Maanpaleis en spiritualiteit

Het al wat oudere, maar daarom niet minder briljante boek ‘Maanpaleis’ van Paul Auster (auteur van o.a. ook ‘Onzichtbaar’, waarover ik hier al eerder schreef), draagt iets van krankzinnigheid in zich. Er schuilt iets van waanzin in. Let wel, het betreft een verborgen waanzin, het is geen krankzinnigheid op het eerste gezicht. Het is een waanzin in de meest waarachtige zin van het woord: het betreft een zinnige vorm van waan, het lijkt een vertelling over de logica van het absurde.

Nauw verbonden aan deze absurditeit en krankzinnigheid, lijkt het alsof ‘Maanpaleis’ tevens een bijzonder spirituele vertelling is. De term ‘spiritualiteit’ is daarbij vaag en moeilijk te definiëren. Er worden verhitte academische discussies gevoerd over de vraag wat spiritualiteit ‘is’ en ‘inhoudt’. Geenszins is het mijn bedoeling om deze discussies hier uit te diepen.

lotus-1205631_640

Spiritualiteit

In plaats daarvan wil ik proberen om een eigen definitie van spiritualiteit te illustreren, met daarbij de nadrukkelijke kanttekening dat deze definitie voortdurend aan verandering onderhevig is. Nergens beweer ik dus dat ik iets van een zekere, vaststaande en definitieve uitspraak wil doen over wat spiritualiteit ‘is’. Eerder betreft het een soort denkoefening, een gedachte-experiment, met daarbij de hoofdpersoon uit ‘Maanpaleis’ als degene die het experiment voor mij heeft uitgevoerd.

Wat beschouw ik dan, in deze oefening, in dit experiment, als spiritualiteit? Spiritualiteit wordt volgens mij het beste omschreven als de worsteling om bezieling te geven aan het leven. Ik stip alle drie elementen van deze omschrijving even aan.

Spiritualiteit als worsteling

Het eerste element, dat van de worsteling, is volgens mij van belang, omdat ik denk dat spiritualiteit, op het moment dat het geen worsteling meer is, geen ‘echte’ spiritualiteit meer is. Zonder worsteling is het naar mijn mening ‘slechts’ geloof: een aanname waarop iemand drijft, zonder er verder echte vragen bij te stellen. Op het moment echter dat er vragen worden gesteld bij dat geloof, op het moment dat iemand kritiek durft te hebben op de eigen aannames en daarbij plotseling merkt dat er in feite gewatertrappeld moet worden om boven te blijven, verandert geloof voor mij in spiritualiteit.

Spiritualiteit als bezieling

Het tweede element, dat van bezieling, is voor mij het moeilijkste om uit te leggen. Een eenvoudigere – of wellicht meer herkenbare – bewoording zou ‘zingeving’ zijn, maar dat is onvolledig. Bezieling staat voor mij voor een soort ‘inblazen’ van de eigen motivatie, in feite de voortdurende keuze voor een bepaalde vorm van zingeving. Als ‘zingeving’ het toekennen is van betekenis aan bepaald handelen, aan een bepaalde koers, of het ordenen is van omstandigheden tot een betekenisvol verhaal, dan is bezieling voor mij de voortdurende keuze om die vorm van zingeving toe te passen op het eigen leven. En vooral, de keuze toe te passen, zelfs als alle omstandigheden eigenlijk op iets anders wijzen.

Spiritualiteit als leven

Het derde element, dat van leven, lijkt voor de hand liggend, maar is het niet. Mensen spreken vaak over spiritualiteit als iets dat vooral gericht is op ‘het Hogere leven’, het ‘Geestelijke’ leven. Mensen associëren spiritualiteit met meditatie, stilstaan, reflectie, met kloosters of de Kosmos. Maar ik bedoel juist dat spiritualiteit te maken heeft met het leven als handelen, leven als doen, leven als intimiteit, lichaam tegen lichaam. Leven verbonden aan alle schoonheid, viezigheid, vreugde en treurigheid, van mens tot mens. Voor spiritualiteit laat ik mij daarom in dit geval graag leiden door de woorden van Dietrich Bonhoeffer, Duits theoloog en verzetsstrijder (†1945): “Het grote onbekende is niet oneindig ver weg, het is heel dichtbij.”

Spiritualiteit moet daarom volgens mij ook juist niet ver weg gezocht te worden, het is namelijk hier-en-nu aan leven verbonden. Het is leven in de zin van: ‘met beide poten in de klei staan’, in de zin van: ‘met beide handen aanpakken en niet loslaten, wat er ook gebeurt’. Het gaat om leven, in voorspoed én in tegenspoed, in gezondheid én in ziekte, tot aan de dood en daarna niet meer. Spiritualiteit is er wat mij betreft ook niet voor de dood, het is er voor het leven en voor het leven mét de dood.

nature-1264040_640

‘Maanpaleis’ van Paul Auster

Hoe wordt deze ‘worsteling om bezieling te geven aan het leven’ nu uitgeleefd in ‘Maanpaleis’? Hoe vind ik deze definitie van spiritualiteit terug bij Auster?

Een eerste voorbeeld lees ik in het eerste deel van ‘Maanpaleis’. Daarin vertelt de hoofdpersoon van het verhaal (vanaf nu zal ik hem M. noemen), hoe hij door het leven zelf geconfronteerd wordt met een kettingreactie aan gebeurtenissen, elk met een eigen logica en met een eigen volgorde, waardoor M. begint te wankelen. Het leven stoot hem uit een niet nader bepaalde koers en doet hem plotseling beseffen dat hij eigenlijk zweeft, dat hij geen werkelijk houvast voor zijn leven heeft. M. realiseert zich vervolgens dat hij zichzelf een houding moet aanmeten, dat hij moet kiezen voor een positie. En M. kiest er vervolgens voor, heel bewust en heel consequent, om niets te doen.

Dat is wellicht een opmerkelijke, zelfs paradoxale keuze, maar desalniettemin: het is een keuze. Deze keuze tot ‘niets doen’ betekent overigens voor M. niet: ‘stilstaan’, ‘niet langer reageren’, ‘ophouden met handelen’. De keuze om ‘niets te doen’ betekent juist ervoor te kiezen om zich volledig over te geven aan het leven en zich volstrekt door het leven te laten bepalen. Het is niet zozeer de keuze ‘geen weerstand meer bieden’, maar vooral een keuze om ‘zoveel mogelijk mee te bewegen’, en daarbij enkel en alleen aan te pakken wat het leven M. biedt.

Deze keuze tot niets doen blijkt overigens niet veel voordeliger dan een keuze om wel iets te doen, om actief te reageren op het leven. Eerder lijkt het andersom, het blijkt namelijk een waarachtige worsteling te zijn om niets te doen, om het leven op zich af te laten komen zoals het komt. Het leven is ook nauwelijks genadig voor M.: het leven lijkt M. niet heel veel te bieden en neemt hem voornamelijk steeds meer af. Op den duur verliest M. zijn geld, zijn boeken, zijn appartement, tot hij uiteindelijk als een zwerver belandt in Central Park.

Auster spaart zijn karakter bij zijn keuze om niets te doen zeker niet. ‘Maanpaleis’ is duidelijk geen pleidooi vóór de keuze van het toeval, het is zeker geen ‘poezelige liefdesbetuiging’ aan een genadevol leven dat de mens vol warmte zal ontvangen. Integendeel zelfs, aan het einde van het eerste deel wordt M. midden in de nacht overvallen door een gigantische plensbui, raakt doorweekt door de regen, die hem toedekt als was het een natte deken, en M. wordt vervolgens zo ziek als een hond.

Menselijke eenzaamheid

Wanneer M. uiteindelijk, als een koortsig menselijk wrak, alles uitbrakend dat hij in zich heeft, alleen in het park ligt, bedenkt hij zich dat dit menselijke eenzaamheid is. De ultieme, consequent doorgevoerde keuze om zich te laten leiden door enkel het toeval, brengt de hoofdpersoon daarmee in zekere zin bij de kern van de menselijke conditie: de mens is in essentie een verlaten, eenzaam wezen.

Toch laat Auster dan iets opmerkelijks gebeuren. M. wordt gevonden door twee vrienden van hem. Er blijken andere menselijke wezens te zijn die naar M. hebben gezocht en die zich om hem hebben bekommerd. De keuze om niets te doen, en die ervoor zorgden dat M. op straat kwam te staan en in het park belandde als zwerver, heeft er tevens voor gezorgd dat zijn vrienden in actie kwamen en naar hem gingen zoeken.

M. omschrijft deze ervaring als volgt:

Ik was van de rots gesprongen en toen, op het allerlaatste moment, was er iets dat uitstak en mijn val halverwege brak. Dat iets definieer ik als liefde. Het is het enige dat een mens in zijn val kan stoppen, het enige dat krachtig genoeg is om de wetten van de zwaartekracht te loochenen.’

In dit eerste voorbeeld illustreert Paul Auster volgens mij precies de spiritualiteit zoals ik die omschrijft: spiritualiteit als de worsteling om de keuze die je maakt in je houding ten aanzien van je leven consequent en bewust door te voeren. Om je leven volledig in het licht van die keuze in te richten en te bezien. En vooral ook, spiritualiteit als de worsteling om te leven met de consequenties van die keuzes, hoe absurd die consequenties ook worden.

Een tweede voorbeeld tref ik in het laatste deel van ‘Maanpaleis’. In dit deel ontmoet M., zonder dat hij zich hiervan bewust is, de man die zijn vader blijkt te zijn. Deze man, Sol (afkorting voor Solomon), legt het verband met M. als zijn zoon wel, maar verzwijgt dit, omdat hij niet weet hoe hij de boodschap moet brengen. Wanneer M. vervolgens uiteindelijk ontdekt dat Sol zijn vader is, en dat Sol dit al die tijd voor hem verzwegen heeft, ontsteekt M. in een radeloze woede.

M. wordt zo razend dat hij Sol wegjaagt. In zijn verdriet om de woede van zijn zoon let Sol echter niet op en komt ten val. Het is een ongelukkig toeval: Sol breekt zijn rug en sterft uiteindelijk. Na de begrafenis van zijn vader vernield M. vervolgens systematisch alles in de motelkamer waar hij op dat moment verblijft. In een gelukzalige drift maakt hij alles kapot, sloopt bed, tafel, lampen, televisie, alles. Dan, intens tevreden en vervuld door een eigenaardig gevoel van zinnigheid dat met deze vernietiging gepaard ging, verlaat M. de kamer en gaat wederom op reis.

sand-768783_640

Geen werkelijke bestemming

M. bereikt uiteindelijk geen werkelijke bestemming. Opnieuw verliest hij al zijn bezittingen, om uiteindelijk te stranden bij de oceaan. Hij vertelt: ‘Ik was naar het einde van de wereld gekomen en daarachter was niets, behalve lucht en golven, een leegte die zich onbelemmerd uitstrekte (..). Hier begin ik, zei ik tegen mezelf, hier neemt mijn leven een aanvang.’

Er is geen opluchting aan het einde van dit verhaal. Er is geen verlossing, geen oplossing, geen antwoord. Juist daarom vormt ‘Maanpaleis’ voor mij een voorbeeld van het toppunt van geleefde spiritualiteit. Zonder het te willen of te weten krijgt M. namelijk het antwoord op één van de belangrijkste vragen van zijn leven: waar komt hij vandaan. Echter, dit antwoord levert M. helemaal niets op. Sterker nog, met het antwoord verliest M. nog meer: hij verliest zijn vader. Hij wordt er niet gelukkiger op.

Hier ligt volgens mij precies de kern en het moeilijkste van spiritualiteit. Spiritualiteit gaat niet om het vinden van dat wat gelukkig maakt, het gaat niet om het verkrijgen van het Heilige Antwoord. Spiritualiteit draait vooral hierom: aanvaarden dat een keuze soms helemaal niks oplevert, dat het je misschien zelfs iets ontneemt, en vervolgens ervoor durven kiezen om hetzelfde opnieuw te doen.

Het boek ‘Maanpaleis’ is een rijk boek: rijk aan verhalen, rijk aan denkbeelden en rijk ook in de presentatie van een levenshouding die bijna te onverdraaglijk is om te aanvaarden. Maar ook dat is volgens mij ware spiritualiteit: het is geen lichte bezigheid, iets dat je ‘er even bij doet’.

Spiritualiteit is geen hobbyisme

Spiritualiteit is volgens mij geen hobbyisme. Het is iets dat offers vergt, zonder dat daar perse iets zinnigs als ‘geluk’ of ‘een plek in het hiernamaals’ voor terugkomt. De betekenis van spiritualiteit ligt volgens mij ook niet in het verschil tussen een gelukkig en een ongelukkig leven. Spiritualiteit kan eindigen in geluk, maar even zo goed in ongeluk.

Ik begon deze blog daarom ook niet met de stelling dat het boek ‘Maanpaleis’ van Paul Auster iets ‘spiritueels’ in zich droeg. Ik sprak aanvankelijk juist over krankzinnigheid. Ik had het zelfs over waanzin. Want spiritualiteit en waanzin dragen volgens mij iets van elkaar in zich.

origami-827901_640

Spiritualiteit als waanzin

Het heeft immers iets krankzinnigs om, tot in de gratie van het absurde, te volharden in een vorm van zingeving waarvoor je willens en wetens kiest, zelfs wanneer de mogelijkheid bestaat dat die keuze de verkeerde behelst. Het lijkt immers enigszins waanzinnig om steeds opnieuw te kiezen voor hetzelfde, juist zonder resultaat, juist zonder te weten of datzelfde op den duur ook iets zal opleveren, misschien zelfs met de kans dat het minder zal opbrengen dan een vorige keer.

Uiteindelijk staan we allemaal, net als M. aan het einde van ‘Maanpaleis’, alleen voor de oceaan. Het is aan ons of we vervolgens ‘van de rots springen’, zoals M. dat omschreef. Het is aan ons of we een keuze willen maken en bereid zijn om eraan vast te houden, misschien zelfs tegen beter weten in.

Het is zelfs aan ons of we bereid zijn om naar elkaar te gaan zoeken, om zo in onze eenzaamheid te ontdekken wat de definitie van liefde is. Het kan zijn dat die ontdekking ontbreekt, dat de val nooit gebroken zal worden. Maar, hoe absurd ook, mij lijkt juist de ontdekking, wat die ook moge zijn, de sprong en het vallen de moeite waard.

Voor mij maakt juist dat spiritualiteit tot een zinnige vorm van waan…


Ontdek meer van Rogier Teerenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

5 thoughts on “Maanpaleis en spiritualiteit

  1. Beste Rogier Teerenstra
    Dank voor di prachtige stuk. het is mij ‘uit het hart gegrepen’! Zo gezegd. Ik heb het net naar mijn zuster toegestuurd en kopieer hieronder met welke woorden ik dat gedaan heb, waaruit duidelijk zal worden, vanuit welke achtergrond ik dit lees. Dank dus! Mocht u nog aanraders hebben, mbt een dergelijke ‘dynamische spiritualiteit’, dan verneem ik dat graag.

    ‘Behalve dat ik Van Ooijen, zijn Bijbellezingen weer aan het lezen ben en over dieptepsychologische interpretatie van de Bijbel/ geloof en zijn (haar?) betekenis, kwam ik van de week deze tekst tegen, geschreven nav een boek, wat ik net gelezen heb (Auster, Maanpaleis).
    Als je nou zou willen weten, wat spiritualiteit, de onlosmakelijk daarmee verbonden dynamiek daarvan, wat mij betreft, betekent voor mij, staat dat hierin prachtig verwoord. Ook in het contrast met geloof, wat ik altijd niet meer als moralistisch rationeel levenssausje heb ervaren, waarmee ik jou niet hoop te beledigen. Geenszins mijn bedoeling, uiteraard! maar ik vind dit een prachtig stuk.’

    Met vriendelijke groet Huib Suurmond (wie ben ik?, zie huibsuurmond.nl)

  2. Dag Rogier Teerenstra,

    Ik vind dit artikel heel interessant. Ik heb een facebookpagina van mijn blog lindaleestfictie.webnode.be waarop ik het heb gepost.
    Met mijn blog en website breng ik boeken en mensen dichter bij elkaar. Ik heb juist het boek Het maanpaleis gelezen voor de boekenleesclub en vond het zelf ook een boek met een spirituele lading. Jouw artikel vind ik heel treffend en mooi verwoord.

    Met vriendelijke groeten,
    Linda Vermeulen

    1. Dank voor je reactie, Linda! Leuk dat je mijn blog gedeeld hebt en fijn dat je zelf ook iets van wat ik zag in ‘Maanpaleis’ herkende bij het eigen lezen van het boek. Hartelijke groet, Rogier

Geef een reactie