Over Carl Jung’s Complextheorie en Jaak Panksepp’s Affectieve Neurowetenschap
Ons hart vraagt om verbinding. Maar weten we nog wel waar het hart van die verbinding zich precies bevindt? Het hart van onze verbinding ligt in onze emoties.
Complex Theorie en het begrijpen van onze emoties
In deze blog beargumenteer ik dat we echter nauwelijks weten wat onze emoties zijn. Niet voor niets betreft bijvoorbeeld 40% van de consulten bij de huisarts SOL-klachten: lichamelijke klachten waarvoor geen of onvoldoende somatische verklaring gevonden kan worden. Dit ligt niet (perse) aan een onkunde van de huisarts. We begrijpen simpelweg niet dat onze emoties verbonden zijn aan, en dus invloed hebben op, ons lichaam. In deze blog probeer ik daarom, aan de hand van de de Affectieve Neurologie van Jaak Panksepp en de theorie over onze Complexen van Carl Jung, toch wat inzicht te bieden in het verschijnsel van emoties. En vooral: wat gaat er precies mis op het moment dat we het contact ermee verliezen. (Gemiddelde leestijd: 16 minuten)
Weten we nog wat we voelen?
Maatschappelijk en persoonlijk lijkt het erop dat we een gezamenlijk probleem hebben. Dat probleem is niet van deze tijd. Het bestaat al veel langer. Het lijkt simpelweg en bij herhaling opnieuw zichtbaar te worden in de hedendaagse staat van wereldwijde onrust. Het basale probleem ligt niet bij de aanwezigheid van alomtegenwoordige wapens, groot en klein. Het is evenmin een politiek globaaleconomisch probleem. Het is ook geen sociale weeffout die wereldwijd plaatsvindt. Het is zelfs geen probleem van desinformatie en het zoekraken van ons zicht op wat wel of niet ‘Waarheid’ zou zijn. Het is simpelweg dat we niet weten om te gaan met onze emoties. Sterker, in deze blog beweer ik zelfs dat we nauwelijks weten wat onze emoties eigenlijk zijn.
Onze emoties en het principe van de ‘black box’
Onze algemene emotionele onkunde begint al bij de opvatting over wat moderne psychologie is. Voor zover het zichzelf ‘psychologie’ durft te noemen, houdt deze zich – en het doet dit zelfs op principiële gronden! – niet bezig met kennis van emotie, maar met onderzoek naar – en, zo mogelijk, met het manipuleren van – gedrag. De onderliggende basis voor dit uitgangspunt valt onder wat men in het behaviorisme – ooit, maar ook nu nog in de 21ste eeuw – de ‘black box theorie’ noemt. Het is het idee dat onze gedachten en gevoelens simpelweg niet observeerbaar zijn. Principieel zouden emoties daarom ook niet bestudeerd hoeven (en moeten) worden. Ze behoren in feite niet tot wat men ‘wetenschappelijke’ psychologie zou noemen.
Emoties: complexe ervaringen van bewustzijn, lichaam en gedrag
In zijn basiswerk over de fenomenologie van emoties uit 1960 citeert de Amerikaanse psycholoog James Hillman onder andere de Encyclopedia Britannica uit 1955. Deze stelt daarin het volgende over emoties: “Onze kennis over het onderwerp van emoties is veel minder volledig dan over andere onderwerpen in het veld van de psychologie.”
Anno 2023 biedt de online versie van de Encyclopedia Brittancia het volgende artikel over emoties, dat gelukkig al wel meer informatie biedt. (Gelukkig, er was de afgelopen 80 jaar geen volledige wetenschappeijke stilstand!). Maar de omschrijving van emotie blijft nog steeds opvallend algemeen. Het artikel verbreedt, maar omschrijft de emotie nog steeds als volgt:
“Emotie is een complexe ervaring van bewustzijn, lichaamssensaties en gedrag dat het persoonlijke belang reflecteert van een voorwerp, gebeurtenis of stand van zaken.”
Wat is een emotie?
“Als we de vraag stellen: Wat is een emotie? Dan is het eerste antwoord dat in algemene zin gegeven zal worden een lijst van specifieke emoties – angst, boosheid, hoop, spanning, jaloezie en dergelijke. Wanneer we vervolgens doorvragen, het onderzoek blijven aanscherpen en vragen naar welke kenmerken deze toestanden dan gemeen hebben dat we ze allemaal dezelfde beschrijving van ‘emotie’ toekennen, dan bieden psychologen een gevarieerd en inconsistent antwoord.”
Misschien zoeken we op een verkeerde plek
Bovenstaande, bijna postmodern aandoende alinea, betreft geen hedendaagse reactie op de definitie van emotie in de Brittanica anno 2023. Het is een omschrijving van de toestand van onze kennis van emoties uit een handboek voor de psychologie uit 1938! (A Manual of Psychology, G.F. Stout). Zijn we dan werkelijk niet heel veel opgeschoten in het antwoord vinden op wat onze emoties eigenlijk zijn? Of zoeken we misschien op de verkeerde plek?
Zijn onze emoties ons geweten?
Wie het (overigens zeer interessante, dus zeker niet als kritiek bedoelde) boek over ‘Emoties bij jongeren’ van psychoanalyticus/psychotherapeut Frans Schalkwijk doorbladert, leert niet zozeer over emoties. Eerder gaat het vooral over de gewetensontwikkeling bij adolescenten. Niet voor niets is Schalkwijk ook bijzonder hoogleraar gewetensontwikkeling. Maar zijn emoties dan vooral ons geweten? (Dit is overigens geen vreemde gedachte, want de studie van emoties lag in de klassieke oudheid al bij het denken over de ethiek van de deugd en in de middeleeuwen bij het denken over zonde en zeden).
Een zwijgen dat uit de hand loopt
Hoe dan ook valt er nog wel het een en ander te zeggen over onze emoties. Maar we spreken er opvallend weinig over. Over onze emoties lijken we vooral veel te willen zwijgen. Maar dat is niet zonder risico. Zowel op individueel als op sociaal niveau zien we dat terug. Want ons zwijgen loopt regelmatig uit de hand. Op intrapersoonlijk niveau zie je dit terug bij de individuele mens die met zichzelf in de knoop raakt. Niet voor niets stonden in december 2022 bijna 84.000(!) zorgvragers op de wachtlijst(!) bij geestelijke gezondheidsverleners in Nederland.
Alexithymia op individueel, sociaal en internationaal niveau
Individueel raken mensen door hun eigen zwijgen, of vaker door alexithymia – d.w.z.: door het eigen cognitieve onvermogen om effectief emoties te kunnen onderscheiden of deze woorden te kunnen geven – in psychische problemen. Op sociaal niveau kan dit vervolgens escaleren. Dat heeft soms dramatische gevolgen (denk aan politieagenten die niet weten hoe om te gaan met verwarde mensen). Even zo vaak heeft het vooral fatale, gruwelijke gevolgen (denk aan de vreselijke escalatie van september 2023 in Rotterdam). En – wanneer we nog breder denken en het verschijnsel van alexithymia op globaal niveau en op de internationaal politiek betrekken – rijst zelfs de vraag:
Hoeveel internationale geweldsconflicten vinden hun oorsprong eigenlijk in een totaal gebrek aan contact met ons eigen gevoel en inzicht in eigen emoties?
Emoties als basis van ons mens-zijn
In onze huidige tijd besteden we er helaas maar weinig aandacht aan, maar al meer dan 120 jaar geleden schreef de grondlegger van de Analytische Psychologie, Carl Jung, al wel over onze emoties. Carl Jung, die als psychiater zijn wetenschappelijke carrière begon met het (woord)associatie-experiment en diens Complextheorie die daaruit voortvloede, startte zijn carrière in feite met de studie van emoties. Jung begreep emoties zelfs als het fundament van wat het betekent om mens te zijn.
De fundamentele basis van onze persoonlijkheid ligt in onze emoties
Details van wat Jung ruim een eeuw geleden aan psychologische theorieën bedacht, worden inmiddels, ruim 100 jaar later, bevestigd in strak neurowetenschappelijk onderzoek. Zo zijn er bijvoorbeeld bijzondere overlappingen te ontdekken wanneer je de klassieke analytische psychologie van Jung uit de eerste helft van de 20ste eeuw over emoties en complexen legt naast het (post)moderne neurowetenschappelijk werk van de (inmiddels overleden) neuropsychobiowetenschapper Jaak Panksepp uit de 21ste eeuw.
Zo schreef Jung in 1906 al:
“De fundamentale basis van onze persoonlijkheid is affectiviteit. Gedachten en handelingen zijn, als het ware, enkel symptomen van affectiviteit.”
Onze emoties als kernreactoren van de psyche
Ook Bleuler, de leermeester van Jung, stelde al dat affectiviteit (ook wel omschreven als ‘gevoelstoon’) – veel méér dan cognitie – de stuwende factor vormt achter al onze handelingen en nalatigheden. Het is zelfs waarschijnlijk dat we enkel onder invloed van onze gevoelens tot handelen (of niet-handelen) komen. Ook ons logisch rederen onstaat zo vanuit de drijvende kracht die verbonden is aan onze affecten.
Onze gevoelstonen vormen de overkoepeling van de energie waar ons verlangen en streven enkel en slecht één deel van zijn. In 2012 schreef Jaak Panksepp, de affectieve neurowetenschapper die inmiddels helaas is overleden, dan ook in ‘Archeology of the mind’ dat de primaire affectieve aspecten van de geest niet langer gemarginaliseerd kunnen worden:
“Onze emoties moeten erkend worden als de kernreactoren van de psyche.”
7 Emotionele basissystemen van Panksepp
Panksepp beschreef 7 emotionele basissystemen in zoogdieren. Hij beschreef deze systemen nadrukkelijk met hoofdletters, om op die manier duidelijk te maken dat ze refereren aan een geheel van neurale netwerken. Deze systemen moeten niet begrepen worden als individuele emoties in algemene, dagdagelijkse zin.
De emotionele basissystemen betreffen:
- ZOEKEN (zoeken, horen bij, enthousiasme)
- LUST (sexueel verlangen, lust)
- WOEDE (boosheid, woede)
- ANGST (angst, spanning)
- ZORG (zorgen, moederlijke zorg)
- PANIEK / ROUW (paniek en rouw, gevoelens van verlies)
- SPEL (sociaal spelen)
HersenGeest (BrainMind) en de archeologie van onze geest
Panksepp noemde deze 7 systemen primaire psychologische proceservaringen. Ze bevinden zich op het zoogdierenniveau en zijn als het ware ‘voorgegeven’ in de HersenGeest. (HersenGeest werd door Panksepp met opzet op deze wijze en als één woord geschreven, om aan te geven dat hersenen en geest één ononderscheidende eenheid vormen.)
Secundaire geheugen en tertiaire mentale procesen
Boven en rondom de emotionele basissystemen onderscheidde Panksepp verschillende leer-en geheugenprocessen die hij ‘secundaire processen’ noemt. Deze secundaire processen beschouwde Panksepp als diep onbewust. Hier weer bovenop en rondom bevinden zich diverse hogere mentale processen, inzichten en gedachten die ons in staat stellen om te reflecteren op onze ervaringen. Deze noemde Panksepp de tertiaire processen.
Archetype: fundament van onze emotionele aard
Therapeutisch werk vindt dan ook, aldus Panksepp, (noodzakelijkerwijs) veelal plaats op het secundaire en tertiaire niveau. Maar op het zoogdierenniveau vond Panksepp iets fundamenteels terug in de kracht en energie van de primaire proces-emoties. Iets fundamenteels aan onze emotionele aard, dat wel gevoeld kan worden, maar moeilijk kan worden onderzocht. Precies hier vinden we ons weer terug bij Carl Jung. Want waar Panksepp de kracht en energie benoemt van deze primaire proces-emoties, heeft Jung hier namelijk een woord voor: het Archetype.
Archetypen en emotionele grondtoon
Onze rauwe gevoelstonen staan niet op zichzelf. De 7 emotionele basissystemen zijn geen verschijnsel van de postmoderne tijd. Ze zijn niet gebonden aan cultuur of samenleving. Ze zijn onderdeel van ons menszijn en zijn ingebed in voorouderlijke herinneringen die ook worden ervaren door dieren. We kunnen hun functie dan ook op eenzelfde wijze begrijpen. Onze intrinsieke, affectieve toestand (de emotionele toon) maakt het voor ons mogelijk te anticiperen op gevaar en op andere overlevingskwesties. Onze affectiviteit biedt ons, met andere woorden, directe handvatten voor ons (overlevings)gedrag.
Neurale netwerken, zo oud als de evolutie zelf
Voor zover wij weten worden we met deze neurale capaciteit tot affectiviteit geboren. Deze zeven basisemoties zijn geprogrammeerd in de neurale, subcorticale netwerken van onze hersenen en zijn ingeboren bij álle zoogdieren. Belangrijker nog: deze emotionele energetische toestanden – die er in feite al zijn en bestaan voordat ‘wij’ er zijn (d.w.z.: voor ons Zelf er is), hebben een eigen wil. Ze functioneren als oeroude vormen van affectieve mentaliseringen, die voorafgaan aan onze taal en gedachen. Ze zijn zo oud als de evolutie zelf.
Archetypisch oerprocessen als emotionele basissystemen
De emotionele basissystemen van Panksepp vormen een aanknopingspunt om de Archetypen van Jung te begrijpen. De primaire psychologische proceservaringen zijn in feite de Archetypsiche oerprocessen van Jung. Het zijn de affectief neurologische omschrijvingen van Archetypen als emotionele en structurele disposities, waarop wij vervolgens onze sociale structuren en culturele verhalen op bouwen. Archetypen zijn de aspecten van onze diepe emotionele systemen, zoals die ook de basis vormen voor ons onbewuste handelen.
Emoties als perceptie van wat zich in ons afspeelt
We verbinden gevoelens met de perceptie van wat er gebeurt in ons lichaam en in onze geest wanneer we aandacht schenken aan, en reflecteren op, verschillende emoties. Op die manier kunnen we deze emoties ook ‘ruwweg’ benoemen. Emoties kunnen dan ook worden begrepen als de perceptie van de beelden van wat er in onze geest en lichaam gebeurt. Dit stemt overeen met het (dieptepsychologische) idee dat emotionele processen gepaard gaan met ideeën, beelden en gedachten.
Emotionele problemen als onbalans in het affect systeem
Emotionele problemen ontstaan, volgens Panksepp, vooral op het moment dat het betreffende affectieve systeem in onbalans raakt. Een andere manier van denken heeft dan geen zin! Dat komt doordat ‘denken’ niet het niveau raakt van waar het fundamentele probleem ligt: in het affectieve systeem. Affectiviteit en denken bevinden zich simpelweg niet op hetzelfde niveau van Zijn. De beste manier om het balans in het systeem te herstellen is door een andere emotionele staat te activeren – en meestal zijn dit de neurale system van het ZOEKEN en het SPELEN. Deze neuroaffectieve systemen vormen namelijk de basis voor positieve emoties als nieuwsgierigheid en fascinatie, vreugde en inspiratie.
‘Origine Affectuum’: over de oorsprong van onze affecten
Panksepp sluit met deze ideeën nauw aan bij het denken van de 17de eeuwse filosoof Spinoza. Spinoza was eveneens zeer geïnteresseerd in emoties. Hij beschreef ze tot in detail in zijn Ethica 3, over De aard en oorsprong van de hartstochten (aandoeningen). Spinoza schreef ook dat wanneer de mens is overgeleverd aan diepe, moeilijke emoteis, enkel de tegenovergestelde emotie, met dezelfde of zelfs méér energie, deze moeilijke emotie kan veranderen.
De Complextheorie van Carl Jung
Temidden van dit idee van balans en evenwicht in het emotionele systeem van Spinoza in de 17de eeuw en de affectieve neuroconstellaties van Panksepp in de 21ste eeuw, vinden we de Complextheorie van Jung. Het idee van evenwicht en balans vormt daarbij zelfs een centraal onderdeel in de Jungiaanse psychologie.
Wat is dan een complex?
“Een complex is een energiebundeling die ontstaat rondom een kern van affectieve betekenis.”
Meestal wordt een complex veroorzaakt door een pijnlijke botsing tussen het indivdu en de eis(en, of de gebeurtenis) uit de omgeving waarvoor het individu niet klaar is. Vanuit deze botsing wordt vervolgens iedere gebeurtenis die ook maar in de richting wijst van dit conflict, geïnterpreteerd in dat kader. Dit versterkt het complex enkel en de emotionele toon (de emotie) die het complex vormt, wordt vastgehouden en versterkt zichzelf.
Complex en energetische onbalans
Complexen hebben de neiging om die gebieden in het individu te benadrukken die stressgevoelig zijn. De energie ervan balt zich samen tot een bepaalde patroon – vaak uitgedrukt in een terugkerende emotie – die vervolgens een groot deel van het psyschische leven begint uit te drukken.
(Deze energie is vermoedelijk ook de reden waarom persoonlijkheidsstoornissen vaak in binnen de interpersoonlijke relatie zo ‘voelbaar’ zijn: je ervaart dat er iets ‘onevenwichtigs’ is binnen de interactie, maar kan er de vinger niet opleggen – de energie voelt verkeerd, ‘off’. Het is een teken dat een complex werkzaam is. Het is het energetische signaal dat er sprake is van een onbalans in de emotie.)
Het belang van complexen voor persoonlijke ontwikkeling
Complexen hinderen individuen in de persoonlijke ontwikkeling. Tegelijk – en wellicht juist daarom – ligt in deze complexen vaak ook de kiem voor nieuwe levensenergie besloten. In het complex zit het zaad voor nieuwe mogelijkheden, wanneer we onze complexen accepteren en we onze eigen verhalen leren begrijpen, de emoties en de beelden die ermee verbonden zijn. We hebben daarbij allemaal complexen: het zijn de expressievormen van onze levensuitdagingen, die tot onze levensproblemen zijn geworden.
Complexen als relationele ervaringen
Hoewel een complex zich binnen onze individuele psyche configuratie zit inbesloten, is het een vergissing om complexen als een solitair, op zichzelf staand probleem te beschouwen. Complexen zijn in principe door en door relationeel. Om nogmaals te herhalen: Een complex wordt vaak veroorzaakt door een pijnlijke botsing tussen indivdu en omgevings en diens eis(en, of de gebeurtenis(sen) waarvoor het individu niet klaar is. En hoewel complexen door de hele levensloop heen kunnen ontstaan, zijn ze toch vaak verbonden met de eerste relatie die iedereen aangaat: de relatie met onze verzorgers.
Hechtingstheorie en de kernervaring van complexen:
Verlaten en in de steek gelaten
De botsing die aan de oorsprong staat van het complex is vaak de botsing tussen kind en significante verzorger(s). Samen vormen zij de twee polen van het complex. Vanuit de hechtingstheorie betreft een complex bovendien vermoedelijk altijd een pijnlijke botsing in een situatie waarin het kind eigenlijk de ervaring van hechting en steun had moeten ervaren. Wanneer ervaringen zich energetisch samenballen en tot Complexen worden, is de kern van deze ervaring vaak dat het kind verlaten wordt, precies in een situatie die juist bijzonder uitdagend is. Het Complex onstaat daar waar het kind in de steek gelaten wordt terwijl het eigenlijk zorg en ondersteuning nodig heeft.
“Het wordt nooit anders, het wordt nooit beter”
Daar waar het kind zich geliefd zou moeten voelen – ook al heeft het iets gedaan hebben dat afkeurenswaardig was (in ieder geval in de ogen van de betreffende significatne verzorger), wordt de primaire boodschap vaak: ‘Je bent altijd een teleurstelling’. Of: ‘Je doet ook nooit je best’. Deze boodschap, samen met de gassocioceerde gevoelens die vervolgens veranderen in de tegenoverliggende gevoelens van wanhoop, angst, of boosheid, transformeren in de innerlijke overtuiging van het kind dat dingen nooit anders zullen zijn – of in ieder geval nooit beter zullen worden. Deze booschap neemt het kind vervolgens mee als volwassene en herhaalt deze in iedere significante relatie die het tegenkomt.
Emotionele besmetting als fundament van complexen
Complexen hebben een verleden. Ze staan niet op loze grond. Dat wil zeggen: ze hebben een emotionele basis. Onderzoekers die het fenomeen van ‘empathie’ hebben onderzocht, spreken in deze context ook wel over ‘emotionele besmetting’. Met emotionele besmetting wordt bijvoorbeeld bedoeld dat als iemand boos is, mensen in de omgeving ook boos worden, zonder dat daarvoor daadwerlijk een externe oorzaak aangwezen kan worden. Mensen raken door het affect, door de gevoelstoon, als het ware ‘geïnfecteerd’.
Emotionele besmetting en lichamelijke synchronisatie
Aangenomen wordt dat emoties in feite sociale emoties zijn: ze worden opgeroepen door de synchronisatie met de lichamen van de ons omringende mensen. We voelen wat de ander voelt, op een diep onbewust, en affectief niveau. Emoties zijn in die zin dus niet enkel relationeel – ze zijn vooral vooral ook sociaal. Vanaf het begin van het leven – zelfs al in de baarmoeder – wordt de baby blootgesteld aan de emoties en gevoelens van de moeder, de vader en alle andere significante zorgverleners, door beweging, stemmen, geluiden en de hormonale schommelingen die opgewekt worden in interactie met de sociale omgeving.
Ideeën uit de ontwikkelingpsychologie:
Met andere woorden: vanaf het begin raakt een baby al geïnfecteerd door de emoties van de significante verzorgers. Wanneer deze emoties verbonden zijn met complexen van deze verzorgers – zoals bijvoorbeeld angst – dan kan het kind, lang vóór deze zich verhalen kan formuleren over de ‘Complex Episodes’ – dat wil zeggen: lang voordat iemand iets over de situatie kan vertellen die bij hen angst, verdriet, pijn, boosheid heeft aangejaagd, of een situatie die schaamtevol of beledigend was – dat wil zeggen: voordat de emoties verbaal waren – al geïnfecteerd raken met complexen waar het geen woorden voor heeft.
Baby, hechting en stressmanagement
Een baby kan immers niet ontsnappen aan de eigen omgeving. Wanneer er sprake is van een goede hechting, en er een goede uitgifte is van het kalmerende knuffelhormoon oxytocine en andere hormonen, dan helpt dit met het omgaan met stress. Maar als de hechting niet veilig is, dan zullen stressvolle sistuaties – en stress staat vaak gelijk aan emotionele problemen – van de gerelateerde persoon de baby ook beïnvloeden. Dit heeft vervolgens aantoonbaar invloed op het vermogen tot stressmanagement op latere leeftijd: eenmaal volwassen zijn deze mensen vaak meer gevoelig voor conflicten en – vooral – voor relationele conflicten – die precies de basis vormen voor het vormen van complexen
Het verhaal van onze emoties
Ervaren emoties brengen in zichzelf verhaallijnen voort. Vooral de verhalen rond onze primaire relaties worden vaak geïnternaliseerd in ons ‘episodisch geheugen’. Dit betekent dat het betreffende Complex eveneens als verhaal wordt geïnternaliseerd. Ze worden de apologetische drijfveren achter ons handelen. En ze kunnen dan als een soort (dramatisch) ‘scenario’ actief worden binnen de relatie. In deze verhalen is er vaak een identificatie met het kinddeel van het complex. De complex-drager (degene die lijd onder het complex) is er dan van overtuigd dat alle andere mensen hem/ haar/ hen aanvallen, vaak op een wijze zoals de originele figuranten die verbonden waren aan de oorsprong van het complex dat ook deden.
Van slachtoffer naar dader
Het is belangrijk om hier bewust van te worden. Want mensen die verstrikt zijn geraakt in hun complexen geloven vaak dat ze in de positie van het slachtoffer verkeren. Terwijl ze zich vaak onbewust juist identificeren met de positie van de originele aanvaller. Ze beginnen hun medemens dan te behandelen zoals ze dat zelf ervaren hebben in de behandeling die het oorspronkelijke complex schiep. In deze moderne tijd, op het moment van schrijven van deze blog bijna 75 jaar later, is het een interessante denkoefening om het internationale Gaza-Israel conflict van nu bijvoorbeeld een keer te bekijken vanuit het psychologische perspectief van de complexen. Wat gebeurt er als we dit conflict bezien vanuit de verwisseling tussen ‘slachtoffer/dader’ aan beide zijden?
Note to self: Natuurlijk is het bespottelijk om te denken dat deze simpele oefening zelfs maar raakt aan de complexiteit van dit vreselijke conflict, of zelfs maar een oplossing suggereert. Daar is de oefening ook niet voor bedoeld. Feitelijk had willekeurig welk conflict gekozen kunnen worden – tragisch genoeg is dit slechts wat er op dit moment hoogtij viert op het nieuws. Het échte drama is dat er over een paar maanden vermoedelijk een andere brandhaard gekozen had kunnen worden.
De denkoefening is vooral bedoeld om te zien:
Wanneer we het hebben over drama’s die ontstaan door het niet langer begrijpen van – en het contact verliezen met – de eigen emoties en de verhalen die we onszelf vertellen. Hoe ver kunnen de gevolgen daarvan dan reiken?
Complexen en de basisbehoefte van de mens
Complexen ontstaan vooral in situaties waarin hechting belangrijk is. Ze zijn meestal het gevolg van het ‘doorsnijden’ van de behoefte om bij anderen te horen – dat wil zeggen: om je verbonden te voelen. De verhalen rond complexen blijven dan draaien rond deze basisbehoefte van de mens: geaccepteerd worden, geliefd zijn, met name in moeilijke situaties, gezien worden, van dienst en behulpzaam kunnen zijn voor anderen en betekenis kunnen ervaren.
Complexen en de bevroren innerlijke wereld
Gewoonlijk is het psychische leven levendig en dynamisch van aard. Emoties veranderen voortdurend. Gedachten en beelden stromen voorbij. Wanneer een complex is gevormd, raakt het psychische leven bevroren. Het innerlijke leven verliest zijn balans en wordt eenzijdig. Waar een levendige mix van verhalen elkaar voortdurend afwisselen, ontstaat een grijs en grauw eentonig landschap, vaak vervuld met maar één verhaal dat zich voortdurend, tot vermoeiens aan toe, blijft herhalen.
Complexen en de wereld om ons heen
Precies deze toestand lijkt zich te openbaren, zodra we een blik werpen op onze media. Het is een eentonig, paniekerig gebulder van chaos die zich opent tot er slechts één algemene wereldwijde schreeuw overblijft: die van een grijze wereld zonder hoop, waarbij iedereen, iedereen aanvalt. Maar dat is slechts één, eenzijdig verhaal. Het is symptomatisch voor een wereld die in een complex verkeert. Maar zoals we geleerd hebben uit bovenstaande, vormt ons complex niet enkel de kernervaring van ons lijden. Het bevat ook de kiem voor onze groei.
Verloren emoties, verloren ziel
We zijn het contact met onze emoties verloren. De inmiddels overleden zenleraar en vredesactivist Thich Nhat Hanh stelde een simpele waarheid: “If you want peace, be peace.” Maar we vinden geen vrede, want we hebben geen enkel contact meer met onze eigen emoties. Ons affectieve wereldsysteem bevindt zich in onbalans. We hebben zelfs geen idee wat onze emoties eigenlijk zijn.
Daarmee raken we de poëzie van onze ziel kwijt. Het terugvinden van deze ‘poëzie van onze ziel’ – dat wil zeggen: onze emotionele taal – is vermoedelijk niet alleen nodig om een weg uit onze internationale en sociale problemen te vinden. Of zelfs maar om voor ons eigen individuele, psychologische welzijn te zorgen. Onze emoties vormen immers de kern van wie we zijn – de kern van ons menszijn, zoals Jung het stelde. Ze zijn de sleutel om in contact te komen met onszelf, met ons hart….
Laten we daarom weer leren wat onze emoties zijn en begrijpen waar onze basisbehoefte ligt.
Ons hart zoekt naar verbinding…

Deze blog vond een groot deel van zijn inspriratie in het artikel ‘Complexes and Their Compensation: impulses for Affective Neurosciences’ van Verena Kast.
Ontdek meer van Rogier Teerenstra
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

















2 thoughts on “Hoe onze emoties te begrijpen: Affectieve neuro-psychologie en Complextheorie.”