Levenskunst en karakter

Deze blog is bestemd voor iedereen die nog gelooft in karakter. En voor iedereen die, samen met mij, meent dat denken en doen daarin verbonden horen te zijn. Voor een goed leven zijn ze allebei relevant. Doen staat daarbij zeker niet boven denken: ze staan op gelijke hoogte en horen in evenwicht met elkaar te zijn. Juist het samenbrengen van beide vormt onze ziel. Het evenwicht ervan vinden dat bij ieder individu past, maakt van het leven een kunstwerk dat ieders karakter weerspiegelt.

Juist de ontwikkeling van ons karakter hebben we momenteel hard nodig, zo luidt mijn stelling. Nodig om onze levenskunst vorm te kunnen geven. Want we leven in een paradoxale wereld. Enerzijds worden we geconfronteerd met de dringende vraag hoe we ons leven moeten leiden. En anderzijds geldt onderhuids het gebod om juist die vraag los te laten. De vraag naar zin heeft volgens dat voorschrift namelijk geen betekenis meer. We moeten vooral gehoor te geven aan die andere, algemeen aanvaarde bepaling van onze maatschappij. ‘Niet denken, maar doen!’

lettering-1634764_640

“Het goede leven”

Ergens las ik dat kinderen tegenwoordig niet langer politieagent, dokter of brandweerman meer willen worden, maar simpelweg: ‘rijk’. Ondertussen raakt ergens anders een narcistische zakenman aan het stuur van een wereldmacht. En in een interessant interview met socioloog Colin Crouch vertelt deze dat we in het leven en in onze samenleving eigenlijk verschillende soorten kennis nodig hebben. Maar dat de perverse prikkels van winstmaximalisatie en financiële belangen ons er steeds vaker toe verleiden om bepaalde andere soorten relevante kennis, bijvoorbeeld van ecologie en ethiek, te negeren.

Uit alles blijkt dan ook dat we op gebied van levenskunst nog steeds wel wat hulp kunnen gebruiken. De vraag naar het goede leven is nog even relevant als voorheen. Misschien (nou ja, eigenlijk waarschijnlijk) is deze vraag zelfs dringender dan ooit.

Aan de andere kant lijkt het bijna alsof we ons zouden moeten schamen als we ons nog willen bezinnen op ons leven. We mogen niet teveel nadenken over de vraag wat een goed leven is. We moeten maar vooral ‘goed gaan doen’. Blijf productief, zo luidt het onderhuidse aansporing. Dan komt alles goed.

Tegenwoordig luidt zelfs het advies om bij een burn-out snel weer aan de slag te gaan. En (in ieder geval een beetje) te blijven werken. Terwijl het belang daarbij eigenlijk niet zozeer ligt bij het ‘werken’ zelf. Maar bij het behouden van structuur en het houvast van een ritme.

Dat laatste wordt echter niet gemeld. Benadrukt wordt vooral dat er gewerkt moet worden voor genezing! We moeten immers van nut blijven. Nut als antwoord op de vraag naar ‘het goede leven’. Maar is dit even vanzelfsprekend als de samenleving het eigenlijk lijkt te vinden?

time-1739629_1920

Hoe moeten we ons leven leiden?

Het antwoord op de vraag ‘Hoe moeten we ons leven leiden?’ lijkt eigenlijk al vastgelegd. Het wordt er met de paplepel al ingegoten. We moeten succesvol zijn. We moeten ambitie hebben. En vooral: we moeten een druk leven leiden. Stilstand is achteruitgang. Het correcte antwoord op de vraag ‘Hoe gaat het?’ luidt kortom: ‘Druk bezig.’

Op de voorgrond – in carrière, relatie, en in het leven in algemeen – moet staan: de actie. En dan vooral niet de reactie, maar de proactie. En het allerliefste: de winstgevende actie.

Wees daarbij vooral rationeel en pragmatisch, zo luidt het gebod, dan kom je het verst. Jij wil weten hoe jij je leven moet leiden? Het antwoord vanuit de samenleving luidt: ‘Met keihard werken.’ Met daarbij de belofte in het vooruitzicht: daarmee kom je er wel. Tegelijk blijkt echter uit recent onderzoek dat de grootste bedreiging van betrokken arbeidsvermogen in 2017 hoogstwaarschijnlijk die eerder genoemde burn-out is. Dus met hard werken kom je waar precies?

De voortdurende eis tot productiviteit. De roep tot een tomeloze (bodemloze) ambitie. De pretentie van rationalisme (waarmee we de eigen emoties en het contact met het eigen lichaam verdringen). Ze leiden, in antwoord op de vraag ‘Hoe moet je je leven leiden?’, in een sadistisch reproductie van een Catch-22, collectief terug naar diezelfde vraag, tot er uiteindelijk..iets doorbrandt.

good-things-never-come

Spiritualiteit van de oppervlakte

Eenmaal radicaal tot stilstand gebracht door het leven, door het lichaam, door de ziel zelf, drijft echter – als een luchtbel die onontkoombaar altijd weer naar de oppervlakte stijgt – de vraag naar de zin van wat we doen, toch weer naar boven. We zien ons opnieuw – soms meedogenloos, maar in ieder geval altijd onherroepelijk – geconfronteerd met de vraag naar betekenis.

In ons persoonlijke leven struinen we vervolgens de tafels vol zelfhulpboeken af. We bezoeken dure workshops op gebied van wellness en zelfontplooiing. Persoonlijke ontwikkelingstrajecten bij werkbedrijf en loopbaancentra worden erop ingericht om onze ‘authenticiteit’ vorm te geven. Esoterische trainingen beloven ons dat de essentie van wie we zijn naar bovengehaald kan worden. Een ‘authentiek zelf’ kan blijkbaar gekocht worden!

Dit beeld van gekochte ontwikkeling van Zelf en ik, van authenticiteit en identiteit, past eigenlijk naadloos in het culturele adagium van de maakbaarheid. Het is in feite de ‘New Age’-versie van het maatschappelijke gebod: ‘niet denken, maar doen’. Het volgen van dit pad is een cynisch soort ‘spiritualiteit van de oppervlakte’. Maar geeft het ook blijk van karakter?

water-424807_1920

Het karakter de adem ontnomen

Het lijkt misschien een vreemde overgang om juist hier een verwijzing naar het karakter in te voegen. Maar misschien zit daar toch precies de crux. We zijn het namelijk nauwelijks meer gewend om over het karakter te spreken. James Hillman (1926-2011), navolger van Jung en grondlegger van de archetypische psychologie, ging zelfs zo ver te stellen dat het karakter in de 20ste eeuw is overleden.

De vitaliteit van het karakter zou in de voorliggende eeuwen al zijn afgenomen, zo schrijft Hillman in De kracht van karakter. Maar het zou naar zijn laatste rustplek gebracht zijn door de wetenschap en haar Objectieve Observator. Het objectieve rationalisme zou het karakter hebben gereduceerd tot een abstracte diagnose. En het zou het karakter, al abstraherend, de adem uiteindelijk hebben ontnomen, aldus Hillman.

abstract-1840297_1920

Vormen zonder inhoud

Ervoor in de plaats is de karakterloze abstractie gekomen. Het stigma van de diagnose. De herleiding van persoon tot symptoom. We proberen onze hedendaagse cultuur op die manier te vullen met abstracties zonder inhoud. Bureaucratie, systemen, protocollen. Het zijn vormen zonder particuliere inhoud.

Ik zal, aan de hand van een kleine anekdote, een voorbeeld geven van hoeveel schade het gebruik van deze lege vormen echter kan aanbrengen. Zo sprak ik een tijd terug een teleurgesteld, werkzoekend creatief talent. Zij vertelde dat ze, toen zij net was afgestudeerd aan de kunstacademie, wilde beginnen als freelancer. Ze kreeg daarvoor destijds, op grond van een ondernemingsplan, van de gemeente een ondernemingscoach toegewezen.

Nadat haar coach had gevraagd of ze iets wilde vertellen over hoe ze tot haar keuze als zzp’er was gekomen, vertelde ze haar coach haar levensverhaal. Daarin gaf ze blijk van een bijzonder doorzettingsvermogen in haar zoektocht, met verschillende wisselingen in studie, het doorworstelen van wat persoonlijke problemen en enkele korte loopbanen in verschillende sectoren, vóórdat zij uiteindelijk koos voor ontwikkeling van haar talent in de kunsten.

Nadat zij haar verhaal had gedaan over haar leven, knikte haar ondernemerscoach wijs en ernstig. En vatte het verhaal als volgt samen: kort en kernachtig, geheel in de stijl van een ‘daadkrachtige’ coach.

‘Ik hoor in jouw verhaal vooral veel twijfel.” sprak ze. “Daar moeten we iets aan doen.’

glass-984457_640

Maar eigenlijk was dat niet wat deze coach had gehoord. Er was in werkelijkheid veel meer gezegd. Als deze ‘coach’ echt goed had geluisterd, had ze een léven gehoord: een spectrum aan ervaringen en details dat veel breder en kleurrijker was dan deze ene observatie. Haar diagnose was in die zin maar een armzalige reductie. Onder het mom van ’tot de kern doordringen’, werd zo het jonge talent gereduceerd tot één enkel woord. ‘Twijfel’: een  schrale, nietszeggende en eenzijdige abstractie.

Het kwetste deze jonge, begiftigde creatieveling – dat zo vol scheppende energie, maar ook vol spanning en onzekerheid zat – tot diep in haar ziel om haar verhaal zo kernachtig te horen samenvatten. Ze kon er niets aan doen: de diagnose kwam binnen als een mes. En het bloed van deze onzichtbare wond sijpelde door naar haar ziel en voedde daar de gretige monden van alle inwendige ondermijnende stemmetjes.

Ze slaagde er niet meer in om zichzelf nog te zien, voorbij die abstractie. Zodat ze een paar maanden daarna besloot om haar onderneming te beëindigen. En voor een ongeïnspireerde baan in loondienst te kiezen. Om uiteindelijk, na anderhalf jaar, alsnog op de bank te belanden. Met – jawel – een burn-out.

Iemand reduceren tot één woord getuigt niet van ‘daadkracht’. Het is in feite slechts een poging tot karaktermoord.

window-368204_640

Luisteren naar de roep van het verlangen

Hoeveel had het gescheeld als de volle breedte van de persoonlijkheid van deze jonge vrouw in ogenschouw was genomen? Als er oprechte aandacht was geweest voor juist die kleurrijke diepte van haar karakter? We weten het niet. Maar het is in ieder geval geen wonder dat de vraag naar zin en betekenis regelmatig voor mensen stukloopt op onze cultuur van abstracties.

Dat stelt ook Mari Ruti, in haar boek ‘De stem van karakter’. Want we zijn het grotendeels verleerd – of we nemen er de tijd niet voor – om precies te luisteren naar de enige vorm die simpelweg niet kan zonder dat het een particuliere en bloemrijke invulling kent: het karakter.

Mari Ruti (hoogleraar aan de universiteit van Toronto en Harvard, met als onderzoeksgebied o.a. de psychoanalyse, de kritische theorie en genderstudies) hanteert voor karakter een hele bijzondere definitie die sterk afwijkt van de meer doorgaande omschrijving van karakter als ‘aard’.

Karakter wordt vaak gezien als een combinatie van vastliggende innerlijke eigenschappen van een persoon. Maar Mari Ruti omschrijft karakter anders. Zij definieert karakter als:

‘de roep van het verlangen die ons door het leven leidt’

wolf-1745336_640

De roep van het verlangen

Allereerst gaat karakter in deze definitie over de roep van het verlangen. Wat het karakter te maken heeft met het verlangen, legt Ruti uit aan de hand van de theorie van de Franse psychoanalyticus Lacan.

Voor Lacan is de wereld een plek die de mens vervult met zowel frustratie als verwondering en creativiteit. De wereld voor de mens is inherent conflictueus. Enerzijds kunnen we immers als mens slechts een volledig menswaardig bestaan bereiken als we ons onderwerpen aan het socialisatieproces. We moeten ons voegen in een reeds voorgegeven collectief van taal- en betekenisstructuren, willen we een beetje kunnen functioneren in de wereld.

Anderzijds is juist deze socialisatie ook krenkend. Want de onderwerping aan een collectief, onpersoonlijk stelsel van waarden en voorgegeven betekenissen, doordrenkt ons ook van het besef dat we betrekkelijk onbeduidend zijn. We zijn uiteindelijk slechts radertjes in het raderwerk van de wereld. Dat geeft ons een sluimerend gevoel van ontoereikendheid.

mother-84628_640

Het paradijs van de zuigeling

Dit gevoel van ontoereikendheid is, aldus Lacan, een oergevoel. Het is nauwelijks uit te bannen. Het ligt, onderhuids en onbewust, verscholen en is de prijs die we betalen voor onze socialisatie. Voorafgaand aan die socialisatie, wanneer we deze prijs nog niet hebben betaald, zien we onszelf namelijk nog niet als afzonderlijke entiteiten.

Voorafgaand aan de socialisatie, wanneer we net geboren zijn, zijn we zuigeling. En voor de zuigeling valt de wereld met hem samen. Er bestaat nog geen onderscheid tussen wereld en zelf voor dit tere wezen. Het is een heerlijke, paradijselijke illusie. Socialisatie slaat dit imaginaire Paradijs vervolgens aan gort en doet dit op wel twee niveaus.

Op letterlijk niveau vereist socialisatie dat de eenheid tussen kind en moeder wordt opgeheven. De moeder moet zich onherroepelijk op den duur weer kunnen toewijden aan de wereld. Het verzorgen van zichzelf, van een huishouden, eventueel van werk – zorgt ervoor (meedogenloos, maar ook noodzakelijk voor de psychische ontwikkeling van het kind) dat moeder en kind gescheiden raken. Dat betekent dat het kind zich moet gaan aanpassen aan die wereld. De eerste socialisatie is in die zin al eenvoudigweg het ritme van eten en slapen, een ritme dat niet enkel biologisch en in samenspraak tussen kind en moeder wordt bepaald, maar ook door wereld om hen heen.

Op figuurlijk niveau doorbreekt de socialisatie de narcistische fantasie van de zuigeling van heelheid en compleetheid met de moeder. Het is immers een beeld – geen werkelijkheid – dat de zuigeling samenvalt met de wereld van de moeder. Dit beeld wordt door de socialisatie gecorrigeerd/verbroken. Maar dit verbroken beeld laat ons ook met een innerlijk gevoel van leegte achter.

We ontwikkelen zo een onlesbare dorst naar die toestand van overvloed waar we ooit onderdeel vanuit dachten te maken. En de ervaring van dit ‘verloren paradijs’, noemt Lacan het Ding. Het Ding is datgene waar ons diepste verlangen van is gemaakt.

human-746931_640

De waarheid van ons verlangen

Ieder verlangen, iedere ambitie of streven van ons is in die zin altijd een teruggevonden verlangen. Het is altijd een substituut voor dat oorspronkelijke Ding dat verloren is gegaan. En we plaatsen het ene ding, het ene verlangen na het andere, in de lege ruimte die is achtergelaten door het Ding.

Juist omdat we ons beroofd voelen van het Ding, zijn we ook voortdurend in staat om belangstelling op te vatten voor de wereld om ons heen. Ons gemis vult ons met een bijna onlesbare nieuwsgierigheid naar onze omgeving en drijft ons voort.

Uiteindelijk vormt het verlangen dat de herleving van het Ding het dichtste benadert, het verlangen waar we ook de meeste hartstocht voor voelen. De kenmerkendheid van dit verlangen – wat Lacan de ‘waarheid’ van ons verlangen noemt – vormt de grondslag van onze persoonlijke ontwikkeling.

Het is de roep van dit verlangen waar we naar luisteren als we proberen ons karakter te ontwikkelen, aldus Ruti.

hiker-1149898_640

Op reis door de wereld

Ten tweede hangt karakter, in de definitie van Ruti, ook samen met datgene wat ons door het leven leidt. Dat houdt in dat karakter eigenlijk niet iets is dat vaststaat. Eerder is ons karakter een zich ontwikkelend pad dat we bewandelen. Dat pad wordt steeds kenmerkender óns pad. Ons karakter is een voortdurend worden.

Ons karakter vormen we, op reis door de wereld, in een voortdurende interactie met de kansen en beperkingen die het netwerk van betekenisvolle relaties waarin we zijn geworpen, aan ons biedt. Het draagt in die zin vooral de kenmerken van de weg die we hebben bewandeld. Het draagt de impressies in zich, van de keuzes die we gaandeweg maken, onderweg door het leven.

Ons karakter zal op den duur – afhankelijk van de mate en de verfijndheid waarmee we leren te luisteren naar de roep van dat verlangen – op weg door het leven, ook steeds meer gecultiveerd en stabieler worden. We zullen consequentere keuzes gaan maken en met meer standvastigheid – met meer karakter – het leven tegemoet gaan treden.

silhouette-1082129_640

Luisteren naar het karakter

Tot slot speelt ook het ‘luisteren’ hierbij een rol. Want een roep krijgt pas betekenis als er naar geluisterd wordt. Ons karakter wordt in die zin pas echt door ons gevormd, als we er naar gaan luisteren.

Karakter is in die zin een werkwoord. En het is bovendien een heel bijzonder werkwoord, omdat het gaat over aandacht en over ontvangen. Het is niet iets dat je eenzijdig maakt of bezit. Het is iets dat je toekomt vallen en ontstaat in de interactie. Werkelijk luisteren bevindt zich immers op het snijvlak van passiviteit en activiteit – het is het met ontvankelijke, onbevooroordeelde aandacht opvangen van wat er met je gedeeld wordt.

Dit betekent bovendien dat karakter relationeel is. D.w.z.: je karakter is niet iets dat zich als een soort uitgekristalliseerde essentie onbeweeglijk binnenin jouw bevindt. Karakter is juist iets dat ontstaat in de interactie, bínnen het contact tussen jou en de wereld.

architecture-1839443_640

Authenticiteit als innerlijke ruimte

Dit verklaart bijvoorbeeld ook waarom je wellicht door goede vrienden zou kunnen worden omschreven als een open en vrolijk. Maar je collega’s je vooral zouden kunnen typeren als bijvoorbeeld nurks en snel geïrriteerd. Je karakter kan immers andere vormen aannemen, afhankelijk van je omgeving. Dat betekent overigens juist niet dat één van beide perspectieven waarachtiger is dan het andere. Maar dat beide gelden. Hieruit blijkt onder meer de enorme rijkdom van het karakter.

Waarachtige authenticiteit van je karakter schuilt er ook niet in dat je een eenzijdig en volledig stabiel beeld van jezelf kan neerzetten. Authenticiteit (waar ik hier al eerder over schreef) schuilt er juist in dat je, in de loop van je leven, steeds meer gaat beschikken over een soort innerlijke ruimte, waarin je onderdak weet te geven aan verschillende – en soms zelfs onderling onverenigbare – gemoedstoestanden, waaronder ook de minder plezierige.

architecture-1868378_640

Levenskunst en karakter

Terug naar de oorspronkelijke vraag naar het goede leven. Levenskunst – het antwoord op de vraag ‘Hoe moet ik leven?’ – krijgt een vele malen diepgaander en meer bezield antwoord, oppert Ruti, als je het karakter in dat antwoord opneemt. Ze oppert in feite zelfs dat dit, in lijn met Lacan, geen vrijblijvende tip is.

Luisteren naar het verlangen, luisteren naar de roep van het karakter, is eigenlijk een zwaarwegend ethisch gebod in het leven. Het is daarbij een gebod dat niet wordt opgelegd door een externe autoriteit. Maar dat ons karakter ons zelf, van binnenuit, oplegt. Het is een dwingend en ethisch gebod, in de zin dat we ons erdoor onbewust voortgedreven weten. En waardoor we niet anders kunnen dan voortdurend trachten ons gemis te vullen.

Voor het overtreden van dit gebod – dus het negeren van de waarheid van ons verlangen, of verdringen van de roep van ons karakter – worden we in feite ook gestraft, door onszelf. Het gaat namelijk op den duur gepaard met een gevoel van zins- en betekenisverlies en ervaringen van leegte. En uiteindelijk zelfs met werkelijk psychisch lijden, dat zich uit in de vorm van bijvoorbeeld een klinische depressie.

lady-justice-677945_640

Verlangen als integriteit

Ons verlangen biedt ons daarnaast ook een vorm van integriteit. De Lacaniaanse ethiek van het verlangen is een ethiek die de waarde van de verlangens inschat op basis van hun nabijheid – hun trouw aan – het originele Ding. De roep van het karakter roept ons er voortdurend toe op, loyaal te blijven aan ons onvervulde verlangen, aan ons Zelf.

Karakter maakt het ons, met andere woorden, mogelijk om verzet te bieden tegen de maatstaven van de gevestigde orde. Het stelt ons in staat om nieuwe, eigen passende waarden te formuleren. En zo tot een eigen levenskunst te komen. Het gaat om een loyaliteit aan het oorspronkelijke verlangen, ongeacht of we daarmee inbreuk maken op de ethiek van de heersende culturele orde.

Daarmee kent deze inzet op karakter als leidraad voor een eigen vorm van levenskunst ook heel sterk Jungiaanse trekken: het heeft immers alles te maken met individualisatie!

(Onverwacht stuitte ik dan ook in de uitwerking van deze ethiek van het verlangen op een belangrijke overlap tussen de Jungiaanse analytische psychologie en de Lacaniaanse psychoanalyse. In een latere blog wil ik daar dieper op ingaan.)

smartphone-1790833_640

Karakter en verbeelding

Voor Ruti geldt dat taal een belangrijk gereedschap vormt om deze individuatie tot ontwikkeling te laten komen. Onze taal biedt volgens haar een structuur waarmee ons verlangen vorm kunnen geven. Taal kan een verhaal vatten waarin het verlangen in een netwerk van woorden gevat kan worden. Woorden kunnen functioneren als een kader, om een ruimte te scheppen waarin de verlangens hun plek kunnen vinden. In die zin zijn juist de dialoog en het schrijven van het eigen levensverhaal ook goede middelen om de roep van het karakter te horen.

Voor een deel ben ik het met dit uitgangspunt eens. Tegelijk vind ik deze benadering eigenlijk te beperkt. (Ik begrijp overigens wel waar het advies van Ruti vandaan komt. Ruti redeneert strikt op Lacaniaanse wijze. En in die zin is het helemaal niet verwonderlijk dat ze teruggrijpt op de taal als belangrijkste instrument om het verlangen te verkennen. Voor Lacan is immers de taal in oorsprong het ordenende principe van het denken.)

Maar ik ben zelf vooral een Jungiaans denker. Daarom geef ik bij voorkeur het primaat aan de verbeelding. Ons denken begint bij het creatieve uitbeelden. En het luisteren naar ons karakter vraagt dan ook van ons het bedenken van beelden die passen bij wie je wilt zijn.

De complexiteit – de pure rijkdom – van ons karakter wordt niet gevat in een abstractie, of in een psychologische diagnose (zelfs al is die meervoudig) of in een ‘daadkrachtige’, korte typering. Het karakter – de beweeglijkheid van het pad en het worden – schuilt juist in de breedvoerige en bloemrijke beschrijvingen waarin de roep van jouw verlangen zich kan uitkristalliseren.

success-846055_640

Het onverschrokken karakter

In de woorden van de filosoof Kant stelt James Hillman: ‘Zonder de Verbeelding zouden we in het geheel geen kennis bezitten, maar we zijn ons [hiervan] niet bewust.’

Om kennis te krijgen van het goede leven, stel ik daarom voor – geïnspireerd door het gedachtegoed van Lacan, Mari Ruti, Jung en James Hillman – om terug te grijpen op de strikt persoonlijke ethiek van het verlangen. Kortom: om je levenskunst vorm te geven met behulp van je karakter.

De moed om gehoor te geven aan dat verlangen, de onverschrokkenheid om je karakter te volgen, zal uiteindelijk volgen uit de diepte van het verlangen zelf. Het zal je voortstuwen als een kracht in zichzelf.

Maak je daarbij overigens geen illusies. Ik stel niet dat het karakter je op een of andere, magische wijze, zal beschermen tegen tegenslag in het leven. Leren luisteren naar je verlangen zal je niet automatisch rijk maken. Ik verkoop het volgen van je karakter niet als recept voor succes. Karakter maakt je niet immuun voor botsingen met het leven.

Karakter stelt je enkel in staat om op jouw eigen, doordachte wijze, om te gaan met de uitdagingen die het leven je toewerpt. Dat zal onvermijdelijk gepaard gaan met vallen en opstaan, met hoogtepunten en dieptepunten. Maar dat is uiteindelijk ook precies waar levenskunst om draait. Niet om het vermijden van de valkuilen in je leven. Maar om die valkuilen, heuvels, eigenaardigheden en charmes van jouw denken en in jouw doen  samen te brengen in één, hoogstpersoonlijk, kunstwerk.

Onderschat dan ook nooit de bezieling en de levenskracht die schuilt in het verbeelden van de roep van je verlangen. Laat je verbeelding de vrije loop bij het luisteren naar je karakter, onderweg door het leven.

En laat je karakter jouw levenskunst vormen!

character-is-higher-than-intellect-a-great-soul-will-be-strong-to-live-as-well-as-strong-to-think


Ontdek meer van Rogier Teerenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

2 thoughts on “Levenskunst en karakter

Geef een reactie