Levenskunst en discipline

Al eerder schreef ik over de levenskunst, o.a. hier en hier. Ditmaal waag ik, de hand van de Netflix-serie ‘Love’ en vooral aan de hand van hoofdpersonage Mickey Dobbs, in deze blog een poging om te laten zien wat het verband is tussen levenskunst en discipline. Ik probeer te laten zien dat discipline – in tegenstelling tot wat we vaak denken – niet iets individueels is, maar vooral (en juist door en door) relationeel van aard. En dat levenskunst op zich een mooi streven is. Maar dat het werkelijk goede van het leven misschien ook altijd iets gebrokens in zich draagt, om werkelijk menselijk te kunnen zijn. Benieuwd wat ik daarmee bedoel? Lees vooral verder! (Totaal aantal woorden: +/- 3450, gemiddelde leestijd: 14 minuten)

Liefde

De Netflix-original ‘Love’ is een romcom-serie over hoofdzakelijk de (liefdes)perikelen van het jonge stel, Mickey Dobbs en Gus Cruijkshank. Hoofdpersoon is Mickey (gespeeld door Gillian Jacobs). Mickey is een vrouwelijke radio-programmamanager en een hoog-functionerende, herstellende verslaafde. Haar onhandige vriendje is Gus (gespeeld door Paul Rust), een ‘on-set tutor’ – een soort ‘huisleraar’ voor kindacteurs – die in zijn vrije tijd graag filmscripts schrijft. 

Disfunctionele relatie

Mickey heeft een verleden van middelenmisbruik (drugs, alcohol). Met name heeft ze echter een probleem met – en een verslaving aan – relaties en aan seks. Gus is niet verslaafd, maar is met name een ‘push-over’ en een ‘people pleaser’ – en weet dat ook van zichzelf. Zoals je uit deze omschrijving kan opmaken: de relatie tussen Gus en Mickey is op z’n zachts gezegd ‘explosief’. De twee maken flink wat ups-en-downs mee in hun relatie. Soms hilarisch, soms tenenkrommend. De relatie tussen Mickey en Gus is disfunctioneel, maar is tegelijk dysfunctioneel op een vreemd herkenbare wijze. Het is uiteindelijk een romcom. De relatie tussen Mickey en Gus creëert drama, maar het is geen tragisch drama. Pijnlijk is het overigens af en toe wel.

Middelmatige mensen

Mickey en Gus zijn niet perfect, maar zijn ook zeker niet ‘slecht’. Het zijn eigenlijk twee middelmatige mensen die maar wat aan rommelen in hun leven. Ze proberen op hun eigen, middelmatige wijze het juiste te doen. Maar weten allebei niet goed hoe. Zo probeert Mickey haar verslaving in de hand te houden. Ze bezoekt daarvoor AA-bijeenkomsten…maar liegt daar soms (nou ja, regelmatig) over haar werkelijke problemen. Gus probeert als aspirant schrijver een idee voor een script aan de man te brengen. Maar begint direct als dat (min of meer per ongeluk) lukt, zo naast zijn schoenen te lopen dat hij zijn eigen succes ondermijnt. 

Gebroken mensen

Mickey en Gus zijn op die manier eigenlijk ‘net mensen’. In essentie zijn ze ‘gebroken’. Waarmee ik niet perse ‘getraumatiseerd’ of ‘psychisch verstoord’ bedoel – ook al hebben beide karakters zeker iets neurotisch en dwangmatigs. En is een zekere mate van narcisme – een overmatig grote gerichtheid op henzelf waaronder een uitermate kwetsbaar zelfbeeld schuilt – de twee ook zeker niet vreemd. Mickey en Gus laten vooral twee mensen zien die eigenlijk vooral proberen te overleven in het leven. Het maakt hen vooral heel menselijk.

“Am I a horrible person?”

Zo komen we aan bij een moment dat Mickey bij Gus op bed zit – we zijn aanbeland aan het begin van het tweede seizoen. Mickey heeft net aan Gus opgebiecht dat ze een herstellende verslaafde is. Dat ze eigenlijk een jaar afstand wil (maar 10 minuten later belanden ze al vrijend met elkaar op de achterbank van de auto). Nu kijkt zij hem aan. En terwijl ze tegenover Gus zit, een been op het matras onder zich gevouwen, het andere over de rand van het bed gebogen, vraagt ze hem wanhopig: “Am I a horrible person?” 

Een goed mens?

‘Ben ik een afschuwelijk mens?’ vraagt Mickey aan de man van wie ze – nee, niet perse ‘houdt’ – maar met wie ze vooral hoopt dat ze eindelijk wél een relatie kan hebben. Een relatie die ze niet voortdurend zelf ondermijnt en kapot maakt. ‘Nee, je bent geen afschuwelijk mens,’ wil Mickey natuurlijk horen. Ze wil niet horen dat ze van alles verkeerd doet en heeft gedaan. Maar kan het omgekeerde dan wel gezegd worden? Is Mickey een ‘goed’ mens? 

Overleven

Mickey is vooral bezig met overleven. Haar leven is rommelig en staat voortdurend op het randje van de afgrond. Mickey is in haar conditie niet of nauwelijks in staat om ethisch te reflecteren op haar leven en haar handelen. Ze reageert ad hoc en probeert zo te overleven. Ik zou Mickey wel een stukje ‘levenskunst’ gunnen, onhandig als ze soms (vaak) omgaat met haar problemen en vooral, met zichzelf. Maar ja, van een afstand is het gemakkelijk waarnemen en corrigeren.

Overleven is geen kunst?

Wie echter probeert te overleven, komt eigenlijk helemaal niet toe aan kunst. Zo stelt in ieder geval Paul van Tongeren, emeritus hoogleraar wijsgerige ethiek, in zijn boek ‘Leven is een kunst’. Laat staan dat hij of zij toekomt aan levens-kunst. In de eerste alinea van het eerste hoofdstuk, in de allereerste zin, stelt Van Tongeren al: ‘Leven is geen kunst, zolang het een kwestie van overleven is.’ 

Overleven als kunst

Ik beken, de zin stuitte me tegen de borst toen ik die voor de eerste keer las. En ik steiger nog steeds een beetje bij herlezing. Want vaak denk ik dat juist het overleven in deze wereld weldegelijk een kunst is. Overleven: niet iedereen doet het. Niet iedereen kan het. Uiteindelijk gaan mensen immers soms (en vaker dan je denkt) ten onder aan het leven. Je hoeft daarvoor niet eens letterlijk te sterven. Mensen gaan soms hoe dan ook als een soort zombies door het leven. Ze leven. Maar de ziel heeft het lichaam al verlaten. De betekenis van dat leven is al lang geleden verloren.

Doorzettingsvermogen als kunst

Als ik het heb over leven als overleven, dan denk ik vaak aan die laatste scènes uit de welbekende film ‘The Shawshank Redemption’, waarbij de hoofdpersoon door het riool moet kruipen, klauterend door stront en pis en vuil, om te kunnen ontsnappen uit de hel van de gevangenis. Echter, eigenlijk zeg ik daarmee vooral dat ik aan kunst een bepaalde waarde van doorzettingsvermogen toeken. Het is het doorzettingsvermogen waar ik respect voor heb en dat ik kunst noem. 

Levenskunst en schoonheid

Van Tongeren legt kunst echter anders uit. Leven, zo legt hij uit, wordt pas kunst als het:

  1. een bepaalde kwaliteit heeft,
  2. een bepaalde kunde of vaardigheid in zich draagt en;
  3. als dat leven iets van schoonheid bezit.

Om met dit laatste te beginnen: ook het idee van schoonheid legt Van Tongeren in dit geval heel specifiek uit. Hij bedoelt ermee dat een leven uit zichzelf toont – net zoals bij een kunstwerk – dat het ‘geslaagd’ is. Je kunt immers naar een kunstwerk kijken en in feite ‘weet’ je dan (of voel je, of ervaar je) dat het ‘geslaagd’ is – dat het je vervoert, ontroert, dat het je genoegen brengt, dat het iets toevoegt aan je leven. Dat er méér is doordat het er is – en dat er in feite een verlies zou zijn als het er niet was. Hetzelfde geldt in feite voor het leven zelf, volgens Van Tongeren.

Ontbrekende ethiek

Aan deze schoonheid in de levenskunst ontbreekt het Mickey nog. Haar leven zou eerder aan schoonheid winnen als het wat van de wel aanwezige eigenschappen ervan zou verliezen. Bovendien is het eerder geluk dan kunde dat haar leven nog enigszins op de rails is als we Mickey voor het eerst ontmoeten. Mickey komt niet toe aan ethiek – die nauw verbonden is aan de levenskunst: ethiek als het denken over hoe het ‘goede leven’ geleid zou moeten worden. 

Betekenis en kwaliteit van leven

En voor wat dat eerste component betreft? De kwaliteit van het leven van Mickey? Of, zoals Van Tongeren dat omschrijft: de betekenis van het leven? Betekenis is niet alleen het meest belangrijke in een menselijk leven. Het is ook het meest kwetsbaar. En het meest problematische, omdat ze nergens ‘klaar’ ligt. Juist die betekenis is géén feit. Niemand ‘heeft’ het. De betekenis is principieel onzeker: het kan niet ‘objectief’ worden vastgesteld. Maar het belang ervan is ontegenzeggelijk. Zonder die betekenis zijn we ontheemd in onze eigen wereld. Raken we vervreemd van het leven. 

Verslaving als perverse betekenis

Als we Mickey in de serie ‘Love’ ontmoeten, is dat precies met haar aan de hand. Ze heeft geen betekenis in haar leven. Ze is vervreemd geraakt van haar leven. Ze dwaalt min of meer ontheemd door haar eigen wereld. In feite vormt juist haar verslaving haar houvast. Want juist die schept een – perverse, dat wil zeggen: verdraaide – vorm van betekenis voor haar. 

Levensverveling

De ontheemding en vervreemding van Mickey ervaart ze vooral als een vorm van ‘verveling’. Ze ervaart emotionele leegtes in haar leven die ze probeert te vullen met drama’s die ze zelf creëert. Je ziet Mickey in de serie soms bijna letterlijk verveeld in haar stoel achteruit leunen, armen over elkaar, om vervolgens met een slimme (venijnige) psychologische manoeuvre een soort plof-granaat in de groep mensen rondom haar te werpen. Puur om te kijken naar de alchemische emotionele chaos die daarmee loskomt. Alles om die leegte in haar ziel, om die ‘levensverveling’, maar te kunnen verdrijven. 

Theatrale relaties

Aan het einde van het eerste seizoen loopt Mickey dan een meeting binnen die afwijkt van haar vorige meetings. Ditmaal bezoekt ze geen meeting van de AA . Ze bezoekt een groep voor SLAA, wat staat voor Sex and Love Anonymous Addicts. En dat is niet verwonderlijk. Want voorbij de laag van de verslavende middelen – drugs, alcohol – is er voor Mickey vooral ook de verslaving aan het drama dat verbonden is aan liefde en seks. Ze is verslaafd aan de intermenselijke verhoudingen en aan de theatrale relaties die iemand daarbinnen kan creëren. 

Neurotische kern

De diepste betekenis ontlenen we immers ook daar: tussen mensen, binnen de relaties. Het is dus duidelijk dat Mickey wel degelijk naar betekenis zoekt. Maar die betekenis is ook verwrongen geraakt. Het is verknipt geraakt. En in een poging om toch iets ervan te kunnen herstellen, creëert ze hetzelfde drama in feite opnieuw en opnieuw…het vormt in feite de neurotische kern  van haar verslaving. 

Stuurloos en machteloos

Tegelijk verzet Mickey zich nog tegen de gedachte dat ze stuurloos is geworden en dat ze machteloos staat tegenover haar eigen gedrag. Hoewel ze al op de juiste plek is aangekomen – ze gaat naar de AA-meetings – geeft ze zich nog niet over aan het programma dat verbonden is aan die meetings. Anders gezegd: het ontbreekt haar aan de volledige discipline om zich volledig over te geven aan de stappen die ze eigenlijk wil doorlopen.

Levenskunst en discipline

En precies over die discipline heeft de filosofie en de ethiek als kunst van leven wel het een en ander te zeggen. Zo verduidelijkt Marli Huijer, hoogleraar publieksfilosofie en voormalig Denker des Vaderlands (2015-2017), bijvoorbeeld het begrip ‘discipline, in haar boek ‘Discipline – leven in overvloed’.

Vier opvattingen van discipline

Het woord zelf is afkomstig van het Latijnse ‘discipulus’, wat ‘leerling’ betekent. Het is verwant aan het Latijnse woord ‘disciplina’, dat ‘onderwijs’, ‘wetenschap’, ‘tucht’ of ‘grondbeginselen’ betekent. Discipline kan volgens Huijer met name verwijzen naar vier begrips-opvattingen:

  1. het idee van discipline als ‘discipel’ of leerling – waarmee met discipline vooral de (morele) opvoeding wordt bedoeld – hoe je je moet gedragen in de samenleving en maatschappij. 
  2. Het woord discipline kan ook betekenen: de beheersing die iemand zichzelf oplegt – dat wil zeggen: discipline als vorm van ‘aan zichzelf werken’. 
  3. Ook kan het woord verwijzen naar een bepaalde ordening of orde: discipline brengt dan een hiërarchie aan tussen zaken of personen. Wie voldoet aan bepaalde eisen of gehoorzaamt aan bepaalde voorschriften, behoort tot een bepaalde discipline. 
  4. En tot slot kan het woord verwijzen naar de discipline als normaliserend toezicht: het is de wijze waarop instituties als school, gezin, werk, politie en medici het gedrag van individuen en groepen reguleren en organiseren volgens collectieve normen. 

Niet van binnen, maar van buitenaf

De eerste twee opvattingen van discipline als die van leerling en het aan zichzelf werken, zijn vormen van persoonlijke discipline. De laatste twee opvattingen, discipline als ordening en als toezicht, zijn institutionele vormen van discipline. Het onderscheid tussen de twee is niet absoluut. Want institutionele discipline wordt vaak geïnternaliseerd tot ‘persoonlijke discipline’. Zelfdiscipline is dan een vorm van discipline die van binnenuit lijkt te komen, maar die eigenlijk van buitenaf komt. 

Discipline als levenskunst

Discipline is echter, zo stelt Huijer, hoe dan ook verworven. De aanleg ertoe is misschien aangeboren. Maar de praktijk ervan die moet worden ingeoefend. Wij mensen hebben talent voor discipline. Maar dat talent moet nog steeds worden getraind. Ik zou zeggen: we moeten leren om van discipline een levenskunst te maken. 

Verslaving versus discipline?

Nu is het zeker niet mijn bedoeling om verslaving af te doen als een vorm van gebrek aan discipline – zeker niet! Daarvoor is de problematiek te ingewikkeld, de drama’s te pijnlijk, het lijden te groot. Het gaat hier niet over verslaving als zwak, versus disciplinering als sterk. Juist niet! Het gaat over verslaving als de invulling van leegte en een tergende, betekenis-verliezende verveling, versus de inhoud van de verbinding en de invulling van een netwerk van intermenselijke relaties. 

Regulatie en menselijke betrekkingen

Wat is het verband tussen de disciplinering en de intermenselijke relatie? Huijer laat allereerst aan de hand van de civilisatietheorie van de socioloog Norbert Elias zien dat de regulering van menselijk gedrag hoe dan ook ontstaat in een web van menselijke betrekkingen. Disciplinering ontstaat immers deels, zo vertelt Huijer, doordat we een soort wederzijdse belofte tussen mensen afleggen: iemand legt zich vast op een afspraak en de anderen zullen je daar aan houden. En hoewel we die belofte soms breken – niet altijd houdt iemand zich aan de afspraak en niet altijd wordt iemand aan die afspraak gehouden – is er een mechanisme van vergeving – soms na straf en boete – die het mogelijk maakt om het volgende moment opnieuw te beginnen. En het beter te doen. 

De Ander als werkelijkheidswaarde

Aan de hand van Hannah Arendt wijst Huijer er vervolgens op dat de mens aan zichzelf in feite niet kan beloven nooit meer te roken of te drinken of te gebruiken. Dat komt er simpelweg door, doordat er in dat geval niemand is om je aan die verplichting van die belofte te houden. Hetzelfde, zo stelt Huijer, geldt voor de vergeving. Vergeving heeft geen werkelijkheidswaarde zonder de ander. Je kunt jezelf niet vergeven. Daar heb je anderen voor nodig. Precies die uitbesteding van die disciplinering – zowel van de afspraak en van de strafmaat – verleent aan de belofte van disciplinering zijn werkelijkheidswaarde. 

Discipline is relationeel

Discipline heeft dus alles te maken met het verbinden aan anderen. In die verbinding ontstaat de ordening van de afspraak, ontstaat het leren, ontstaat de kans tot verbetering van jezelf. Elke verbintenis met de ander brengt de ‘verantwoordelijkheid’ met zich mee om beloften te doen en te houden. Discipline is dus door en door relationeel. Dat wij onszelf beheersen, dat we controle houden over onze emoties en onze driften zit niet ín onszelf – het is de betrekking op de anderen, die maakt dat wij onszelf disciplineren. 

De discipline van Odysseus

Huijer laat tevens zien dat het idee van de uitbesteding van disciplinering aan de omgeving, aan anderen dan jijzelf, niet iets nieuws is. Het is eeuwenoude praktijk is. Al over Odysseus werd door Homerus geschreven dat deze held de discipline, die nodig was om de verlokkingen van de Sirenen te kunnen weerstaan tijdens zijn reis, moest uitbesteden aan zijn bemanning. 

De verleiding van de Sirenen

De Sirenen waren verleidelijke halfgodinnen, met het hoofd van een vrouw en het lichaam van een vogel (zijspoor: de Sirenen waren dus géén zeemeerminnen, overigens! Ik kwam daar tijdens het onderzoek van deze blog het volgende interessante artikel over tegen). Deze Sirenen zongen zulke verlokkende liederen dat passerende reizigers hun prachtige melodieën niet konden weerstaan. De zeelieden lieten hun schip op de scherpe rotsen te pletter slaan in wanhopige pogingen om de verleidingen van deze halfgodinnen te bereiken. Waarbij ze vervolgens verdronken, doordat de Sirenen alle levenskracht uit hun lichamen konden zuigen.

Een eiland vol skeletten

Odysseus was echter door de tovenares Circe gewaarschuwd voor de verleidelijke machten van de Sirenen. Hij wist dat hij hun goddelijke zang niet zou kunnen weerstaan. Hij liet zich daarom door de bemanning aan de mast van het schip vastbinden, zodat hij nog wel kon sturen. En liet de bemanning hun oren volstoppen met bijenwas, zodat ze zijn smeekbeden om hem los te maken zodat hij zich kon vleien bij de Sirenen, zouden weerstaan. Pas toen ze dat eiland voorbij waren – een eiland dat bezaaid was met skeletten – mocht de bemanning hem weer losmaken.

Held zonder discipline?

Dat Odysseus niet in staat zou zijn om deze verleidingen te weerstaan, maakte hem echter geen laffe slappeling, geen held zonder discipline. Huijer vertelt dat Homerus met de vertelling uit deze episode van Odysseus’ reis, vooral liet zien dat sommige verleidingen nu eenmaal zo groot zijn dat ze door alle weerstand breken. De verlokkingen van de Sirenen zijn zo groot dat ze zich niet door de menselijke wil laten temmen. De enige mogelijkheid om er weerstand aan te bieden is door de discipline uit te besteden aan de omringende omgeving, aan de medereizigers, aan de medestanders die weten hoe het lied van verleiding klinkt.

Blootstelling aan goddelijke krachten

In haar boek formuleert Huijer het dilemma hierover prachtig. Ze schrijft:

“Soms heeft de omgeving zoveel overvloed, schoonheid of verleidingen te bieden dat ieder gevoelig mens door de knieën gaat. Dat zou je kunnen zien als menselijke zwakte, maar dat doet geen recht aan de ontzaglijke krachten waaraan mensen blootstaan. Er zijn goddelijke gezangen, goddelijke lichamen, goddelijke drankjes en goddelijke Facebookgesprekken die de kracht van elke sterveling te boven gaan. Als mensen zonder bescherming aan deze ‘goddelijke’ krachten worden blootgesteld, zijn ze reddeloos verloren.”

Uitbesteding van discipline

De uitbesteding van discipline aan medemensen, zodat jij in een netwerk valt en die jou op die manier houden aan je beloften en aan wie jij verantwoordelijkheid aflegt, vormt dus alleszins onderdeel van het idee van een goed leven – en kan gezien worden als het beoefenen van een gezonde levenskunst. Het is ook wat Mickey doet als herstellende verslaafde – ja, in eerste instantie halfslachtig. Maar ze doet het wel. Ze gaat naar AA en SLAA-meetings.  

Overleven in tijden van overvloed

De verleidingen van de wereld – niets voor niets draagt het boek van Huijer de subtitel ‘overleven in overvloed – zijn inderdaad overvloedig en soms overweldigend. De hoeveelheid social media apps waarmee je telefoon kan vullen in pogingen om op de hoogte te blijven van de wereld is verbijsterend. De hoeveelheden pingeltjes en kleuren die ervoor ontworpen zijn om op onze hersenen in te werken en stimulerende hormonen in onze lichamen te laten aanmaken, zijn schrikbarend. De hoeveelheid pornografie, in steeds deprimerende en verwrongen vormen, op het internet – zowel in videovorm, als in fotografie – is werkelijk onthutsend. De drempels om aan verdovende middelen te komen zijn schokkend laag. Het is bijna een wonder dat het niet veel vaker mis gaat met mensen. En met hoeveel mensen is het eigenlijk al mis, maar schemert de radeloosheid enkel nog onbewust onder de oppervlakte….?

Een afschuwelijk mens?

Hoe dan ook: terug naar de vraag aan het begin die Mickey stelt als ze uiteindelijk, verslagen door haar eigen rotzooi in haar leven, tegenover Gus zit (die in feite net zo verloren is als Mickey, overigens). En hem vraagt: ‘Ben ik een afschuwelijk mens?” Ik zou zelf antwoorden: Nee, uiteraard is Mickey zeker geen afschuwelijk mens. Maar het ontbreekt haar wel nog aan het een en ander. Vanuit de ethiek en de levenskunst bekeken kan je zeker concluderen dat Mickey geen goed leven leidt. Daarvoor is ze tegelijk ook nog te veel aan het overleven. 

Levenskunst als maatstaf

Maar tegelijk geldt ook: levenskunst, ethische reflectie op goed en kwaad, disciplinering als kunstvorm en het ‘goede’ leven. Het zijn enkel maatstaven die we creëren omdat het werkelijke leven er altijd net naast valt. De voetstappen van de echte, werkelijke, praktische mens – de voetstappen van de Mickeys en de Gus’ van de wereld – lopen altijd net naast de sporen van die ideale mens. We willen wellicht graag het omgekeerde. Maar ik geloof dat de ideale mens nog altijd maar een echo is van de werkelijkheid. De levenskunst is wellicht net zo fictief als Mickey dat is. Het is een streven. Het ideaal is niet – is nooit – de realiteit. De werkelijkheid is misschien dat er altijd wel iets gebroken schuilt in het werkelijk goede. Het ideaal goede is geen haalbaar doel. Ultiem goed willen zijn maakt onmenselijk.

Liefde voor het gebrokene

Ik hou dan ook van het goede leven en van het denken over levenskunst. Maar ik hou nog altijd meer van Mickey Dobbs. Ik heb al haar beschadigingen lief. Ik houd van haar gebrokenheid en van haar pogingen om al die scherven op haar eigen wijze op te rapen en terug in haar leven te passen. Het werkelijk goede draagt wat mij betreft altijd iets gebrokens in zich.

Ik gun Mickey dan ook alle liefde van de wereld…

P.S.

Ben je op zoek naar een leuke, goedmoedige, romcom serie, waar je om kan lachen, maar die toch ook laat zien dat liefde nooit perfect is? Dan raad ik je zeker de serie ‘Love’ aan, o.a. te bekijken via Netflix.


Ontdek meer van Rogier Teerenstra

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie