeg vindt om daar uit vrij wil bij te willen blijven. Opnieuw ligt hier een ontwikkelingskans, namelijk te leren dat – en wat – je Zelf waard zijn. Of dat – en wat – je waard bent, zelfs als de ander bij je weg zou gaan. De jaloezie daagt je in feite uit tot vertrouwen op en in jezelf.

Dé individuele betekenis van jaloezie kan, zoals gezegd, bij de analytische psychologie niet vooraf gesteld worden. Wel kan je stellen dat de Jungiaans analytische therapie ervan uit zal gaan dat jaloezie een zin heeft en streeft naar een vorm van zelfverwerkelijking.

ball-407081_640

Hephaistos

De Zelfverwerkelijking, het resultaat van het individuatieproces dat door jaloezie in gang wordt gezet, zoals ik dat hierboven concretiseer met voorbeelden is vele malen complexer dan de voorbeelden zelf doen lijken. Schaduwwerk is geen simpel één op één proces, waarbij de uitkomsten voor de hand ligt. Eerder is het als dwalen in een labyrint, waarbij de routekaart naar de uitgang bestaat uit een vertelling waarvan de plotlijn voortdurende vervliegt met elk gesproken woord.

Jaloezie kent daarbij zijn eigen uitdagingen. Om die uitdagingen te illustreren is het interessant om uiteindelijk alsnog terug te keren naar het essay van Moore dat me inspireerde tot het schrijven van deze blog. Om de creatieve kracht van jaloezie te illustreren verwijst Moore namelijk naar de mythe van Hephaistos. Waarom Hephaistos?

Hephaistos was de Griekse god van de smeedkunst, van het vuur en van de ambachtslieden. Deze smid van de Griekse goden – chagrijnig, oerlelijk, met sterke, gespierde armen van het smeden, maar met kromme, onderontwikkelde benen – smeedde de meest briljante voorwerpen, maar liep mank. Zijn gang werd in de Illias van Homerus regelmatig begeleid door het hoongelach van de Olympische goden.

Over de oorsprong van Hephaistos en zijn manke been doen twee verhalen de rondde. Een daarvan luidt als volgt: Hephaistos was de mismaakte zoon van Zeus en Hera. Hera, de Griekse godin van het huwelijk, was een beruchte godin vanwege haar jaloezie. Haar jaloezie was daarbij niet altijd onterecht, want haar echtgenoot Zeus was een beruchte charmeur wiens blik regelmatig afdreef naar menig menselijke schoonheid.

In een van haar jaloerse buien beviel Hera van Hephaistos. Hephaistos was echter een lelijk en mismaakt kind en Hera ontstak in haar jaloezie in woede, greep haar godenzoon bij zijn been en wierp hem in razernij van zich af, weg van de berg Olympus, ver weg in de zee. Mank en verworpen werd Hephaistos vervolgens gered uit de zee door twee nimfen, Eurynome en Thetis. Zij brachten de geblesseerde god naar een diepe grot waar ze Hephaistos verzorgden en de kunst van het smeden bijbrachten.

Dit verhaal illustreert waar de kans en de zwakheid van jaloezie ligt. De jaloezie van Hera brengt een mismaakte zoon ter wereld: zoals de vrucht van jaloezie in eerste instantie vaak mismaakt is en een op het eerste gezicht een monsterlijk, angstaanjagend gezicht heeft dat het potentieel van haatdragendheid en vernietiging in zich draagt. Hera verwerpt haar zoon vervolgens en werpt het in de zee gegooid: jaloezie wordt verbannen uit de wereld van het Zelf, naar de wereld van het onbewuste. Daar zakt het naar beneden, naar een diepe, in schaduwen gehulde grot. Net als Hephaistos sterft jaloezie niet door het te verdringen en wordt het onzichtbaar toch nog steeds gevoed.

Hephaistos, het ‘product van jaloezie’, hoeft echter niet door zijn mismaaktheid gedefinieerd te worden. De smeedkunst van Hephaistos wordt immers door het hele Griekse rijk geroemd en maakt Hephaistos tot smid van de Goden zelf. Jaloezie kan dus inderdaad, wanneer het wordt aanvaard en de kans wordt gegrepen, prachtige resultaten geven. De intieme relatie kan zich versterken doordat iemand meer op zichzelf leert vertrouwen en zo de ander meer los kan laten om zijn of haar eigen leven te gaan leiden. De werknemer kan zijn talenten ontplooien omdat hij zich meer naar voren schuift om uitdagingen aan te nemen op het werk.

Het luisteren naar wat jaloezie te betekenen heeft, kan dus leiden tot nieuwe vormen van creativiteit. De uitdaging aangaan en de ontwikkelingskans grijpen die het psychische conflict biedt, maakt, zo luidt de hypothese van de analytische psychologie, energie vrij voor groei.

Echter, let wel: Hephaistos bleef altijd mank lopen. Zo zullen de resultaten die voortkomen uit de lessen van jaloezie ook altijd enigszins ‘mank’ blijven. Dat wil zeggen: hoe goed iemand zich ook ontwikkelt, en hoezeer de verborgen talenten in de Schaduw tot groei komen, wat voortkomt uit jaloezie zal altijd iets van kwetsbaarheid in zich dragen en teer blijven.

De armen van Hephaistos waren enorm gespierd van zijn smeedkunsten en door het gedisciplineerd met de hamer op het aambeeld te timmeren, zoals iemand die zich ontwikkelt uit jaloezie ook zeer geoefend kan worden in die eigenschap waar hij of zij jaloers op was. Maar de benen van Hephaistos waren onderontwikkeld en krom, zoals ook het talent dat groeit uit jaloezie altijd wat onderontwikkeld blijft en enigszins beschadigd zal blijven. De passie en creativiteit die jaloezie oplevert, blijven met andere woorden altijd een kwetsbare vorm van creativiteit en een tere kracht, die snel beschadigd kan raken.

Maar ook dat is onderdeel van het proces van individuatie: te accepteren dat kwetsbaarheid onderdeel is het Zelf…


[1] Over het verband tussen ethiek en de dieptepsychologie van Jung heeft Erich Neumann een erg interessant boek geschreven met de titel ‘Ethiek voor de toekomst – dieptepsychologie en nieuwe ethiek’ (1982). Ik zal hier in een latere blog op in gaan.

[2] ‘Psychotherapie in praktijk’, p. 11, in ‘Psychologie en praktijk’, C.G. Jung, 3de druk 1995


Ontdek meer van Rogier Teerenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

One thought on “Jaloezie en individuatie

Geef een reactie